Studies

De geschiedenis van het Land Israël vanaf 70 AD.

Vanaf 70 AD tot 1948 had geen van de volkeren liefde voor het Land.

(1). De Romeinse periode duurde tot het jaar 325 na Christus.

(a). In het jaar 36 na Christus stuurde Pilatus een cavalerie en infanterie naar Samaria om een ingebeelde opstand neer te slaan. Er stierven heel veel onschuldige mensen en het gevolg was dat er een delegatie naar Rome reisde om Pilatus aan te klagen. Pilatus werd terug geroepen naar Rome en later werd hij verbannen naar Gaul waar hij uiteindelijk zelfmoord pleegde.

(b). De regering van het Land werd gegeven aan de kleinzoon van Herodus de Grootte genaamd Herodus Antipas (Hand. 12:20-23). Hij werd gedood door de Here God zelf, toen hij de eer aanvaardde die alleen de Here God toekomt. (Hand. 24;25;26). Felix en Festus volgden zijn regering op. Uiteindelijk werd de Romeinse gouverneur Florus aangesteld. Hij was heel wreed en in het jaar 65 na Christus ontstond er een opstand tegen deze Romeinse leider. Tijdens deze opstand werd de burcht Massada veroverd en men vermoordde het Romeinse garnizoen aldaar. In Jeruzalem vormde Eliazer, die de kapitein van de tempelwacht was, een revolutionaire groep die zichzelf de “Zeloten” noemden. Ze vielen Jeruzalem aan en veroverden het kasteel “Antonia” en vermoordden ook dat Romeinse garnizoen. Deze rebellie sloeg spoedig over op de andere Judese steden in Israël.

(c). Het Romeinse rijk stuurde generaal Cestius met 23.000 soldaten in het jaar 66 na Christus naar Juda om weer orde te scheppen. Het Joodse volk trok zich daarop terug binnen de muren van Jeruzalem. Op een onverklaarbare wijze trokken Cestius en zijn soldaten zich terug, waarop de Joden hen achterna trokken; 6.000 soldaten doodden en een grote buit meenamen. Ze waren er zeker van dat het Romeinse rijk hen verder met rust zou laten. In die tijd werden de Joodse gelovigen gewaarschuwd door de Heere God op grond van Matt. 24:15-22. Zij vluchtten naar de andere kant van de Jordaan, naar Pella.

(d). Toen Nero in Rome hoorde van de aftocht van Cestius, stuurde hij een generaal genaamd Vespasian naar Juda om orde op zaken te stellen. Ze kwamen in Noord Galilea aan met een grote legermacht. Veel Joodse steden werden vernietigd. Het was in deze tijd dat de Joodse geschiedschrijver Josefus Flavius gevangen genomen werd.

(e). Het was in de winter van het jaar 68 na Christus dat er problemen uitbraken in Rome en dat leidde tot de zelfmoord van Nero. Vespasian werd zijn opvolger en hij stuurde zijn zoon Titus er op uit om Jeruzalem weer onder de duim van Rome te krijgen. Titus arriveerde in februari van het jaar 70 na Christus met 80.000 soldaten, grote stormrammen en belegeringsmachines.

(f). In de stad Jeruzalem was er iets tragisch aan de hand. Er waren drie politieke partijen die wilden regeren. Zij bevochten elkaar en een van de vreselijke dingen die ze elkaar aandeden was, dat ze de korenschuren van elkaar in de brand staken. Er waren ook duizenden vluchtelingen in de stad die er heen getrokken waren om een veilige haven te vinden achter de muren.

(g). De vraag van Titus om zich over te geven werd met spot beantwoord. De bezetting begon rond het Joodse paasfeest en de Joden gooiden grote stenen en kokende olie op de Romeinse soldaten. De Romeinen reageerden daarop door honderden Joodse gevangenen in het volle zicht van Jeruzalem te kruisigen. Er ontstond hongersnood in de stad. De offers in de tempel hielden op en moeders aten hun eigen dode baby’s. Volwassen mannen bevochten elkaar tot de dood voor de uitwerpselen van de vogels.

