Studies

Het slot van de Romeinen brief.

 

Rom. 15:8. Een sleutelwoord aan het einde van de brief is het woord: Bediening.

De bediening van de Here Jezus hier op aarde is ons grote voorbeeld (Luk.22:27)

De Here Jezus kwam eerst tot Zijn eigen volk zodat ze met het evangelie naar de volkeren zouden gaan. De Here Jezus zei tot Zijn discipelen: Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis van Israël (Matt.10:5,6). Dit betekent niet, dat de heidenen over het hoofd gezien worden, want de Here Jezus sprak ook met enige van hen en beloonde hen ook voor hun grote geloof. Paulus ging naar de hele wereld. De Here Jezus bevestigde de beloften die aan Abraham en de aardvaders van het Joodse volk gegeven zijn. Sommige beloften zijn vervuld en de andere beloften worden vervuld als de Here Jezus terugkomt hier op aarde. Was het egoïstisch van de Here God om de nadruk te leggen bij het Joodse volk? Nee, want door het Joodse volk zou het Goede Nieuws naar de volkeren gaan. In het verleden waren ze ongehoorzaam en kopieerden het afgodische gedrag van de volkeren en kwamen daardoor onder Zijn discipline. Nu kiest de Here God Zijn nieuw geboren Gemeente om het rijkere evangelie naar alle volkeren te brengen.

       Er is een prachtige vooruitgang in de beloften die Paulus doorgeeft.

(a). Rom.15:9. PS.18:50. De Joden verheerlijken de Here God onder de heidenen.

(b). Rom.15:10; Deut.32:43. De heidenen verheugen zich samen met de Joden.

(c). Rom.15:11; Ps.117:1. De Joden en de heidenen aanbidden samen de Here God.

(d). Rom.15:12;Jes.11:10. De Here Jezus zal eens met Joden en heidenen regeren.

Rom.15:13. De gelovigen hebben niet alleen hoop ook vreugde, vrede en kracht.

Rom.15:14-24. De bediening van Paulus aan de volkeren. Het was Zijn Genade die hem redde en het was Zijn Genade die hem riep en hem een apostel van de heidenen maakte. Paulus zag zijn bediening als een priesterlijke taak en alle gelovigen uit de heidenen waren als een “liefde offer” voor Zijn Heerlijkheid.  

De bediening van Paulus werd vervuld door de Heilige Geest. Het doel was om hen door het geloof tot “gehoorzaamheid” te brengen. Het was door woord en daad.

De Here God had een speciaal plan voor Paulus en het was niet zijn prioriteit om op plaatsen te prediken, waar anderen al gepredikt hadden. Dit is ook een ander bewijs dat Petrus nooit in Rome is geweest. Er is helemaal niets verkeerds aan om in het gebied van een ander te gaan dienen (Joh.4:38). Het is ook goed om pioniers werk te gaan verrichten en daarom verlangde Paulus er naar om naar Spanje te gaan, waar in die tijd nog helemaal niemand geweest is (Jes. 52:15).

Rom. 15:25-33. De bediening van de Gemeenten voor hun moeder gemeente.

Paulus had geld ontvangen van de gemeenten uit de volkeren om aan de arme Joodse gelovigen in Jeruzalem te geven. Er waren verschillende redenen.

(a). Het is meer gezegend om te geven en het was een teken van hun liefde.

(b). Een praktische hulp, voor hen die Geestelijk door Paulus gevoed waren.

(c). Het geschenk hielp om de gelovigen dichter bij elkaar te brengen (Gal.3:29). Als de Heilige Geest in de Gemeente leeft, dan is het geven echt geen probleem.

Het was een activiteit van Zijn Genade (2.Kor.8:1-5) in en onder elkaar.

Paulus was niet alleen een leraar, maar hij was ook als een Vader voor hen.

Rom.16:1-27. De bediening van de gelovigen aan Paulus in zijn leven. We zijn geneigd om Paulus op een voetstuk te zetten en hen die om hem heen staan te vergeten. Paulus was de auteur van de brief, maar Tertius schreef hem op.

Gajus gaf hem een plaats om te wonen en te werken. Fébe bracht de brief naar Rome. Paulus begroet 26 personen bij name, ook al is hij nooit in Rome geweest.

Dit vertelt mij duidelijk, dat hij ook voor hen allen bij name bidt.

Het is bemoedigend dat er zoveel zusters met een bediening genoemd worden. Zelfs bij het echtpaar die met Paulus tenten maakte wordt de zuster Priscilla als eerste genoemd. Er waren in Rome ook verschillende huisgemeenten.

Er zijn verborgen geschiedenissen die niet staan opgeschreven in de Bijbel. Hoe stelden Prisa en Aquila, hun leven in de waagschaal om Paulus te redden?

Wanneer zaten Andronicus en Junias in de gevangenis met Paulus?

Wie waren de onruststokers, voor wie Paulus de gelovigen waarschuwde? Misschien krijgen we op deze vragen nog wel eens een goed antwoord. Paulus kan de brief niet afsluiten zonder dat hij waarschuwt tegen de goddeloze leraren die hun weg in de gemeenten proberen te vinden. Het is beter om hen te mijden.

Ze zijn niet gehoorzaam aan de Here Jezus en luisteren naar hun eigen verlangens. De brief begint en eindigt met het woord gehoorzaamheid (Rom.1:5).

Het einde van de brief is geadresseerd aan de Here God die bij machte is om Zijn kinderen te laten staan in allerlei omstandigheden. Paulus vindt het heerlijk om het Mijn Evangelie te noemen. Hij deelde alles uit eigen ervaring. Het was in het Oude testament niet bekend, maar nu geopenbaard aan alle gelovigen in de Here Jezus. Met het geheimenis wordt bedoeld dat de gelovigen uit de Joden en de gelovigen uit de heidenen samen erfgenamen zijn geworden. Ze zijn ook allen delen van hetzelfde lichaam met de Here Jezus als hun enige Hoofd.

Ze hebben ook allen dezelfde inwonende Heiland met dezelfde beloften.

De Here God is onze enige bron en alle heerlijkheid behoort aan de Here Jezus

Wat hebben we met elkaar zo al mogen leren als gelovigen in de Here Jezus.

(a). De Here God ziet mij in Christus. Dat betekent “rechtvaardig” verklaard.

(b). We zijn verlost van de zonde(n) en bevrijd van de macht van de zonde.

(c). We hebben een Soevereine God, die alles onder Zijn controle heeft.

(d). De Here God zal altijd trouw zijn voor ons, onder alle omstandigheden.

(e). Ons lichaam en onze gedachten, zijn een levend offer voor de Here God.

(f). We kunnen Zijn liefde uitleven, over onze vijanden en hen ook zegenen.

(g). We moeten altijd voor onze regering bidden en hoeven nooit bang te zijn .

(h). We worden opgeroepen om met onze verschillen in liefde met elkaar te leven.

(i). Het is mogelijk dat satan onder onze voet is en mensen zijn onze vijand niet!