Studies
Het tweede hoofdstuk van de eerste Petrus brief vers een tot vers tien.
Zijn Woord koestert het Geestelijke leven in ons. We moeten net zoveel honger hebben naar Zijn Woord als pasgeboren babies naar hun melk. Het is ook vlees, brood en honing voor de volwassenen (Hebr.5:11-14; Matt. 4:4; Ps.119:103). Soms hebben we geen trek in het goede eten, omdat we teveel rommel gegeten hebben. Vandaar moeten we die rommel niet meer in onze mond steken, zodat er veel trek is naar het goede voedsel wat ons innerlijk verkwikt.
2:4-8. We zijn levende stenen van hetzelfde gebouw.
Er is maar één Redder: De Here Jezus en er is ook maar één Geestelijk gebouw (Matt. 16:18). Alleen de Here Jezus is de Hoeksteen en alleen Hij houdt het gebouw ook bij elkaar(Efz.2:20). Alle ware christenen horen bij elkaar als stenen in Gods gebouw en leden van één lichaam. De Here Jezus is de Levende steen, want Hij is overwinnend opgestaan uit de doden. Hij is de gekozen en ook de waardevolle steen van de Vader (Jes. 28:16; Ps. 118:22) maar ook een afgewezen steen bij de mensen. Hij was niet de Messias die de Joodse mensen verwachtten, maar Hij was wel verhoogd door Zijn Vader (Matt. 21:42). Het ware probleem was net als vandaag, dat ze Zijn Woord afwezen (1. Kor.1:18).
Steeds als er iemand tot geloof komt dan wordt er iemand uit de steengroeve van de zonde gehaald en als een levende steen toegevoegd aan Zijn gebouw. Wat een voorrecht dat we een woonplaats van de Heere zijn. Petrus schreef deze brief aan gelovigen van vijf provincies. Toch schreef hij dat ze allen tot één Geestelijk gebouw behoren: We hebben de Here Jezus gemeen! We moeten net als bij de bouw van de tempel het plan nauwkeurig navolgen (1. Kon.6:7).
2:5,9. We zijn priesters van dezelfde tempel en leden van hetzelfde lichaam.
We zijn een heilig priesterschap en een Koninklijk priesterschap. De Here Jezus is ook beide: Koning en Priester (Hebr.7). In het eerste Testament was dat niet. 2 Kron.26:16-21. De Koning die beide ambten wilde werd gestraft. De troon van de Here Jezus is een troon van genade die we mogen betreden (Hebr.4:14). Voorheen had het volk van God een priesterschap, maar vandaag zijn wij het. Iedere gelovige heeft het recht om in Zijn aanwezigheid te komen (Hebr.10:19).
We komen tot God door één middelaar (1.Tim.2:1-8). Het is een voorrecht om te dienen als priester. Voorheen konden alleen de levieten deze dienst in de tempel bij het altaar vervullen en had verschillende taken. Als priesters van de Heere moeten we in eenheid samen werken voor en met onze Hoge Priester.
Wij als gelovigen brengen geen dieren zoals voorheen
door de Here Jezus, want alleen dan zijn ze aanvaard door de Here God. Als we dit voor onszelf doen dan is het geen Geestelijk offer. Ex. 19:6. De Here God wilde dat Zijn volk Israël een Koninkrijk van priesters zou worden. In plaats dat Israël de volkeren om hen heen beïnvloedde, waren het de volkeren die Israël beïnvloedde. De Heere disciplineerde hen. Vandaag heeft Israël geen tempel en geen priesterschap. Het is belangrijk om als Zijn priesters afgescheiden in deze wereld te leven. We moeten ons niet isoleren, want de wereld heeft ons nodig. We moeten onze eigen wandel goed in de gaten houden en samenwerken.
2:9.10. We zijn ook inwoners van hetzelfde Hemelse volk.
Ex. 19:5,6; Deut. 7:6. De beschrijving van de gemeente komt overeen met het volk Israël. In tegenstelling tot het rebelerende en ongehoorzame volk Israël zijn wij ook gekozen tot een heilig volk. Dit betekent niet dat er geen plan meer is voor Israël. Ik geloof dat de Heere al Zijn beloften ten volle zal uitvoeren. Het betekent niet dat de gemeente vandaag voor de Here God en de wereld is wat Israël had moeten zijn. We zijn een uitverkoren volk. Dat spreekt van de Genade van God. De Here God koos Israël niet omdat ze beter waren dan de andere volkeren, maar omdat hij hen liefheeft (Deut.7:7,8). De Here God heeft ons gekozen omdat Hij naar ons ook vol van Genade en liefde is (Joh.15:16). We zijn een heilig volk en ons burgerschap is in de Hemel (Fil.3:20). Vandaar dat we de dingen zoeken die boven zijn, waar onze Heiland is (Kol.3:2). Israël vergat dat ze een apart gezet volk waren. De Heere had hen geboden om een verschil te maken tussen het heilige en onheilige (Lev.10:10). Ze negeerden het verschil en waren de Heere ongehoorzaam. Wij zijn ook het volk van God. Dat waren wij voorheen niet, omdat we bij de satan en Zijn domein hoorden. Nu wij door het geloof, de Here Jezus aanvaard hebben zijn wij ook het volk van God en Zijn eigendom. Hij heeft ons gekocht heeft met Zijn bloed (Hand.20:28).
Al die voorrechten geven ons verantwoordelijkheid. Dat is om de Here Jezus groot te maken. Iedere gelovige die een Hemelburger is, is ook een levende advertentie van de Here God. We leven nog in vijandig gebied en de vijand is constant op de uitkijk om angst te zaaien in ons. Ieder van deze vier kenmerken spreken van eenheid en harmonie. We behoren tot één familie en allen hebben Zijn Goddelijke leven ontvangen (2 Pet.1:3). We zijn levende stenen en dienen in hetzelfde huis en als priesters dienen we in dezelfde tempel. We zijn burgers van hetzelfde thuisland. Eenheid sluit geen verschil van mening buiten. We dienen dezelfde Heer en zijn gered op dezelfde wijze en dienen dezelfde Heer en worden opgeroepen elkaar lief te hebben (Efz. 4:1-6). Op een dag zullen we allemaal als gelovigenweer bij elkaar zijn (Joh. 17:24). Bij noodzakelijke zaken zoeken we de éénheid. Bij niet belangrijke zaken zoeken we de vrijheid, bij alle zaken die we doen, zoeken we altijd de liefde, die ons nooit teleurstelt.
. We geven ons lichaam als een levend offer, de lofprijs van onze lippen en onze goede werken voor anderen. Ook het geld, dat we weg geven is een Geestelijk offer (Fil.4:10-20). Zelfs de mensen die we voor de Here Jezus winnen (Rom.15:16). We offeren dit
2:1-3. We genieten van hetzelfde Geestelijke voedsel.