(h). De Romeinen braken uiteindelijk door de buitenste muur en bemerkten dat er een binnenmuur was gebouwd. Uiteindelijk bezweek de stad op 8 September. De soldaten verbrandden de tempel en er bleef geen één steen op de andere (Matt. 24:2). De profetie van de Here Jezus is letterlijk vervuld. Door de brand was het goud en zilver tussen de stenen gevloeid en daarom werd alles opengebroken. Bijna een miljoen Joden werden door het zwaard vermoord. Zelfs Titus zag in dat dit een oordeel van de Here God was. Hij liet een munt slaan waarop Israël werd afgebeeld als een wenende vrouw aan een ketting. Er werden ook duizenden Joden meegenomen naar Rome om daar in de gevaarlijke mijnen te werken en ze werden ook in de arena’s voor de wilde dieren geworpen.

(i). Na de vernietiging van Jeruzalem vluchtten er ook 967 ouders met hun kinderen naar de burcht Massada. Dit was een sterke burcht gemaakt door Koning Herodus de Grootte. Hij bouwde deze burcht uit angst voor de Joden en uit angst voor Cleopatra. Toen de gevluchte mensen daar aankwamen vonden ze heel veel voedsel en wapenen. Alles voor een rijke koning was aanwezig. Eleazar ben Jehuda was hun leider. In de lente van het jaar 72 na Christus omsingelden de Romeinen onder leiding van de generaal Silva met 15.000 soldaten Massada. Ze wilden hun gezicht niet verliezen en moesten het terug veroveren. De Joden hielden het twee jaar vol en gedurende die tijd bouwde Silva een dam tegen Massada aan. Hij gebruikte daar gevangen genomen Joden uit Jeruzalem voor, zodat de bezitters van de burcht hen niet zouden bekogelen. Uiteindelijk bereikten ze de buitenmuur. Ze staken die muur in brand, maar de wind draaide opeens en hun stormrammen en soldaten vlogen in de brand. Eleazar ben Jehuda realiseerde zich dat de Romeinen uiteindelijk succes zouden hebben. Hij gaf een hele indrukwekkende en emotionele redevoering over de gevolgen van hun gevangenneming en men besloot massaal zelfmoord te plegen. Dat is ook zo gebeurd! Er was slechts één vrouw met vijf kinderen en een familielid van Eleazar die het drama overleefden.

(j). In het jaar 130 na Christus maakte Keizer Hadrian plannen om de muren van Jeruzalem te herbouwen. Hij bouwde de tempel voor Jupiter op de fundering van de tempel van Salomo. Dit was vreselijk voor het Joodse volk. Er kwam een opstand onder leiding van Bar Kochba wat betekent “Zoon van de Ster”. Hij zei dat hij de vervulling van de ster van Bileam was (Num. 24:17-19). De meest invloedrijke Joodse priester van die tijd was Rabbi Akiva. Hij accepteerde Bar Kochba als de ware Messias van Israël. Om deelgenoot te zijn aan de opstand moest men een vinger afhakken. Meer dan 200.000  Joodse mensen voegden zich bij hen. Voor een korte periode waren ze succesvol, maar op een gegeven moment werd Bar Kochba overmeesterd door de Romeinse generaal Julius Severus. Bar Kochba werd gedood in het jaar 135 na Christus en Rabbi Akiva werd levend gevild. Al stervende riep hij uit: Hoor, oh Israël de Here Uw God is een God (Deut.6:4). Meer dan een miljoen Joden werden vermoord en vanaf toen tot 14 mei 1948 leefde het Joodse volk wereldwijd verspreid. Hadrian herbouwde Jeruzalem en noemde de stad Aelia Capitolina, puur om Jeruzalem te doen vergeten. Velen keerden zich tegen het Joodse volk. Een overblijfsel van het volk ging in Tiberias wonen en dat werd het nieuwe centrum van het Orthodoxe Jodendom.

(2) De Bizantijnse periode: van 325 tot het jaar 614 na Christus.

