Studies
Het elfde en twaalfde hoofdstuk van het evangelie van Markus.
Om in Jeruzalem te zijn gedurende het paasfeest, was een grote vreugde voor het hele volk. Duizenden Joden kwamen naar Jeruzalem uit vele delen van de wereld, waar ze woonden. Iedereen was heel enthousiast en de Romeinen waren altijd op hun hoede voor een oproer.
In deze situatie kwam de Here Jezus ook naar Jeruzalem met minder dan een week te leven.
1-11 Onderweg kwamen ze in Bethanië. Vandaar had je een prachtig uitzicht over Jeruzalem.
De Here Jezus ging iets doen, wat Hij nooit eerder had gedaan. Iets wat hij zijn volgelingen constant verboden had te doen. Hij ging nu publiekelijk de aandacht trekken tot Zijn eer.
De Here Jezus zond twee van Zijn discipelen vooruit, naar het plaatsje Bethfage om een jonge ezel waar nog nooit eerder iemand op gereden had voor Hem te halen. Het was in die tijd ook een dier, waar een Koning op kon zitten (1.Kon.1:1:33).Onze Heiland had deze ezel ook nodig om de profetie uit Zacharia (9:9) te vervullen. De vervulling had twee doeleinden.
(a). Hij verklaarde hiermee, dat Hij de Koning van Israël was en de lang verwachte Messias.
(b). Hij daagde de religieuze leiders expres uit om tot Aktie te komen, wat tot Zijn arrestatie, Zijn gericht en kruisiging zou lijden. De Joodse leiders hadden besloten om Hem tijdens het Feest niet te arresteren, maar de Heere God had andere plannen. Het lam van God moest sterven op het Paasfeest. De Here Jezus is soeverein en legt Zijn leven neer op Zijn tijd!
Er waren heel veel nationalistische Joden, die graag meededen met deze dansende stoet.
Ze vierden met deze parade, dat de Here Jezus de Joodse Koning en de Zoon van David is.
Joh.12:12. De meeste van deze mensen, waren erbij toen Hij Lazarus uit de dood opwekte.
Misschien heeft u het ook wel eens gehoord, dat dit dezelfde groep mensen was, die later riepen: Kruisig Hem, Kruisig Hem, maar dat geloof ik niet! Zij, die Hem wilden kruisigen kwam over het algemeen uit Judea en Jeruzalem. In Galilea was de Here Jezus heel populair.
Als er een Koning werd verwelkomd, dan was het de gewoonte dat de mensen hun jassen met Palmtakken op straat legden (2. Kon.9:13). Hossana, betekent Redt Nu! (Ps.118:25,26). Jezus liet hen hun gang gaan. Openlijk bevestigde Hij Zijn Koningschap als de Zoon van David.
De Romeinen waren gewend aan "Victory" parades en deze leek voor hen echt nergens op.
Bij een Romeinse intocht had de generaal minstens 5000 duizend van zijn vijanden gedood, Bij de Here Jezus kwamen er later 5000 mensen tot geloof (Hand.4:4). Zijn intocht was een overwinning van de liefde over de haat, een overwinning van de waarheid over de leugen en een overwinning van het leven over de dood. Geen wonder, dat de Here Jezus veel tijd in gebed nam om Zich goed voor te bereiden voor deze moeilijke laatste week van Zijn leven.
11:12-26. Het veroordelen van de vijgenboom en het reinigen van de tempel waren twee daden, die de arme Geestelijke gesteldheid van het volk Israël duidelijk lieten zien.
Uiterlijk was Israël een onvruchtbare boom en innerlijk heel corrupt.
De vijgenboom produceert bladeren in Maart of April en begint dan ook vrucht te dragen in Juni en later nog eens in Augustus. De aanwezigheid van bladeren betekende, dat er ook vrucht aanwezig moest zijn. Als de Here Jezus de kracht had om de boom te doden, waarom gebruikte Hij Zijn kracht dan niet om de boom tot nieuw leven te brengen, zodat ze weer vrucht kon produceren? Met de zwijnen die zelfmoord pleegden (Mark.5:13) is dit het enige wonder waarin Jezus Zijn wonderlijke macht gebruikt om iets van de natuur te vernietigen.
In het Oude Testament is de vijgenboom een beeld van Israël (Jer.8:13). Israël bracht wel bladeren, maar geen vrucht voort. De boom droogt op vanaf zijn wortels (Matt.13:10). Drie jaar eerder had Johannes de Doper de bijl al bij de wortel van de boom gelegd (Matt. 3:10).
