Studies

Inleiding - de brief aan de Christengemeente te Rome

de Romeinen

 Voordat we dit nieuwe boek, Romeinen, gaan bestuderen is het belangrijk dat we eerst drie facetten nader onderzoeken, namelijk:

  1. Wie is de schrijver?
  2. Aan wie is de brief gericht (de lezer)?
  3. Wat is de boodschap van de brief?

1) Wie is de schrijver?

In hoofdstuk 1:1 van de Romeinen brief stelt hij zich voor: Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God. Paulus (zijn Latijnse naam) betekent: klein. De originele naam van Paulus was Saulus. Hij was vernoemd naar de eerste koning van Israël: koning Saul (1 Sam. 10:17-24). Na zijn bekering kreeg hij de naam Paulus, wat hetzelfde betekent als Saulus. Hij werd geboren in Tarsis, een stad in de noordoostelijke hoek van de Middellandse Zee, aan de kust, wat je tegenwoordig Zuidoost Turkije zou noemen. De universiteit van Tarsis hoorde bij de 3 grootste universiteiten van zijn tijd. Alleen Athene en Alexandrië hadden een grotere bekendheid. Paulus heeft een heel brede opvoeding gehad, waar 3 verschillende culturen in verweven zijn. Als eerste waren zijn ouders Joden. Eén van zijn ouders, waarschijnlijk zijn vader, moet het Romeins burgerrecht hebben verkregen (Hand. 22:28), maar zij waren Joden (Hand. 2:10) en dus werd hij vanaf zijn geboorte onderwezen in de kennis van God vanuit de Oudtestamentische Geschriften (de Thora = de wet; en de Tenach = de profeten). Paulus werd geboren als kind uit de stam van Benjamin (Rom. 11:1). De stam Benjamin stond om 2 dingen bekend. Ten eerste omdat de eerste koning van Israel (Saul) daaruit voortkwam en ten tweede omdat deze stam bijna uitgestorven was vanwege de verschrikkelijke wandaad die de stam had begaan in het boek Richteren (Richt. 19-21). We gaan ervan uit dat Paulus in zijn jeugdjaren met zijn ouders is verhuisd naar Galilea en dat Paulus door zijn ouders naar Jeruzalem is gestuurd om daar te gaan studeren bij de beroemde Rabbi Gamaliël (Hand. 22:3). In Handelingen 5 komen we dezelfde Gamaliël (zijn naam betekent: mijn beloner is God) tegen als hij zijn welbekende uitspraak doet: En nu zeg ik u: Laat u niet in met deze mensen en laat hen geworden; want indien dit streven of dit werk uit mensen is, zal het vernietigd worden, maar indien het uit God is, zult gij hen niet kunnen vernietigen; het mocht eens blijken, dat gij tegen God strijdt. (Hand. 5:38,39). De raad van deze Gamaliël wordt niet door iedereen opgevolgd en ook Paulus (toen nog Saulus) deelde deze houding van zijn leermeester niet. Hij vond dat de Christenen de grootste bedreiging waren voor het Judaïsme (het Joodse geloof) en hij was vast besloten om deze sekte (de Christenen) uit te roeien. We lezen voor de eerste keer van Paulus toen hij aanwezig was bij de steniging van Stefanus (zijn naam betekent: gekroond), waar hij de wacht hield bij de kleding van hen die Stefanus stenigden (Hand. 7:58; Hand. 22:20). Stefanus is de eerste van wie we weten dat hij stierf omwille van het geloof in Jezus Christus. Hij was de eerste martelaar. Het sterven van Stefanus moet wel impact gemaakt hebben op Paulus, omdat Lucas (de schrijver van het boek Handelingen) citeert dat het gezicht van Stefanus schitterde door de heerlijkheid van God (Hand. 6:15). Het laatste wat Stefanus uitriep waren de volgende woorden: Here, reken hun deze zonde niet toe! (Hand. 7:60). Na het sterven van Stefanus heeft Paulus zich nog feller ingezet om de Christenen te vervolgen. Hij was zelfs bereid om zijn vaderland te verlaten en de Christenen in andere landen ook te gaan vervolgen (Hand. 8:1,3; Hand. 9:1,2). 2) De tweede grote invloed die Paulus’ leven gevormd heeft, was het leren van de Griekse taal. In Tarsis (zijn geboorteplaats) werd Grieks gesproken. Het was niet voor niets dat hij deze taal leerde, want later in zijn leven als Apostel kwam dit hem zeer ten goede bij de verkondiging van het evangelie. 3) Ten derde had de Romeinse wetgeving een grote invloed op het leven van Paulus. Door zijn geboorte had Paulus het Romeinse burgerrecht verkregen (Hand. 22:28), waardoor hij rechten bezat die hij bij zijn zendingswerk goed kon gebruiken (Hand. 25:11). Het Romeins staatsburgerschap heeft Paulus niet kunnen vrijwaren van allerlei vormen van lijden, maar het speelde wel een heel belangrijke rol bij enkele van de sleutelmomenten in zijn bediening.