De hoofdstad van het Oostelijke Romeinse rijk was Konstantinopel. Israël werd Palestina genoemd en er werden vele kerken gebouwd. Het christendom verspreidde zich snel na de zogenaamde “bekering” van Constantijn de Grote in het jaar 325 na Christus. Christenen waren tot die tijd erg vervolgd. De duivel is niet alleen een brullende leeuw, maar ook een engel van het licht. Vanaf die tijd werden de Christenen niet meer vervolgd en had je zelfs voorrechten als christen. Het vreselijke wat gebeurde is dat sommigen van hen die beleden Christenen te zijn, de Joden gingen vervolgen. Ze namen Gods Woord met Zijn liefde en trouw voor het Joodse volk niet in acht! De kerken vulden zich met mensen die zich Christenen noemden, maar die niet uit de vergeving van de Here Jezus leefden. Er kwam een korte tijd van verademing onder de regering van Keizer Julian de Apostate. Hij haatte namelijk de ere Jezus en beloofde het Joodse volk dat hij de tempel weer zou gaan bouwen. Dit wilde hij doen om de profetie van de Here Jezus teniet te doen. (Matt. 23:37; 24:1,2). Tijdens de werkzaamheden braken overal vreemde branden uit. Dat kwam hoogstwaarschijnlijk omdat er veel gas was ontstaan in de vele onderaardse gangen. Het project werd snel gestaakt en Julian stierf tijdens een oorlog in het jaar 363 na Christus. Tijdens de Bizantijnse tijd mochten de Joden alleen op 8 september naar Jeruzalem, de dag waarop de tempel verwoest was.

(3). De Perzische periode: van het jaar 614 tot 634 na Christus.

Het was op 20 mei in het jaar 614, dat de strijder Chosroes de tweede, Palestina innam. Er werden 34.000 mensen vermoord en bijna alle kerken werden verwoest. Het Joodse volk stond achter deze invasie. Alle beloften aan hen werden niet opgevolgd. De geboortekerk in Bethlehem en de Kerk van het graf in de Oude Stad van Jeruzalem zijn één van de weinige kerken die niet werden  verrwoest en deze  bestaan vandaag nog steeds.

(4). De Arabische periode: van het jaar 634 tot 1072 na Christus.

Mohammed werd geboren in Mekka in het jaar 570 na Christus. Hij werd opgevoed door zijn oom Abu Taleb, want hij was een wees. Mohammed werkte en reisde met kameelkaravanen voor een rijke weduwe genaamd Khadija. Later trouwde hij met haar en zo werd hij opeens invloedrijk en had tijd voor zichzelf. Toen hij veertig jaar was kreeg hij een soort visioen buiten Mekka. Het visioen maakte hem heel depressief, maar het was zijn vrouw die hem erg bemoedigde en zei dat het van God was. Hij proclameerde: Er is geen god dan allah en ik ben zijn profeet. Zijn doel was om de Arabische bevolking tot één volk te maken onder de banier van allah. De mensen van Mekka weigerden hem te volgen. Ze hadden immers al vele jaren een grote zwarte steen met 360 afgoden aanbeden. Om te geloven in één God was slecht voor hun bloeiende economie. Op een moment moest hij voor zijn leven vluchten en ging naar Medina. Deze vlucht heet de “hijra” en vond plaats in het jaar 622 na Christus. Hun kalender dateert daarom van dit jaar. In Medina werd hij verwelkomd en zijn volgelingen groeiden snel. In het jaar 630 na Christus keerde Mohammed terug naar Mekka. Beetje bij beetje aanvaardden men hem als “de profeet” en in het jaar 632 na Christus stierf hij. Zijn navolgers schreven zijn uitspraken op en dat werd de koran genoemd. Ze hadden een eenvoudige regel wat hun vijanden betreft: Of je aanvaardt de koran of je aanvaardt het zwaard. De Mohammedanen namen Syrië in en in het jaar 637 na Christus bereikten ze ook Jeruzalem. Ze riepen hun vijanden toe: Omhels Islam en geluk zal je deel zijn. Zo niet, dan ontmoet je mannen die het doden leuker vinden dan het drinken van wijn. Ze werden uiteindelijk gestopt door Charles Martel tijdens de strijd in Tours. Ze lieten overal een spoor van vernietiging achter.