(1). De discipelen zagen in, dat dit een teken van oordeel was voor Israël van de Here Jezus.
De profeet Micha geeft door dat de Heere op zoek is naar rijpe vruchten van Zijn volk (7:1-6). Jezus verlangt dat we vrucht dragen en zo niet dan beschouwt Hij het als zonden (Joh.15:16). (2). De Here Jezus leert ons ook een les van geloof. De volgende morgen zagen de discipelen dat de boom dood was. Jezus zei: Hebt geloof in God: Ga door in je vertrouwen te stellen en je over te geven aan de Heer. In de ogen van het Joodse volk is een berg een probleem dat in de weg staat (Zach.4:7). We kunnen deze bergen, verschuiven door op God te vertrouwen. We moeten oppassen dat we dit gedeelte niet isoleren, met de rest van het woord van God.
Het gebed moet in de wil van de Heer zijn en we moeten in Zijn liefde blijven (1.Joh.5:14,15). Geloof betekent dat we de Heere te vertrouwen op Zijn Woord (Rom.10:17). Zijn Woord openbaart ook Zijn wil aan ons. Bij het gebed hoort vergeving naast het geloof (Ps.66:18).
Ik moet in relatie zijn met mijn Vader in de Hemel en mijn broers en zusters hier op aarde.
Het eerste woord in het gebed voor de discipelen is: Onze Vader die in de Hemelen zijt.We zijn een deel van een wereldwijde familie en gebed brengt ons bij elkaar. Ons verlangen om te vergeven is een teken dat we in een juiste relatie met de Heer leven en Zijn wil doen Dit maakt het mogelijk voor onze hemelse Vader om gebeden te horen en te beantwoorden.
11:15-19. De Here Jezus had de tempel bij zijn eerste bezoek ook al gereinigd (Joh.2:13-22).
Het duurde niet lang of de wisselaars mochten weer geld wisselen in de tempel. De priesters ontvingen hier ook hun eigen deel van. Het was natuurlijk ook gemakkelijk voor de pelgrims, want stel je voor dat je met je schaapje de hele weg had afgelegd en het werd afgekeurd. Deze markt stond op het plein van de heidenen. Dit was de plaats waar ze hadden moeten evangeliseren en bidden met de gasten. Markus noemt de mensen die duiven verkochten. De duif was het offer dat de armen konden betalen (Lev. 14:22). Het offer van Jozef en Maria
De Here Jezus was altijd heel meelevend met de armen van de maatschappij (12:41-44).
Op dat moment openbaarde hij de zonden van de religieuze leiders. Het volk zag de tempel als een plaats van offeren. Jezus beschouwde het als een plaats van voorbede en gebed.
Het ware gebed is tegelijk een offer (Ps.141:1,2). De Here Jezus dacht aan het Geestelijke gedeelte van het geloof en die Joden dachten aan zichzelf en de tradities der vaderen.
Een rovershol is een plaats waar rovers heengaan om zich te verbergen en zich thuis voelen.
Zij gebruikten de tempel en de religieuze rituelen om hun zonde en huichelarij te bedekken.
(Jes.1:10-17; Jer. 7:1-16) De profeten hadden de mensen al gewaarschuwd dat de fysieke tempel niets te maken had met de zegeningen van de Heer. Het ging altijd om het hart.
Toen ze hoorden wat de Here Jezus gedaan had,wilden ze Hem te arresteren (14:1,2).
Judas zou hun probleem oplossen. Het is goed om ons eigen hart grondig te onderzoeken.
Als de Here Jezus opeens in onze eigen gemeente zou komen, wat zou Hij ervan denken?
11:27. De volgende dagen deden de religieuze leiders hun uiterste best om de Here Jezus te vangen met hun vragen. Hij antwoordde hen vier vragen en daarna vroeg Hij hen één vraag, die hen voorgoed tot stilte bracht. Als de beschermers van de wet, hadden ze al het recht om na te gaan als iemand hen vertelde dat hij van God kwam(Deut.18: 15-22).
Deze mannen zochten niet naar de waarheid, maar bewijs om Hem uit te schakelen (11:18). De Here Jezus wist precies wat ze van plan waren en stelt hun vraag met een weder vraag..
Waarom nam de Here Jezus hen terug naar Johannes de Doper? De Heere leert ons geen nieuwe waarheid, als we de oude nog niet geleerd en gehoorzaamd hebben (Joh.7:17).
