Studies

Romeinen 9

 De Here God is soeverein wat betekent: Alleen heersend en Oppermachtig (Efz. 2:8,9; 1. Kor. 10:31). Het geloof is uit Genade alleen en is voor alle mensen. Er zijn drie rivieren van profetie in de Bijbel: Israël, de Volkeren en de Gemeente. (2. Kor. 1:20). De Here God zal alle beloften aan allen houden. Ze zijn: Ja, en Amen. (Rom. 8:39). Paulus heeft zekerheid en vreugde, als hij aan de Here Jezus denkt. (Rom. 10:1). Paulus heeft een diep aanhoudend verdriet. Dit was geen pijn voor zichzelf, maar voor zijn eigen volk, want voor velen werd hij gezien als de Judas van het Jodendom en zelfs bestempeld als antisemitisch. Paulus is zo vol van de werkelijkheid van de eeuwigheid. Hij weet dat alles hier op aarde zo kort is en spoedig zou dit leven voorbij zijn en zou zijn eigen volk voor eeuwig verloren zijn. Ze willen hem doden, maar Paulus die een van hen is, houdt van hen net als de Here God van hen houdt. Hij heeft hen op hun eigen gerechtigheid en leegheid van hun hart en hun religie gewezen. Hij predikte en bewees dat de Here Jezus de Zoon van God is (Hand. 9:20-23). Paulus ging altijd eerst naar de synagoge. Dat is ook een teken van zijn liefde. Ze wilden naar hem luisteren totdat hij over de Here Jezus en de heidenen sprak. Daarna begon de keiharde vervolging. Op een gegeven moment wachten ze hem op om hem te vermoorden. Het is tijdens deze tijd, dat hij deze brief schrijft aan de gelovigen te Rome. (Hand. 22:3,18,21). Paulus krijgt van de Here God te horen dat het volk niet naar hem zal luisteren, want ze beschouwen hem als een grote verrader. Hij werd naar de heidenen gestuurd, omdat er geen open deur meer was onder zijn volk. De Here Jezus weende over Zijn volk en Hij zei: Als ze mij afwijzen dan blijft de toorn van de Here God op hen (Joh. 3:36). Stefanus sprak hen ook duidelijk toe en bad voor hen toen hij door hen gestenigd werd. Jesaja troost ons en zegt dat onze tranen voor Israël eens zullen veranderen in grote vreugde (66:10,11).

9:1,2. Ik spreek de waarheid in Christus. Degene die mijn Leven is, weet dat ik volledig de waarheid spreek. Ik lieg niet. Mijn geweten is ook mijn getuige. Ik leef een leven met een schoon geweten, omdat ik doe wat juist is (2. Kor. 1:12).

9:3. Paulus was een evangelist en hij had ook het hart van de Here God. Hij zegt:

Als het mogelijk zou zijn dan zou ik voor hen wel verbannen willen zijn. Zo was ook de hartsgesteldheid van Mozes (Ex. 32:32). De Here Jezus deed, wat zij voor ons niet konden doen, ook al waren ze er wel toe bereid (Gal. 3:13; 2. Kor. 5:21). Paulus geeft eerst zijn hartsgesteldheid en daarna geeft hij ons zijn overtuiging.

9:4,5

(a).     Ze zijn Israëlieten. Dat betekent dat ze nobel en speciaal zijn.

(b).    Ze zijn nationaal geadopteerd door de Here God zelf (Ex. 4:22).

(c).    Ze ontvingen Zijn Heerlijkheid en aanwezigheid (Ex. 24; 1. Kon. 8).

(d).   De Here God wandelde met hen door hun geschiedenis (1 Kor. 10).

(e).     De verbonden met Abraham (Gen. 12:15-17), Mozes (Ex. 19-31) en David (2. Sam 7). Er werd hen ook het Nieuwe Verbond beloofd (Jer. 31:31; Ez. 26:36). (Hand. 3:25). Petrus zegt. Jullie zijn de zonen van de profeten en van het verbond. Het Joodse volk heeft beloften en oorrechten ontvangen die geen volk ontving.

(f).     Het ontvangen van de wetten. Het waren leefregels op sociaal, politiek en religieus gebied. Ze hielpen hen om gelukkig te leven in het Land (Deut. 4:5).    

(g).     De eredienst. Het was de bediening met zijn priesterdienst en offers, om tot een hele intieme relatie van aanbidding te komen met de Here God.