(5). De periode van de Seljuken: van het jaar 1072 tot 1099 na Christus.

De Seljuken waren een Turkse dynastie die het Midden oosten gedurende 25 jaar overheerste. Ze werden uit Egypte verwijderd vlak voor de komst van de Kruisvaders. De Seljuken namen Jeruzalem in het jaar 1076 in bezit. Ze kwamen helemaal van de grenzen van China. Ze waren bekeerd tot de Islam en ze vervolgden de Joden zowel als de Christenen.

(6). De periode van de Kruistochten: van het jaar 1099 tot 1291 na Christus.

Deze periode was heel tragisch voor de geschiedenis van het Land. Europese en Arabische troepen marcheerden door het Land. Het vreselijkst van deze afschuwelijke periode was dat men het Joodse volk doodde met een Kruis op hun schild en de naam van de Here Jezus gebruikten. Een zeer zwarte bladzijde in de geschiedenis van de ‘kerk’. De eerste kruisvaart was in het jaar 1095. Het begon als gevolg van een emotionele redevoering van Peter de Hermit die het Land had bezocht. Hij had de bisschop van Jeruzalem bezocht die gevangen genomen was, door de Seljuken. De bisschop had een brief meegegeven met de vraag aan Paus Urbaan de tweede om een leger te sturen om hem en de stad Jeruzalem te bevrijden. Dit verzoek was heel welkom voor de paus. Hierdoor versterkte hij ook zijn eigen macht als ‘bevrijder van de heilige stad’.

(a). De eerste kruistocht werd geleid door Godfried van Bouillon. Na een vreselijke tocht arriveerden de kruisvaarders in Jeruzalem. Zonder enige genade werden de meeste mensen vermoord en op 23 juli werd Godfried benoemd als gouverneur en verdediger van Jeruzalem.

(b). De tweede kruistocht werd georganiseerd door Paus Eugenius de derde in het jaar 1146. Het werd een grote ramp en kostte aan 250.000 Duitsen en Engelsen het leven. Er kwam in die tijd ook een nieuwe moslimleider, genaamd: Saladin die de kruisvaders overal versloeg.

(c). De derde kruistocht werd geleid door Richard Leeuwenhart, de Koning van Engeland. Hij heroverde enkele plaatsen van Saladin, maar het lukte hem niet om Jeruzalem weer terug te veroveren.

(d). De vierde kruistocht bereikte het Land niet eens.

(e). Tussen de vierde en de vijfde kruistocht waren er ook twee kruistochten met kinderen. Ook zij bereikten het Land niet. Als de kinderen een muur zagen, dachten ze dat die om zou vallen. Als ze een zee zagen dachten ze dat die open zou gaan. Er waren slaven handelaren die hen met hun schepen beloofden om hen naar het beloofde Land te brengen, maar in werkelijkheid verdwenen de kinderen ergens in Afrika.

(f). De vijfde kruistocht werd geleid door Koning Andreas van Hongarije en keizer

Frederick de tweede van Duitsland. Ze landden in Egypte en namen het in. De moslims boden hen het Land Palestina aan in ruil voor Egypte. De hebzuchtige kruisvaders plunderden Egypte en het aanbod werd afgewezen. Dit was een aanbod wat ze daarna nooit meer gehad hebben.

(g). De zesde kruistocht was vervloekt door de Paus, die keizer Frederick de tweede haatte. Deze kruistocht was wel succesvol. Deze groep kruisvaarders sloot een verdrag met de moslims en daarmee ontvingen ze Bethlehem en Jeruzalem. Frederick benoemde zichzelf als de koning van de steden. In 1244 viel Jeruzalem weer in de handen van de moslims. De reactie was weer een kruistocht die geleid werd door de Franse Koning Louis de negende. Het was geen succes en de koning werd gevangen gezet. Na betaling van een grote som geld werd hij vrij gelaten.

