Studies
Romeinen 5
De Romeinenbrief is een brief van logica. Vandaar dat er vaak ‘daarom’ staat. Rom. 3:20. Daarom wordt uit de werken van de wet geen vlees gerechtvaardigd.
Rom. 5:1. Daarom hebben we vrede met God, door onze Here Jezus Christus.
Rom. 8:1. Daarom is er geen veroordeling, voor hen die in Christus Jezus zijn.
Rom. 12:1 Daarom stellen wij ons lichaam, als een levend en welgevallig offer.
Paulus heeft bewezen dat de wereld schuldig voor de Here God is (Rom. 3:20). Hij heeft bewezen dat de weg van Zijn redding altijd door Genade is (Efz. 2:8,9). Paulus heeft Abraham en David gebruikt als voorbeeld (Rom. 4). Kunnen we er zeker van zijn dat onze redding ook voor eeuwig is? (Rom. 4:25).
5:1-10. De zegen van onze rechtvaardiging.
(1). Rom. 5:1,10. We hebben Vrede met God. De oorlog is voorbij (Ps. 7:11). Voorheen zag de Here God mij als Zijn vijand, omdat we de wet niet vervullen. We hadden geen vrede (Jes. 48:22), maar Zijn vrucht is vrede (Jes. 32:17).
(2). Rom. 5:2a. We hebben toegang tot de Here God. Voorheen werd de Jood door het voorhangsel en de heiden door een muur van een Heilige God gescheiden. Toen de Here Jezus stierf scheurde het voorhangsel (Luk. 23:45) en werd de tussenmuur weggenomen (Efz. 2:14). In Christus hebben wij allen vrije toegang.
(3). Rom. 5:2b. We hebben een glorieuze hoop. De Vrede met God heeft met het verleden te maken. De toegang tot de Here God is voor het heden. De hoop van Zijn heerlijkheid is voor de toekomst, maar ook, door Zijn inwoning, voor vandaag. In Christus roemen wij in Zijn Rechtvaardigheid en in Zijn Heerlijkheid.
(4). Rom. 5:3,4. Problemen kunnen we niet ontlopen en veranderen ons karakter.
(5). Rom. 5:5-8. Zijn liefde is uitgestort in ons hart. Geloof (5:1), Hoop (5:3) en Liefde (5:5) bouwen ons karakter en geven ons geduld tijdens moeilijkheden.
(6). Rom. 5:9,10. We zijn gered van de komende toorn. De Here Jezus stierf voor ons toen wij zondaren waren, hoeveel te meer blijft Hij ons redden nu wij Zijn vrienden zijn. Er is geen komend oordeel voor de gelovigen (1 Thes. 1:10). Als Zijn dood zoveel voor ons teweeg brengt, hoeveel te meer dan Zijn leven. Hij bidt voor mij (Heb. 7:25) en schreef in ons Zijn wil met Zijn bloed (Luk. 22:30). Door Zijn leven is Zijn wil van kracht geworden en zijn we met Hem verzoend.
5:11. We zijn verzoend en kunnen weer in gemeenschap met Hem leven. De mens verklaarde de oorlog (Rom. 1:18-32) en verdient het eeuwige oordeel. De Here God verklaarde de oorlog niet, maar stuurde Zijn eigen Zoon (Efz. 2:18). De Here Jezus stierf voor ons en leeft voor ons en komt voor ons! Halleluja.
5:12-21. Het fundament van onze rechtvaardiging. We komen nu tot het hart van de brief. Het volgende is belangrijk om in te zien. We lezen steeds weer het woord één (11 keer) en het woord regeren (5 keer). Paulus ziet twee mensen Adam en de Here Jezus. Beide regeren over een Rijk. De woorden ‘veel meer’ wordt 5 keer gebruikt. Dat betekent dat we in de Here Jezus veel meer verkregen hebben dan wat we in Adam verloren zijn. In dit gedeelte zien we de tegenstellingen tussen Adam en de Here Jezus. Adam ontving bestuur over de Oude Schepping. Hij zondigde en verloor zijn autoriteit. Als gevolg van de zonde van Adam zijn alle mensen onder de zonde veroordeeld. De Here Jezus kwam als Koning over de Nieuwe Schepping. Als gevolg van Zijn gehoorzaamheid tot het Kruis, bracht Hij vergeving, rechtvaardigheid en leven. De Here Jezus deed niet alleen de zonde van Adam te niet. Hij deed veel meer om ons Zijn zonen en dochters te maken. Door het menselijk ras te veroordelen door één mens (Adam) kon Hij ze ook door één mens redden (Jezus Christus). De nadruk ligt niet in de wet, maar in de twee hoofden (Adam of Christus). De engelen kunnen niet gered worden, want zij zijn geen deel van een ras. De engelen hebben geen vertegenwoordiger om hun oordeel op zich te nemen.
5:12-14. Hoe weten we dat we met Adam verbonden zijn? Er was geen wet tot Mozes. Alle mensen stierven wel en allen zijn ook zondaren (1 Kor. 15:22). De overtreding van Adam in tegenstelling met het geschenk van de Here Jezus. 5:12,18. Zijn Genade brengt ons niet alleen leven, maar veel meer. Toen Adam zondigde, werd hij onrechtvaardig verklaard en regeerde de dood. Als een zondaar de Here Jezus aanvaardt dan wordt hij rechtvaardig verklaard. (Rom. 14:17). Als gevolg van ons geloof gaan we een heel nieuw Koninkrijk binnen.
5:17. In Adam verloren we ons Koningschap. In Jezus regeren we als Koning.
5:18. Adam zondigde één keer (Gen. 2:16,17). De Here Jezus stierf één keer. Onze eenheid met Adam maakte ons zondaren. Onze eenheid met de Here Jezus maakt ons heiligen en geeft ons ook de autoriteit om hier op aarde te regeren.
5:20,21. Adam en Eva ontvingen Genade. Zo ook de aartsvaders en Israël. Toen de wet kwam werd de zonde meer. Toen de eeuwige Genade kwam werd dat veel meer door het rechtvaardige leven van de Here Jezus (Joh. 1:17). Een voorbeeld uit het Oude Testament. Saul werd afgewezen en David gezalfd. Zij die David vertrouwden ontvingen later Zijn Koninkrijk van rust en vrede. Zij die Saul vertrouwden eindigden in schaamte en werden vernederd. Net als David is de Here Jezus Zijn Gezalfde. Satan is nog vrij om mensen voor zich te winnen. De zonde en de dood regeren in de Oude Schepping, waarvan Adam het hoofd is. Genade en Rechtvaardigheid regeren in de Nieuwe Schepping Als we ons aan de Here Jezus overgeven zullen we ook met Hem regeren.
5:14. Adam werd een spiegelbeeld van de Here Jezus. Adam kwam van de aarde. De Here Jezus kwam uit de Hemel (1 Kor. 15:47). Adam werd verzocht in het paradijs. De Here Jezus werd verzocht in de woestijn. Adam was een dief en werd uit het paradijs verbannen. De Here Jezus keerde zich tot een dief en zei: ‘Heden zal je met Mij in het paradijs zijn’ (Luk. 23:43). We zijn veel beter af in de Here Jezus als in Adam, als hij nooit gezondigd had. Er wacht ons een huis in de Hemel en we leven nu met een innerlijk proces om meer als de Here Jezus te worden. Je kunt het niet helpen dat je in Adam geboren bent. Je kunt het wel helpen om in Adam te blijven. We kunnen allen een tweede geboorte ervaren.