Deze unieke combinatie van Joodse, Griekse en Romeinse invloeden hebben Paulus aan een ideale basis geholpen voor zijn werk als zendeling in de heidenwereld. Dit onderstreept nog meer de waarheid, dat God vaak mensen voor Zijn dienst voorbereid, soms nog voordat ze tot geloof in de Heer Jezus zijn gekomen.

 De bekering van Paulus. We lezen in Hand. 9 van de bekering van Paulus. In Hand. 9:3 lezen we dat Paulus de stad Damascus (betekent: de zakkenstofwever zwijgt / de tentenmaker zwijgt) naderde. Hij moet dus in de buurt van Damascus zijn geweest. Het ligt zo’n 200 km van Jeruzalem vandaan aan de oostkant van de voet van de berg Hermon. Paulus was nog maar net buiten de grenzen van Israël en had daar een ontmoeting met de opgestane Heer Jezus, die in het buitenland tegen hem zei, dat hij naar de heidenen gestuurd zou worden (Hand. 9:5,6,15,16). De plaats waar dit alles gebeurde was vlakbij de plaats waar de Heer Jezus tijdens zijn bediening op aarde ook verheerlijkt was (Matt. 17:1-9). Toen de Heer Jezus aan Paulus verscheen was Zijn heerlijkheid veel stralender, zodat Paulus met blindheid geslagen werd. De Heer Jezus had na zijn verheerlijking weer de volle heerlijkheid die Hij ook eerst had toen Hij bij de Vader was. De bekering van Paulus was bijzonder ingrijpend. Paulus moest gaan begrijpen dat de Heer Jezus de langverwachte Messias was en dat berouw en geloof de enige antwoorden waren die hij zelf kon geven. Het proces van wedergeboorte in het leven van Paulus duurde 3 dagen en het werd pas afgerond toen een discipel uit die plaats, Ananias (zijn naam betekent: de Heere heeft genade gegeven), met hem kwam bidden. Nadat Ananias voor hem gebeden heeft, worden zijn ogen geopend en ontvangt hij de Heilige Geest (Hand. 9:17). Direct daarna beantwoord Paulus zijn bekering en wedergeboorte met de doop door onderdompeling (Hand. 9:18; Hand. 22:16). De doop is de eerste stap in gehoorzaamheid die een mens in geloof moet nemen als hij tot geloof is gekomen.