(h). De laatste kruistocht werd weer geleid door Koning Louis uit Frankrijk en Prins Edward van Engeland. Ze bereikten niets. Het tijdperk van de kruisvaarders werd verzegeld met de val van Akko. Ze lieten overal in het Land ruïnes achter en een vreselijk getuigenis. Vele Joodse meisjes zijn door hen verkracht. Sinds die verschrikkelijke tijd loopt daarom de Joodse lijn vandaag de dag niet meer via de vader, maar via de moeder.

(7). De periode van de Mamelukken: 1291 tot het jaar 1517 na Christus.

Het woord mameluk betekent slaaf. Ze waren Turkse slaven die als bodyguards dienden in Egypte. Ze rebelleerden tegen hun Egyptische bazen en namen de  regering over in dat land. Ze namen later ook Palestina in en dreven de kruisvaders er in het jaar 1291 uit. Ze belastten de Joden zowel als de Christenen in het Land met zware belastingen en beperkingen. De Joden moesten gele tulbanden dragen en de christenen blauwe. Dit was om het verschil te zien tussen hen en de eerste klas burgers die moslim waren. Tijdens hun regeringstijd was er een lange droogte en er kwam een vreselijke hongersnood in het hele Land.

(8). De periode van de Ottomanen (Turkije) van 1517 tot 1917 na Christus.

In het jaar 1517 overwon Selim uit Turkije de Mamelukken en nam Palestina in. In het jaar 1453 had hij Konstantinopel al ingenomen. Vanuit Konstantinopel regeerde hij. Zijn zoon genaamd Selyman was de grootste koning gedurende deze 400 jaren. Hij herbouwde de muren van Jeruzalem. Na zijn dood regeerden verschillende gouverneurs uit Turkije het Land. Ze betaalden de hoofdsultan veel geld voor bepaalde gebieden van het Midden Oosten. Palestina werd geregeerd door hebzuchtige belastinginners. Joden, Arabieren en Christen leden heel erg onder deze corrupte regering. In 1798 kwam Napoleon in het Midden Oosten en veroverde Egypte. Daarna wilde hij Palestina veroveren en de Joden hun Vaderland teruggeven. Als gevolg  daarvan zagen veel Joden in hem de Messias. Die eer hadden ze voorheen ook aan Bar-Kochba gegeven. Napoleon marcheerde het Land in en  veroverde Gaza, Jaffo en Caesarea. Tijdens deze campagne liet hij op het strand van Jaffo 3000 gevangenen doden. Napoleon kon ook Acco niet innemen. Als gevolg daarvan zeilde Napoleon met het schip naar huis en is ook nooit meer terug geweest in Palestina. In het jaar 1838 opende Engeland een consulaat in Jeruzalem. In het jaar 1843 volgden Frankrijk, Prussia, Oostenrijk en Spanje. De grote Europese machten kregen interesse in het Land. Er kwamen katholieken, christenen en Joodse organisaties die een werk begonnen in het Land. De Joodse bevolking begon ook langzaam te groeien in het Land. Tijdens de Krimean oorlog in het jaar 1853 werd er gevochten over de rechten van Palestina. Rusland viel Turkije aan. Turkije riep de hulp van Engeland en Frankrijk in. Rusland verloor deze oorlog. In dat jaar was er een Joodse minister president in Engeland die verlangde naar een Joods thuisland. Zijn naam is Benjamin Disraëli. In het jaar 1878 sliep een Jood in een schuur buiten Parijs. Zijn naam was Eliezer Ben Jehuda en hij ontving een droom met het gebod om de Hebreeuwse taal tot leven te brengen. In die tijd waren er ongeveer twaalf miljoen Joden verspreid door de hele wereld. Zij spraken allerlei talen behalve de Hebreeuwse taal. Hij trouwde met Deborah en zij besloten dat ze alleen maar Hebreeuws met elkaar zouden praten. Het jaar daarop emigreerden ze naar het Land. Toen hij Hebreeuws begon te spreken bij de Westerse muur in Jeruzalem werd hij bijna gestenigd. Voor hen mocht die taal alleen maar gebruikt worden voor het gebed. Zij leden heel erg en zijn vrouw stierf op jonge leeftijd. Haar verlangen was dat haar jongste zus uit Rusland zou komen om met Eliezer ben Jehuda te trouwen zodat zijn werk door kon gaan.  Opeens werd een beroemde Oostenrijkse Jood genaamd Theodor Herzl geïnteresseerd in zijn droom. Alles begon te veranderen en harten werden zachter. Ze begonnen hem te beschouwen als een held. De Duitse Joden waren de eersten die de nieuwe Hebreeuwse taal in hun scholen aannamen. Er kwam een woordenboek met acht uitgaven. Alle woorden waren uit de Bijbel en de talmud gehaald. (De talmud is een commentaar op de Thora, van Joodse rabbijnen). Nieuwe woorden werden door hem zelf uitgedacht en zo kwam er voor het eerst een dode taal tot leven. Theodor Herzl begon een hele nieuwe beweging genaamd: Zionisme. Hij riep uit: Er is een Land zonder volk en een volk zonder Land. Geef het Land zonder volk, aan het volk zonder Land.