(h).     De beloften. Dit zijn de honderden Messiaanse profetieën. Hierin ligt hun enige hoop (Hand. 2:39;13:32). Er is een hoofdstuk met 29 vervullingen in  één dag. Het is Jesaja 53, wat in Israël het verboden hoofdstuk wordt genoemd. De Here Jezus vervulde al de profetieën aangaande Zijn eerste komst en zal ook al de profetieën aangaande Zijn tweede komst spoedig volledig vervullen.

(i).     De vaders: Abraham, Isaäk en Jacob en allen die Zijn beloften van de Messiaanse hoop steeds weer opnieuw doorgaven aan de volgende      generaties.

(j).     Uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus. Hij kwam uit de Geest  van God en uit het vlees van Israël. Die is boven alles. God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen. De gemeente van God, die hij gekocht heeft met Zijn eigen bloed. Weer een bevestiging dat de Here Jezus 100% God is  (Hand. 20:28). Paulus is heel verdrietig, dat Israël de Here Jezus constant  afwijst. Paulus gaat verder om het karakter van de Here God te omschrijven.

9:6-13. Het ongeloof van Israël is niet in strijd met Zijn beloften.

9:6; 11:4. De Heere heeft nooit aan alle nakomelingen van Abraham de zegeningen van Zijn verbond gegeven. Al is iemand een Jood dan brengt hem dat nog niet in de Hemel (2:28,29). Het Geestelijke Israël is altijd een deel uit het natuurlijke Israël. In de tijd van Elia waren er velen die hun knie bogen voor de afgoden. Het echte Israël is het Israël van het geloof. De Here Jezus zei: Zie, waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is. De Here Jezus zegt tegen de andere Joden dat zij zelfs de duivel als hun vader hebben (Joh. 1:47; 8:33,39,44). Abraham geloofde de Here God en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend. Alleen als een Jood gelooft in de Here Jezus ontvangt hij of zij alle Geestelijke zegeningen en alle beloften (Gal. 3:29).Tijdens de geboorte van de Here Jezus was er ook een gelovig overblijfsel. Anna sprak tot hen in Jeruzalem (Luk. 2:38). 9:7,8,9. Paulus geeft het voorbeeld van de zonen van Abraham met Hagar, Sara en Ketura. De erfenis ging alleen naar Isaäk (Gen. 25:5). De Here God spreekt niet tot Hagar en Ketura, maar wel tot Sara over de belofte en de erfenis.

9:10,11. Er is nog een illustratie van Rebekka (Gen. 18:10; 25:19-24). Ze was in verwachting van twee zonen en de Here God koos de tweede zoon Jacob voordat ze geboren zijn. De Here God spreekt hier niet over hun eeuwige redding maar over hun bediening en hartsgesteldheid hier op aarde. De Here God laat niemand geboren worden voor de hel. De Heere wil allen behouden (2 Pet. 3:9). De Heere kiest ons om te worden zoals de Here Jezus. Paulus zegt dat in het vorige hoofdstuk: Want, die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders en die Hij tevoren bestemd heeft, deze heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, deze heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, deze heeft Hij ook verheerlijkt.

9:13. De Here God zegt duizend jaar later door de profeet Maleachi dat hij Jacob heeft liefgehad, maar Esau heeft gehaat (1:3). Paulus gebruikt hen als voorbeeld. Esau was een wereldse man en trouwde met ongelovige vrouwen. Hij had geen interesse in de Geestelijke erfenis en geeft het weg om aan zijn eigen begeerten te voldoen. Jacob had een moeilijk leven als gevolg van zijn leugens en ongeloof. Jaren leeft hij met de overtuiging dat alles tegen hem is (Gen. 42:36). De waarheid was, dat de Heere alles voor hem bewerkte. Jacob had wel interesse in de Geestelijke beloften en uiteindelijk kon de Heere een werk in hem doen en Zijn Naam werd veranderd tot Israël. Maleachi gebruikt het woord haten lang nadat ze hun leven geleefd hebben. De Heere spreekt over hun nageslacht (Gen. 25:23). Dit is verhelderend! Uit Jacob kwam het volk Israël en uit Esau kwam het volk van Edom. De Edomieten waren afgodendienaren en vijanden van Israël. Ze woonden buiten het Land ten oosten van de Dode Zee. De Here God haat met een volmaakte haat, de zonde en de afgoderij. De kleinzoon van Esau is Amalek, die het Joodse volk aanviel toen ze zo moe waren (Ex. 17). Haman was de zoon van Koning Agag, die de Koning van de Amalekieten was. Hij wilde de Joden uitroeien (Ester. 3:1). Herodus was een Edomiet en wilde zelfs de Zoon van God doden (Matt. 2:16). De strijd tussen Esau en Jacob is in het Nieuwe Verbond de strijd tussen het vlees en de Geest (Gal. 5:16-23). Er is maar een plaats voor ons vlees en dat is het kruis (Gal. 2:20; Rom. 6:6). Geestelijk ben ik in de Here Jezus ook het zaad van Abraham (Gal. 3:6-9). We waren voor de Schepping al in Zijn gedachten en de Here Jezus zegt het ook: Ik heb jullie gekozen (Joh. 15:16). Ik begrijp het niet, maar aanvaard het met blijdschap in geloof. Voorbeeld: We zijn allemaal op weg. Opeens staat er naast de brede weg een deur met de uitnodiging om door de deur te gaan. De meesten lopen gewoon door, maar ik besluit om door die ene deur te gaan. Nadat ik door die deur bent gegaan zie ik op de andere kant: Gekozen voor de grondlegging van de wereld (Efz. 1:4). Het verlangen om ons te bekeren ligt ook in het hart van de Heere (Hand. 11:18; Fil. 2:13). Hij is het die het verlangen in ons legt en wil dat alle mensen tot bekering komen(2. Pet. 3:8).