 Paulus na zijn bekering. Na zijn bekering lezen we van Paulus dat hij direct begint met prediken in de synagoge van Damascus. Zijn boodschap was letterlijk dat Christus (de Gezalfde, de Messias) Jezus, de Zoon van God is (Hand. 9:20). Het werd hem spoedig te heet onder de voeten en hij moest vluchten uit Damascus met behulp van een mand over de muur, omdat ze hem wilden doden (Hand. 9:24,25). In Jeruzalem aangekomen waren de Christenen bevreesd voor hem, maar Barnabas (zijn naam betekent: zoon van rust) ontfermde zich over hem en bracht hem bij de discipelen (Hand. 9:26,27). Het duurde ruim 13 jaar voordat Paulus werkelijk kon gaan doen waarvoor God hem geroepen had: het evangelie prediken, voor heidenen, koningen en Joden (Hand. 9:15,16). Hij reisde naar Arabië en bracht daar drie eenzame jaren door, alleen met God (Gal. 1:17,18). Daarna reisde hij door naar Syrië (Damascus) en Cilicië (Tarsis) en verbleef daar voor een lange tijd (ong. 10 jaar) (Gal. 2:1) totdat Barnabas hem opzocht en hem meenam naar Antiochië (Hand. 11:25). Na een jaar te hebben gediend in Antiochië, ging hij samen met Barnabas terug naar Jeruzalem om daar de liefdegave over te brengen aan de broeders en zusters i.v.m. de hongersnood die op dat moment plaatsvond (Hand. 11:27-30). We kunnen daarna lezen dat Barnabas en Paulus beiden door de Heilige Geest worden geroepen tot het werk waarvoor de Heer Jezus hen heeft afgezonderd (Hand. 13:1-3). Vanuit de haven van Antiochië, Seleucië, start de eerste zendingsreis van Paulus in de richting van Cyprus. Aangekomen bij een havenstad aan de westelijke kant van Cyprus, Salamis, verkondigen zij het Woord van God in de synagogen aan de Joden (Hand. 13:4,5). Na het bezoek aan Cyprus werd hij bekend als Paulus. Op zijn tweede reis nam Paulus Silas als helper mee (Hand. 15:40). Zij bezochten de bekeerlingen in Galatië. Te Lystra voegde Timoteus zich bij hen (Hand. 16:1-3). Van Troas zeilden zij naar Griekenland. In Filippi werd een gemeente gesticht maar Paulus en Silas werden geslagen en in de gevangenis geworpen (Hand. 16:23). Na hun vrijlating reisden zij door Griekenland. Paulus predikte in Athene en bleef toen achttien maanden in Korinte (Hand. 18:11). Vervolgens keerde hij naar Jeruzalem terug met geld van christenen uit Griekenland en Klein-Azië voor de armen aldaar. Paulus bleef een tijd lang in Syrië. Toen vertrok hij weer naar Efeze. Bijna drie jaar predikte hij daar voor Joden en Grieken (Hand. 20:31). Na Korinte weer bezocht te hebben, keerde hij door Griekenland en Klein-Azië terug naar Jeruzalem. Hij werd gevangen genomen en naar Caesarea gezonden om verhoord te worden door Felix. Twee jaar lang hield men hem vast (Hand. 24:27). Paulus beriep zich tenslotte op de keizer en werd naar Rome gezonden. Onderweg leden zij schipbreuk vlak bij Malta, maar niemand verdronk (Hand. 27:44). Toen zij Rome bereikten, werd Paulus meer dan twee jaar onder huisarrest gehouden (Hand. 28:30). Hij werd waarschijnlijk na zijn verhoor vrijgelaten en heeft mogelijk in Spanje gepredikt. Na een tweede arrestatie werd hij in Rome, omstreeks 67 na Chr., door Nero ter dood gebracht.

 Wat voor man was Paulus?. Hij was niet getrouwd (1 Kor. 7:7). Hij bleef nooit lang op één plaats de gemeente dienen. Hij was parttime tentenmaker (Hand. 18:3). Hij sprak in tongen en profeteerde volop (1 Kor. 14:5,6,18). Vele wonderen en tekenen gebeurden door zijn handen (Hand. 14:3).

 Paulus had een groot aantal positieve kwaliteiten: toewijding, enthousiasme, vastberadenheid, zeer doelgericht, streng en tegelijk diepbewogen, zeer betrokken, grote zorg voor de zielen, toonde medeleven.

 Als we zo het leven van Paulus bekijken dan is het niet vreemd dat hij tegen de gemeente van Fillipi zegt: Weest allen mijn navolgers, broeders, en ziet op hen, die evenzo wandelen, gelijk gij ons tot voorbeeld hebt. (Fil. 3:17).