Er kwam een conferentie en daar kwamen drie dingen uit tevoorschijn:

(a). Het gaf hun hoop

(b). Het gaf hun een vlag

(c). Het gaf hen een eigen nationale volkslied dat “Hatikva” heet wat betekent hoop.

Herzl had een bezoek met de Turkse sultan die erg onder de indruk was en het Land aanbood voor twintig miljoen dollar. Herzl kon de Joodse bevolking niet overhalen om dit bedrag te betalen. Hij stierf van een hart aanval op drie juli in het jaar 1904. Hij had echter iets op gang gebracht dat niet meer te stoppen was. In het jaar 1949 ongeveer twee uur in de middag kwam er een vliegtuig wat gevlogen werd door een Amerikaanse piloot. Het vliegtuig droeg het lichaam van Theodor Herzl. De staat Israël was nog maar iets meer dan een jaar oud. De minister president David Ben- Gurion zei: “Dit is de tweede keer in onze geschiedenis dat een Joodse held terugkeert. De eerste keer was 3300 jaar geleden, toen Jozef terug gebracht werd in het beloofde Land.” In het jaar 1898 gebeurde er nog iets dat de geschiedenis zou beïnvloeden van het Joodse volk en het Land: De Duitse keizer Wilhelm reed op een wit paard door de Jaffa poort. Hierdoor probeerde Duitsland meer invloed in het Midden oosten te krijgen. Het was geen succes, maar het herinnerde de Bijbelstudenten aan de Heiland die eens op een ezelsveulen Jeruzalem binnenreed. (Matt. 21:1-9). Het herinnerde de studenten ook aan de toekomstige Overwinnaar die op een wit paard zal rijden. (Openbaring 6:1,2;13:1-18). In de zomer van het jaar 1914 gebeurde er iets dat de situatie ook in het Midden Oosten veranderde. Het gebeurde op 28 juni. Ferdinand was een neef en erfgenaam van de Oostenrijkse Keizer. Hij werd in Servië doodgeschoten. Oostenrijk en Duitsland verklaarden daarop de oorlog aan Servië. Rusland ging samen met Engeland, Frankrijk en Italië de Serviërs helpen. Dit liep uit op de Eerste Wereldoorlog. De Turken gingen Duitsland helpen. In het jaar 1916 begonnen de Arabieren een opstand tegen de Turken. Een Engelse archeoloog genaamd Laurence van Arabië hielp hen. Hij schoot te hulp met een leger van 200.000 Arabieren en vocht tegen de Turken, o.a. in Accaba.

(9). De Britse periode: van het jaar 1917 tot het jaar 1948.