De Here God doet wat Hij wil en is Soeverein (Ps. 115:3; Dan. 4:35; 1. Tim. 6:15).

(a).     Openb. 4:11; Spr. 16:4. De Here God is Soeverein als de Schepper.

(b).    Job. 23:13; Ps. 103:19. De Here God is Soeverein in de wijze hoe Hij   werkt.

(c).    Rom. 8:35,39. De Here God is Soeverein wat betreft onze redding.

(d).   Rom. 9-11. De Here God is Soeverein wat betreft Israël.

6:14-24. Het ongeloof van Israël is niet in strijd met Zijn karakter.

Is het waar, dat de Here God niet eerlijk en niet rechtvaardig is? Men zegt dat heel vlug en we horen het ook van de lippen van de vrouw van Job (2:9). Paulus geeft de sterkste vorm van ontkenning door: Volstrekt niet!

9:15-17. De Heere is Soeverein, maar het gaat tezamen met onze vrije keuze. Met keuzes heb ik ook mijn grenzen. Ik kan niet vliegen en niet op de zon wonen. Met de keuzes en mijn geweten kan ik de Here Jezus aanvaarden en Hem vinden want de Here God is niet ver van ons (Hand. 17:26,27). Dit hoofdstuk is bedoeld om ons op de juiste plaats te zetten en voor altijd af te rekenen met onze trots. Mozes en farao. Het was farao die het Joodse volk haatte. Mozes die het volk lief had. Beide waren geschapen door dezelfde God en beide waren moordenaars. Mozes reageerde (Heb. 11:26) en farao rebelleerde op de roepstem van de Heere. Dezelfde zon die de boter zacht maakt, maakt de klei hard. Het is wel de zon. Zo is het ook met ons. Het is de Here God alleen die alles in ons bewerkt. Mozes en farao worden beiden gebruikt door de Here God en het was farao die de Naam en de Kracht van de Here God openbaarde. Het was Mozes die gebruikt werd om het volk te bevrijden. De soevereine God komt altijd tot Zijn doel. In hun overwinningslied wordt de naam van Mozes niet genoemd. (Ex. 15:1-19). De Heere krijgt alle eer. Rachab vertelt hen precies hetzelfde (Joz. 2:10). Dit was een grote troost voor de gelovigen in Rome met Nero op de troon. Er is een spanning tussen Zijn soevereiniteit en de verantwoordelijkheid van de mens. Zo was dat ook met Judas. Het was jaren voorheen voorzegd dat hij de Jezus zou verraden voor zijn geboorte, maar hij maakte wel zijn keuze. Men vroeg aan Spurgeon hoe hij de soevereiniteit en de menselijke verantwoording met elkaar kon verenigen. Hij antwoordde: Ik probeer nooit vrienden met elkaar te verenigen. Het zijn twee rails die elkaar nooit ontmoeten, maar als je er tussen staat en je kijkt in de verte lijkt of ze bij elkaar komen. We moeten bidden of alles van de Heere afhangt en werken of alles van ons afhangt zei Augustinus. Paulus zegt duidelijk dat de Here God rechtvaardig is. (Joz. 11:18). Jozua maakte voor een lange tijd oorlog om de vijand te vernietigen. (1 Thes. 5:9; Efz. 1:4). We zijn christenen, omdat de Here God ons gekozen heeft. We zijn christenen omdat we zelf ook eens die keuze gemaakt hebben (Joh. 1:12). De Here Jezus zei: Allen die tot Mij komen zal ik nooit wegsturen (Joh. 6:37).