 

2) Aan wie is de brief gericht (de lezer)?.

We weten dat Paulus zijn brief in eerste instantie richt tot de Christengemeente die samenkomt in Rome, de hoofdstad van het Romeinse Rijk. Verder is deze brief gericht aan alle geliefden van God (de kinderen van God = de gelovigen in Jezus Christus) (Rom. 1:7).

Hoe was de gemeente van Rome ontstaan?.

We weten dat Paulus en Petrus beiden de stad hebben bezocht in hun leven, maar dat de Christengemeente toen al bestond. De gemeente in Rome is dan waarschijnlijk ook niet gesticht door één van de twaalf apostelen of door Paulus. Het is zeer aannemelijk dat er op de 1ste pinksterdag ook Joden en Jodengenoten uit Rome tot geloof zijn gekomen (Hand. 2:10,41). Zij kwamen tot het feest, net zoals de Ethiopiër uit Ethiopië gekomen was om op het feest te aanbidden (Hand. 8:27). We gaan er dan ook vanuit dat Aquilla (zijn naam betekent: een arend) en Priscilla (ook wel Prisca genoemd) (haar naam betekent: oud) wellicht tot geloof zijn gekomen op de 1ste pinksterdag en dat zij en anderen die ook tot geloof kwamen tijdens het Pinksterfeest, het geloof mee hebben genomen naar Rome (Hand. 18:2). In het boek Handelingen lezen we voor het eerst van dit echtpaar, dat altijd samen in de Bijbel vernoemd staat. Ze dienden Paulus in zijn bediening en tot 3 keer toe lezen we dat Paulus hen bedankt voor hun arbeid voor de Heer Jezus (Rom. 16:3,4; 1 Kor. 16:19; 2 Tim. 4:19). Zij zijn dan waarschijnlijk ook de eerste leiders geweest van de gemeente te Rome. In Handelingen 18:2 kunnen we lezen dat onder leiding van Keizer Claudius Caesar, de 4de keizer van het Romeinse Rijk (zijn naam betekent: kreupel), alle Joden uit Italië en dus ook uit Rome, wegstuurt. Onder hen ook Aquilla en Priscilla (Hand. 18:2). Dit gebeurde in 41 na Chr. Dit hield in dat er toen alleen nog maar Romeins / Heidense Christenen overbleven in de gemeente van Rome. In het jaar 54 na Chr. werd Claudius Caesar vermoord door zijn eigen vrouw en kwam al spoedig de 5de keizer, Nero, aan de macht. Hij liet de Joden weer terugkeren naar Rome, daar hij inzag dat zij door hun handelscapaciteiten veel geld in het laatje van Rome brachten. Ondertussen was de leiding in de eerste Christengemeente in Rome in handen van gelovigen uit de heidenen gekomen en het bracht spanning met zich mee toen de Joden terugkeerden in de gemeente. Nu we dit weten, begrijpen we ook beter de brief die Paulus richt aan de Christengemeente te Rome. Als we de brief lezen, dan kunnen we zien dat bijna ieder onderdeel met deze situatie te maken heeft. Paulus, die als Jood een speciale bediening had voor de heidenen, was bij uitstek de aangewezen persoon om hen in hun vragen en problemen bij te staan. In zijn brief aan de gemeente te Rome vertelt Paulus meerdere malen dat het evangelie en de verantwoording daarover eerst voor de Jood is, maar ook voor de Griek (Rom. 1:16; Rom. 2:9; Rom. 2:10). Uiteindelijk zegt hij met grote nadruk: Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, een en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen (Rom. 10:12). Dit bevestigd Paulus elders ook in zijn brieven aan de Galaten en de Kolossensen (Gal. 3:28; Kol. 3:11).

