Studies
Het tiende hoofdstuk van vers een tot vers een en dertig van het evangelie van Markus.
10:1-4. De Farizeeën probeerden de Here Jezus met hun vraag in de val te lokken. Als Hij zou zeggen dat Hij echtscheiding goedkeurde, dan zou Hij hun handelswijze ondersteunen en ze dachten niet dat Hij dat zou doen. Als Hij zich zou uitspreken tegen echtscheiding dan zou Hij Zich de woede van Koning Herodus Antipas op de hals halen (Ze waren op dat moment in zijn gebied). Johannes de Doper had zich al uitgesproken tegen zijn echtscheiding en overspel (6:17-28) en was hierdoor onthoofd. Dit is ten diepste wat de Farizeeën eigenlijk wilden. De Here Jezus gebruikte deze strikvraag om hen Gods bedoeling met het huwelijk duidelijk te maken en neemt hen mee naar de instelling van de Heer over het huwelijk van voor de zondeval (Gen. 2:21-25). Ze dachten helemaal niet aan Zijn bedoeling met het huwelijk, maar alleen aan handige egoïstische regelingen
Hij toonde deze zogenaamde experts van de wet hoe oppervlakkig hun kennis in werkelijkheid was
10:5-12. De Joodse wet stond echtscheiding toe, vanwege de zondigheid van de mens en hun hart.
Scheiding werd niet aanbevolen, maar ingesteld om de benadeelde partij te beschermen met een scheidbrief. Jammer genoeg gebruikten de Farizeeën de wet (Deut.24:1-4) als een rechtvaardiging om te gaan scheiden. De Here Jezus legde uit dat dit Gods bedoeling vanaf het begin niet zo was.
Kies samen voor een onvoorwaardelijke en voor een levenslange toewijding aan elkaar.
Dan heeft een huwelijk veel meer kans van slagen: Wees niet harteloos zoals deze farizeeën, maar vastberaden in het voornemen om elkaar met Gods hulp trouw te blijven en heel lief te hebben. De vrouwen werden vaak als een bezit beschouwd en huwelijk en scheiding werden gezien als zakelijke handelingen, zoals het kopen en verkopen van Land. Jezus veroordeelde zulke praktijken door Gods bedoeling te verduidelijken, dat het huwelijk twee mensen één maakt (Gen.2:24).
De Here Jezus houdt het huwelijk hoog en zei tegen Zijn volgelingen dat ze daarnaar moesten leven. Vandaag is het huwelijk ook een beeld van de Here Jezus met Zijn gemeente (Efz. 5:25).
10:13-16. Eerst trouwen en daarna kinderen is de normale regel. Het Joodse volk ziet kinderen als een zegen en niet als een last (Ps.127,128). Geen kinderen bracht en brengt hen verdriet en pijn.
Het is tot heden een gewoonte om de kleine kinderen naar de rabbi’s te brengen voor een zegen.
Zo was het normaal om de kleintjes bij Jezus te brengen. Sommigen waren nog baby (Luk. 18:15). Anderen konden al lopen. Hij verwelkomde allen! Waarom bestraften de discipelen de ouders en wilden ze de kinderen van Jezus weg houden? Ze dachten dat ze Jezus een gunst bewezen. Het diepste probleem was dat hun hart verhard was (Matt. 15:23) en kinderen waren niet belangrijk.
Hun houding was vreemd, want de Here Jezus had hen al verteld om de kinderen in Zijn Naam te ontvangen en vooral geen struikelblok voor hen te zijn (9:36). Ze vergaten Zijn lessen weer eens!
Dit maakte Hem boos en Hij zei dat de kinderen betere voorbeelden waren dan de volwassenen. Jezus zegt dat wij een voorbeeld aan hen moeten nemen. Ze zijn afhankelijk, vertrouwend en ze aanvaarden je woorden. Ze leven in geloof en vertrouwen zich ook gemakkelijk aan anderen toe. Een kind kan van alles wat op zijn of haar pad komt genieten, maar kan het niet allemaal uitleggen.
Wij gaan ook als kinderen in geloof, Zijn Koninkrijk binnen en zijn hulpeloos. We genieten van Hem en vertrouwen erop dat Hij ook voor ons zorgt. Als kinderen zich bezeren, gaan ze allereerst naar hun vader of moeder. Wat een voorbeeld om te volgen in onze relatie met onze Hemelse vader.
Er staat niet geschreven dat de Here Jezus de grote mensen en nu de kinderen doopte (Joh.4:1,2).
Als de discipelen gewend waren om de kinderen te dopen dan hadden ze hen niet weggestuurd.
De Here Jezus nam die kleine kinderen wel een voor een, in Zijn armen en zegende hen allen!
10:17-31. Van alle mensen die aan de voeten van de Here Jezus kwamen, was deze de enigste die er slechter vandaan liep dan toen hij kwam. Hij had veel in zijn voordeel! Hij was een jonge man (Matt. 19:22). Hij was gerespecteerd en had kwaliteiten en een leidinggevende baan (Luk.18:18). Hij had goede manieren en een goed moraal. Er was verlangen voor Geestelijke dingen. Hij was een ideale man en rende naar Jezus toe en boog zich aan Zijn voeten neer. Jezus hield van hem.