Op 6 April 1917 begonnen de Amerikanen zich ook in de oorlog te mengen. Sir Edmund Allenby was commandant van de geallieerde troepen. Hij vocht in het Land Israel en op 8 december kwamen de Britse troepen bij Jeruzalem aan. Het was tijdens het Chanuka feest. Dat feest herinnerde hen aan de  bevrijding van de Assyriërs door de Maccabeeën in het jaar 165 voor Christus. De Turken gaven zich over zonder enige tegenstand. Enkele dagen later maakte commandant Allenby zijn officiële entree door de Jaffa poort. Zijn naam viel in goede aarde bij de moslims, want het lijkt op allah en het woordje ‘neby’ (de profeet van allah). Voor hen was hij de profeet van allah om hen te bevrijden. Toen Allenby door de Jaffa poort reed, stapte hij van zijn paard af. Hij voelde zich niet waardig genoeg om op een paard te zitten en zo Jeruzalem binnen te rijden. Gedurende de oorlog was er een tekort aan een chemische substantie die de explosies moesten veroorzaken. Winston Churchil vroeg een Joodse chemicus genaamd Dr. Chaim Weizman om hulp. Hij vond iets uit met gegiste maïs, wat ook voor explosief product zou kunnen dienen. Toen men hem vroeg welke beloning hij wilde zei hij. Ik wil niets voor mijzelf, maar wel een thuis land voor mijn Joodse volk. Hij ontving de hoogste onderscheiding en werd later de eerste president van Israël.

Op 2 november kwam het Balfour verslag. Het was een witte brief die gegeven werd aan Lord Rothschild. In die brief stond dat het Joodse volk recht had op een thuisland. Sir Herbert Samuël was de eerste Jood sinds Koning Zedekia in 587 voor Christus, die politieke macht uitvoerde in het Land. In het begin waren er helemaal geen moeilijkheden tussen de Arabieren en de Joden die samen in harmonie leefden in het Land. De Arabische leider genaamd Emir Faisal zei zelfs: We bieden de Joden een hartelijk welkom in het land. Ik geloof niet dat het ene een succes kan zijn zonder het andere. Er was een groot respect van de Arabische leiders voor het Zionisme.

Niet lang daarna kwamen er problemen want de Britten konden aan beide kanten hun woord niet houden. Er deden allerlei valse geruchten de ronde. Eén van de geruchten was dat de Joden de Al-Aksa moskee zouden willen vernietigen. Het gevolg was dat er vele onschuldige mensen stierven. De dreiging van een nieuwe Wereldoorlog kwam in zicht. Het witte papier van een Arabische staat met een Joodse minderheid werd niet uitgevoerd. !n het jaar 1939 richtten de Joden hun eerste verdediging leger op genaamd: De Hagana. Ondanks het probleem met de Britten, besloten ze toch om hun kant te kiezen tijdens de tweede wereldoorlog. Ze zeiden: We zullen het witte papier bevechten alsof er geen oorlog is. We zullen meehelpen in de oorlog alsof er geen wit papier bestaat. Een van hen die meehielp met de Britten was: Moshe Dayan. Hij verloor een van zijn ogen in een actie tegen de Syriërs. Hij werd beroemd gedurende de 6 daagse oorlog in het jaar 1967. De Arabische leiders kozen na enige tijd de kant van Hitler. Na de oorlog bezocht Ben- Gurion de concentratiekampen van de nazi’s. Hij kwam ervan terug en was meer dan ooit gemotiveerd om te strijden voor een thuisland voor Zijn volk. Er was een gebeurtenis die meehielp om de Britten uit het Land te krijgen. Het is de  geschiedenis van een boot vol met Joodse vluchtelingen genaamd de Exodus. Op weg naar Haifa werd het schip beschoten door de Britten omdat ze het witte papier niet gehoorzaamden. Het schip haalde de haven en de vluchtelingen werden gearresteerd door de Britten en met drie gevangenisschepen vervoerd. De Joodse vluchtelingen gingen in hongerstaking en wilden de schepen niet meer verlaten. Dit werd wereldnieuws. Uit wanhoop verscheurden de Britten het witte papier en vroegen de Verenigde Naties om te gaan bemiddelen. Op 29 november van het jaar 1947 werd er voor de staat Israël gekozen. Er waren 33 stemmen voor, 13 tegen en 10 stemmen die zich onthielden. De volgende dag braken er allerlei schermutselingen uit in het Land. Op 14 mei 1948 verklaarde Ben-Gurion met een luide stem de onafhankelijke Staat uit. Hij stond onder het portret van Theodor Herzl en las een document van 697 woorden in 17 minuten. Enkele belangrijke zinnen waren:

• Het Land staat open voor alle Joodse emigranten.

• We zullen ons inzetten om het Land te ontwikkelen en het goede verlangen voor al zijn inwoners.

• Het zal rusten op het fundament van vrijheid, rechtvaardigheid en vrede zoals het voorzegd is door de profeten.

• We roepen allen op om ons te ondersteunen en om de eeuwen oude beloften te vervullen wat betreft de verzoening van het Land Israël.

Het was het begin van de grote “alijah” wat betekent ‘omhoog gaan’. Dit woord wordt gebruikt voor de Joden die zich toen en nu in Israël gaan vestigen. Direct daarna vormden zich de donkere wolken van oorlog over het Land. Het was de Amerikaanse president Harry Truman die Israël erkende als de nieuwe Joodse Staat. Drie dagen later Rusland ook. Het was de eerste keer sinds acht september van het jaar 70 na Christus dat het Land met de hulp van de volkeren weer in Joods handen was. Vanaf 14 mei 1947 tot vandaag is er een prachtig land opgebouwd, maar er zijn ook veel oorlogen geweest:

(a). De onafhankelijkheid oorlog, van 29 november 1947 tot 24 februari 1949.

(b). De Sinaï oorlog begon op 29 oktober in 1956 en duurde tot 5 november. Israël wachtte niet, maar viel zelf aan. Nasser was toen de leider van Egypte. De periode tussen 1957 en 1966 was min of meer vredevol en Israël gebruikte deze tijd om zijn leger sterk te maken. De situatie veranderde toen Rusland Egypte begon te bevoorraden met allerlei wapens.

(c). De zesdaagse oorlog begon op 5 juni 1967 en eindigde op 10 juni. Er werd heel veel land ingenomen, waaronder de Golanhoogte en de Sinaï woestijn.

(d). De Jom Kippoer oorlog begon op de grote verzoendag, op 6 oktober en duurde tot 25 oktober. Het was precies om 2 uur ’s middags toen Israël werd aangevallen vanuit het noorden door Syrië en in het zuiden door Egypte. De meeste Joden waren aan het vasten of sliepen. Het was een groot wonder dat Koning Hoessein van Jordanië besloot om niet mee te doen. Sinds die tijd zijn er twee oorlogen geweest met Libanon en de laatste jaren zijn er steeds weer problemen met Gaza. Het Joodse volk heeft hun Land. Er is echter nog geen vrede in het Land. Er is zonder de Here Jezus ook geen vrede in hun hart. Er is wel een toekomst voor Israël. Paulus is er een bewijs van (1.Tim.1:16).

Ook in het verleden, het heden en de toekomst van Israël is er altijd een gelovig overblijfsel in Israël geweest, hoe donker de dag ook was. We hebben geen verklaring voor alle doelen en plannen van de Here God, maar we kunnen Hem aanbidden en prijzen om wie Hij is. Het eindresultaat van alle Bijbel en Geschiedenisstudie is altijd aanbidding en het eindresultaat van alle aanbidding is dienst aan de Here God die we liefhebben (Rom. 11). In het Engels is mooi om te onthouden: History is His Story. Alles draait om de Here Jezus en Zijn gemeente, die ook groeit in Israël. En straks, als de Koning der Joden terugkomt, zal alle knie zich voor Hem buigen. Hecht met u allen in de Here Jezus verbonden.

Johan Schep.