Gehoorzaamheid is het hart van Geestelijke kennis. De leiders hadden de lessen van Johannes niet aan genomen. Als ze de boodschap van Johannes gehoorzaamd hadden, dan hadden ze de Here Jezus met vreugde aanvaard. Vandaar geen nieuwe boodschap!
Johannes was de voor bereider. De leiders hadden zichzelf in een moeilijke situatie gebracht. Ze vroegen zich niet af of het waar en juist was. Ze vroegen zich af of het veilig was.
Jezus weigerde niet om hen een antwoord te geven. Hij ging niet mee met hun huichelarij. Voordat ze weg konden gaan vertelde Hij hen een gelijkenis die hun zonden openbaarde.
12:2-5 De wijngaard was een wel bekend beeld van Israël (Ps. 80:8-16; Jes.5:1-7). Het gaat over een periode van drie jaar. In het vierde jaar was de geliefde Zoon gezonden. Het was het jaar dat de vrucht voor de Heere zou zijn (Lev.19:24). Als de houders van de wijngaard de erfgenaam doodden, dan zouden zij er met de wijngaard vandoor gaan (Hebr. 13:12,13).
Ze wilden hun positie behouden en deinsden er niet voor terug om daar voor te moorden.
De Here Jezus vroeg: Wat zal de eigenaar van de wijngaard dan moeten doen(Matt.21:41). Hij herhaalde hun antwoord met een profetie (Ps. 118:22,23) De steen of rots is een bekend begrip voor de Messias (Ex. 17:6; Dan. 2:34; Zach. 4:7; Rom. 9:32,33; 1.Kor. 10:4; 1.Pet. 2:6). Ze hadden niet alleen de Zoon afgewezen, maar ook de steen. Het gevolg is het oordeel!
12:13-17. Door de Here Jezus kwamen twee vijanden, de Farizeeën en Herodianen bij elkaar.
Jezus gaf het gesprek een wending van politiek naar principes en ving hen in hun eigen val.
Het beeld van Caesar is op de munt, wat spreekt van zijn autoriteit. Het feit dat je die munt gebruikt is het bewijs dat je er waarde aan hecht. We mogen nooit vergeten, dat we in het beeld van de Here God geschapen zijn. Daarom moeten we onder Zijn heerschappij leven!
De Here Jezus zag de belasting als geld voor de regering die hun diensten aan hen gaven. Vandaag vallen de brandweer en de politie enz. er ook onder, die ons beschermen.
De gelovige zal het er niet altijd mee eens zijn, hoe hun belasting geld besteedt wordt. We moeten aanvaarden dat de Heere de regering heeft gegeven voor onze bescherming en voor ons welzijn (Rom.13). Onze gehoorzaamheid mag nooit tegen de Heere ingaan (Hand.5:29).
12:18-27. De sadduceeën waren een groep die niet geloofden in een leven na de dood, niet in de opstanding, niet in demonen en niet in engelen en in het eeuwig oordeel(Hand.23:8). De meeste sadduceeën waren priester en heel rijk. Ze beschouwden zichzelf als de besten. Ze vroegen een rare vraag aan de Here Jezus die gebaseerd was op de wet van het huwelijk.
Deze vrouw had een serie van zeven mannen gehad in haar leven. Allen waren gestorven, dus als er een opstanding van de doden bestaat moest ze verder leven met zeven mannen.
De Here Jezus openbaart hun onwetendheid(1). Allereerst de kracht van God en de waarheid omtrent Zijn Woord. De opstanding is niet het herstel van het lichaam, zoals wij het kennen. Het is de ingang naar een heel nieuw leven dat anders is. Dezelfde God die de engelen heeft geschapen en hen hun natuur heeft gegeven is bij machte om ons nieuwe lichamen te geven die we nodig hebben voor de hemel (1.Kor.15:38-58). Jezus zei niet dat we engelen zouden worden of als de engelen zouden zijn. De gelovigen zijn hoger dan de engelen (1 Joh.3:1,2). Met ons opstanding lichaam zijn we sexloos en geen huwelijken meer. In onze eeuwige staat zijn onze lichamen volmaakt en is er ook geen dood meer. Geen noodzaak tot een huwelijk, voortplanting en de voortgang van het menselijk ras. De sadduceeën waren onwetend wat betreft het Woord. Ze zagen niet in dat Moezes een voortgang na dit leven leerde. Het was
bij de brandende braambos. De Heere zei niet dat Hij de God van Abraham, Isaäk en Jacob was (Verleden tijd), maar Hij zei: Ik Ben. De oude aards vaders leefden toen de Heere deze woorden tegen Mozes sprak. Mozes leert ons duidelijk dat er eeuwig leven na de dood is.