We kunnen uit het bovenstaande opmaken dat de brief is gericht aan de heidense en Joodse gelovigen in Jezus Christus. Het is ook niet opmerkelijk dat de brief als eerste volgt na de vier evangeliën en het boek Handelingen. De brief is niet alleen gericht aan de gelovigen (uit Joden en heidenen) van die tijd, maar aan iedere gelovige die ook nu leeft. Door de brief te bestuderen zullen we gaan zien dat de brief aan de Christengemeente te Rome de basis is van het Christelijk geloof. We weten uit de geschiedenis dat vele bekende predikers en Bijbelleraars door het lezen van deze brief tot geloof zijn gekomen: Augustinus (380 na Chr.), Maarten Luther (1517 na Chr.), John Wesley (1738 na Chr.). Ook vele anderen zijn tot bekering gekomen door het lezen van deze brief.

 3) Wat is de boodschap van de brief?

De kern boodschap van de brief kunnen we op verschillende manieren samenvatten, maar we kunnen het beste de kerntekst pakken, die ook Maarten Luther tot bekering leidde. Romeinen 1:17 zegt: Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven. Paulus is er ook heel duidelijk in: daarin is geen onderscheidt tussen Jood of Griek.

 We kunnen drie hoofdlijnen vinden in de boodschap van Paulus aan de Romeinen, te noemen:

1) Leerstellig: Het evangelie van Jezus Christus de Zoon van God (Hoofdstuk 1-8).

2) Godsbeschikking: Het evangelie en Israël (Hoofdstuk 9-11).

3) Plichtsgetrouw: Het uitleven van het evangelie (Hoofdstuk 12-16).

 

1) Leerstellig: Het evangelie van Jezus Christus de Zoon van God

Hoofdstuk 1:1-15      :       De introductie van het Evangelie.

Hoofdstuk 1:16,17     :       De verklaring van het Evangelie (de                                            kracht van God).

Hoofdstuk 1:18–3:20 :       De universele nood voor het Evangelie.

Hoofdstuk 3:21-31    :       De overgave aan het Evangelie.

Hoofdstuk 4             :       De harmonie van het Evangelie met het                                      O.T.

Hoofdstuk 5:1-11      :       De genade van het Evangelie.

Hoofdstuk 5:12-21    :       De overwinning van de Heer Jezus over de                                        zonde van Adam.

Hoofdstuk 6             :       De weg van het Evangelie naar een heilig                                    leven.

Hoofdstuk 7             :       De plaats van de wet in het leven van de                                    gelovige.

Hoofdstuk 8             :       De Heilige Geest als de Kracht voor een                                     heilig leven.

 

2) Godsbeschikking: Het evangelie en Israël (Hoofdstuk 9-11).

Hoofdstuk 9             :       Het verleden van Israël.

Hoofdstuk 10           :       Het heden van Israël.

Hoofdstuk 11            :       De toekomst van Israël.

 

3) Plichtsgetrouw: Het uitleven van het evangelie (Hoofdstuk 12-16).

Hoofdstuk 12:1,2      :       De persoonlijke toewijding aan God.

Hoofdstuk 12:3-8     :       Dienen door de gaven van de Heilige                                          Geest.

Hoofdstuk 12:9-21    :       De relatie met je naaste.

Hoofdstuk 13:1-7      :       Het gedrag ten opzichte van de overheid.

Hoofdstuk 13:8-14    :       Het leven met het oog op de toekomst.

Hoofdstuk 14:1–15:13       :       De relatie met je medegelovigen.

Hoofdstuk 15:14-33  :       De plannen van Paulus voor de toekomst.

Hoofdstuk 16           :       De liefde voor en de erkenning van de                                        medegelovige.

 

Als we dit zo op een rijtje hebben, dan is het duidelijk dat Paulus de gelovigen in Rome heel duidelijk wilde uitleggen dat ze alleen op grond van het volbrachte werk van de Heer Jezus eeuwig leven konden ontvangen. Dit geldt vandaag de dag ook nog steeds voor ons. De brief aan de Romeinen is een geweldige openbaring van de liefde van God voor de - in Adam - gevallen mens. Als we de Romeinenbrief als leidraad voor ons leven zouden nemen, dan zullen we absoluut in ons leven de genade dieper gaan ervaren en zouden we een heiliger leven gaan leiden. Zullen we de uitdaging aangaan?.