Met al zijn kwaliteiten was de jonge man oppervlakkig op gebied van Geestelijke dingen. Hij dacht dat hij zijn redding kon verdienen. Deze gedachte is tot heden toe bekend bij het volk (Joh.6:28).
De meeste niet geredde mensen denken dat de Heere een weegschaal zal halen en de goede en de slechte dingen zal afwegen. Als hun goede werken het winnen, dan gaan ze de hemel binnen.
Hier achter ligt een oppervlakkige gedachte over de zonde, de mens, de Bijbel, Jezus Christus en de Redding. De zonde is rebellie tegen een heilig God. Het is ook een innerlijke houding die de mens verhoogd en de Heere verlaagd. Dacht de jonge man nu echt dat hij met een paar regeltjes te houden het goed kon maken met een heilig God? De jonge man had ook een oppervlakkige houdign tegen de Here Jezus en noemt hem goede meester. Misschien wilde hij een wit voetje halen, want alleen de Here God is goed. Jezus zei niet dat Hij God niet was, maar bevestigde Zijn woorden alleen maar! Hij wilde duidelijk weten, dat de jonge man wist wat hij zei en dat hij de verantwoordelijkheid van deze woorden aanvaardde. Dit verklaart ons, waarom de Here Jezus hem met de wet van Mozes bepaalt. Hij verlangde ernaar dat hij zichzelf als een zondaar zou zien. We kunnen niet gered worden door de wet te houden (Gal.2:16-21; Efz.2:8-10). De wet is een spiegel, die ons laat zien dat we vuil zijn. De spiegel kan ons niet schoon maken. Een van de doeleinden van de wet is om de zondaar bij de Here Jezus te brengen (Gal.3:24). De wet kan de zondaar bij de Here Jezus brengen, maar de wet kan de zondaar niet als de Here Jezus maken. Alleen Genade kan dat doen. De jonge man zag zichzelf niet als een verloren zondaar tegenover een heilig God. Hij had ook een oppervlakkig beeld van de wet van God. Hij keek alleen maar naar de uiterlijke daden en niet naar de innerlijke houding van het hart. Hij was net als Paulus (Fil.3:6).
Hij liep zich net als Paulus stuk op het tiende gebod (Rom.7:8). Er was begeerte diep in zijn hart.
De liefde voor geld is de wortel van alle kwaad
De man was rijk en Jezus vroeg van hem of hij het geld op wilde geven om aan de armen te geven.
De man was een leider en Jezus vroeg hem of hij zijn kruis op zich wilde nemen en Hem te volgen.
De man werd ook eeuwig leven aangeboden, maar hij wees het af. Het is moeilijk om een ander geschenk aan te nemen als je hand al helemaal vol is van geld en alles wat geld je ook kan geven.
De man wandelde zelf uit het licht in de schaduw (storm). De Here Jezus riep hem niet terug om met Zijn aanbod te schipperen. De man wilde redding op zijn eigen wijze en was teleurgesteld. Misschien zeiden de discipelen wel Och Heer, roep hem terug. Al is het maar voor de collecte!
Door zijn rijkdom ontving hij het grootste en eeuwige geschenk niet. Wat een bittere oogst zal hij eens ervaren. Hij zal bij zijn begrafenis waarschijnlijk de duurste grafsteen hebben van allen!
Hierdoor openbaart Petrus ook een paar problemen van zijn hart. Hij zegt: Wij hebben alles prijs gegeven en hebben u gevolgd; Wat zal dan ons deel zijn? Met zijn woorden openbaart hij een commerciële gedachte als volgeling van de Heer. De Hebreeuwse jonge mannen hadden een hele andere houding (Dan. 3:16-18). Later horen en zien we een verandering in Petrus: Hij zei: Wat zal mijn deel zijn. Na het ontvangen van de Heilige Geest zegt hij: Wat ik heb geef ik je (Hand.3:6).
Jezus verzekert Zijn discipelen, dat zij nooit te kort zullen komen met dat wat echt belangrijk is.
Tijdens dit en ook het eeuwige leven. We moeten er wel voor zorgen dat onze motivaties juist zijn.
De Here Jezus beloofde ook: VERVOLGING. Hij had hen al verteld wat er met Hem zou gebeuren door de handen van de Joden en de heidenen. Nu vertelt hij hen over hun eigen deel in het lijden. Jezus balanceert de grote zegeningen met de grote strijd om ons tot volwassenheid te brengen. Bij het publiek stond de rijke jongeling voorop en de discipelen achter aan. De HEERE ziet alles van een hele andere en eeuwige kant. Zij, die de eersten zijn in hun eigen ogen zullen de laatsten zijn in de ogen van de Heer, maar zij die de laatsten zijn in hun eigen ogen zullen beloond worden en de eersten zijn in Zijn ogen. We zullen in de hemel zijn, wat Hij hier van ons heeft kunnen maken!
Wat een geweldige bemoediging voor alle ware discipelen van de Here Jezus!