12:28-34; Matt. 22:34,35. De volgende uitdaging was van een Schriftgeleerde die ook een farizeeër was. Ze hadden vast gesteld dat er 613 wetten waren. 365 negatieve en 248 positieve wetten. Hun favoriete bezigheid was om te bespreken welke de belangrijkste was. De Here Jezus deelde de grootste belijdenis van hun geloof. De "shma Israël" (Deut.6:4,5). Dit is de belijdenis van het Joodse religieuze volk die ze iedere morgen en avond bidden. Daarna sprak de Here Jezus over je naaste liefhebben als jezelf (Lev.19:18). Hij maakte de "LIEFDE" het belangrijkste in het leven omdat de liefde de vervulling van de hele wet is. Nadat de Schriftgeleerde het antwoord van de Here Jezus had gehoord durfde de man Hem te prijzen voor Zijn antwoord. Het woord had het hart van deze man diep geraakt.
Hij kreeg hierdoor een dieper Geestelijk inzicht. Zelfs het Joodse geloof leerde hen dat er meer was dan "offers en het houden van de wet" (1.Sam.15:22; Jer. 7:22,23; Mich. 6:6-8).
Wat betekent het als de Here Jezus zegt dat iemand niet ver van het Koninkrijk van God is?
Het betekent dat iemand zelf de waarheid eerlijk onder ogen komt en zich niet langer laat beïnvloeden door een religieuze groep . Mensen die dicht bij het Koninkrijk zijn , durven voor de waarheid uit te komen, zelfs al verliezen ze vrienden en maken ze daardoor ook vijanden.
12:35-37. Nu stelde de Here Jezus ook een vraag. Hij stelde direct de allerbelangrijkste vraag. Wie is de Christus of ook wel genoemd: De Messias en wiens Zoon is Hij (Matt.22:42) ?
Als we er naast zitten met Jezus dan zitten we er ook naast met onze eeuwige redding.
Jezus noemde Psalm 110:1 en vroeg hen om aan Hem uit te leggen hoe de zoon van David ook Zijn Heer kon zijn? De joden geloven dat de Messias de Zoon van David is (Joh. 7:41).
De enige wijze dat de zoon van David ook de Heer van David kon zijn was als de Messias de Here God is die mens geworden is. Het antwoord het wonder van de maagdelijke geboorte.
12:37b-44. Dit gedeelte eindigt met een waarschuwing tegen de trots van de rijken en de schriftgeleerden. Ons karakter maakt een mens waardevol en niet ons beroep of status.
Je moet je karakter ontwikkelen door je dagelijkse wandel met de Heer.
De religieuze mensen maakten er een show van wat betreft hun gaven (Matt.6:1-4).
De Here Jezus was helemaal niet onder de indruk van hun grote gaven.
De rijken gaven van hun overvloed, maar de arme weduwe gaf alles wat zij bezat. Met haar laatste gave liet ze zien dat ze zich geheel aan de Heer had toevertrouwd. Hij is alles waard en Hij mag alles hebben. Voor de rijken stelde hun gave niets voor, maar de arme weduwe gaf alles wat zij had. Trots in je leven en trots in je geven is zonde. Misschien dat sommige onder ons haar bekritiseren omdat ze niet achter hield voor haar toekomst! Zo is het leven uit geloof. We geven wat we hebben aan de Heer en vertrouwen Hem voor de toekomst.
Hoe tragisch dat de leiders leunden op een religieus systeem welke spoedig verdwijnen zou. Hoe wonderlijke is het dat de gewone mensen graag naar de Here Jezus luisterden en blij waren met Zijn Woord. Als we niet inzien dat Zijn woorden radicaal en revolutionair zijn, dan hebben we de nadruk van Zijn bediening helemaal gemist. Het is goed om je af te vragen
Bij welke groep hoort U of jij of ik !?
Hij heeft ons toch beloofd dat Hij voor ons zal zorgen als we Zijn Koninkrijk eerst zoeken!
Normaal trad Jezus niet als rechter op. (Joh.12:35-41). Er komt een tijd dat dit het enige is wat de Hij kan doen.