9:18. Paulus spreekt het niet tegen, dat de Here God werkt zoals Hij het wil!. 9:19-21. Het antwoord van Paulus is veel korter. Maar gij o mens! Wie zijt gij dat gij God zoudt tegenspreken. We hebben het recht niet om zo te praten! Er zijn veel dingen die ik ook nog niet begrijp (1 Kor. 13:12). Hij is de Here God en de Here God is één en wij zijn het niet. Hij verlangt van ons dat we Hem met ons gehele hart voor en in alles vertrouwen. Met deze houding wordt zoveel opgelost. (Gen. 18:25). Zal de rechter van de gehele wereld, geen recht doen? Paulus denkt aan Jesaja (64:6-8) en aan Jeremia (18) die voorbeelden van de Hemelse potter aan ons doorgeven. U bent de Hemelse Potter en wij zijn het werk van Uw handen. Het verschil tussen de potter en modder is groot. Als de Hemelse potter een mooie pot van je maakt, mag je nooit vergeten dat Hij je zo gemaakt heeft.

9:22-24. De Here God is soeverein en heel geduldig en Hij heeft ons apart gezet.

De zondeval was nodig, zodat de Here God Zijn heilige boosheid kon openbaren. De zondeval was nodig, om ons ook Zijn kracht te openbaren (Openb. 6-19). De zondeval was nodig om ons Zijn kracht te openbaren in onze eeuwige Redding. (Kol. 1:27). De Here God redde mij en openbaart in mij Zijn volledige heerlijkheid (Openb. 15:3). Almachtige Heer en God, wat U hebt gedaan is groot en wonderbaar. Heerser over de volken. Uw wegen zijn juist en goed. Te dichter we bij de Heere zijn, te meer we Hem aanbidden en kunnen we hen niet dulden die rebelleren. Samuël hield veel van Saul maar wijst hem duidelijk terecht  (1 Sam. 15:35; 28:18).

9:25-33. Het ongeloof van Israël is niet in strijd met Gods volmaakte plan.

9:25. Paulus wijst op Hosea (2:23) die zegt: Ze zijn niet mijn Volk. Hij zegt ook dat ze eens weer Zijn volk zullen zijn. De profeten zagen het in hun tijd vervuld en ook is het een toekomstige waarheid met Israël (Rom. 11:1,26,27). Ze zijn nu niet allemaal Zijn volk, maar zullen het in de toekomst wel zijn. Als Israël geen rekening met de Here Jezus houdt dan zijn ze hetzelfde als alle ongelovigen.

9:27. De profeet is Jesaja (10:22,23) spreekt over een gelovig overblijfsel. Hij zag het ongeloof van Zijn volk tijdens zijn leven en in de verre toekomst.

9:28. (Amos 3:11). Het geduld is groot, maar als het oordeel komt zal het snel en grondig zijn. Het is allemaal al aan ons geopenbaard (Openb. 6-19).

9:29. De enige reden dat enigen van ons gered zijn, komt doordat de Here der Heerscharen een zaad overlaat. Anders zou precies hetzelfde met Israël gebeurd zijn en ons wat vroeger met Sodom en Gommorra reeds is gebeurd.

9:30-33. Het ongeloof van Israël is niet in strijd met Zijn waarheid. Het gevolg van hun ongeloof is dat er plaats gemaakt is voor de heidenen die de Here God niet eens zochten. Denk aan de oudere zoon die buiten het huis en de jonge zoon is in het huis. (Luk. 15:11-26). De dief die naast de Here Jezus op het kruis hing ontvangt vergeving en de meeste farizeeën die vol van zichzelf zijn niet.

9:31,32. (Hand. 16:31). Geloven in de Here Jezus is het enige wat je moet doen om behouden te worden. Jesaja (8:14) had al voorzegd dat ze zouden struikelen over die steen (1. Pet. 2:8). De steen is een titel van de Here God en zij die in Hem geloven zullen niet beschaamd en niet vol vrees zijn. Paulus begint heel bedroefd (1-3). Later gaat hij verder in gebed (10:1). Uiteindelijk eindigt hij in aanbidding (11:33-36). De verwerping van Israël stuurde het plan van de Here God niet in de war. Hij ging naar de heidenen, die het Goede Nieuws met blijdschap aannamen. De Here God heeft altijd een gelovig overblijfsel onder het Joodse volk (9:27). De gelovige Joden en heidenen vormen één geheel in de gemeente (Efz. 2:11-22). Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Het volgende hoofdstuk gaat over onze eigen verantwoordelijkheid en hoofdstuk elf over Zijn eeuwige beloften.