Studies
Het negende hoofdstuk van het evangelie van Markus.
1:10. Er is overgave voor nodig om de vorige woorden aan te nemen. De Here Jezus had hen duidelijk uitgelegd, wat het betekent om Hem te volgen. Een leven van zelf verloochening en van kruis dragen. Nu laat Hij hen de andere kant zien. Hij neemt Petrus, Jacobus en Johannes mee naar de top van een berg. Daar openbaart Hij Zijn eigen heerlijkheid net als in Exodus.
Het was ook een openbaring van de heerlijkheid in Zijn toekomstige Koninkrijk (2.Pet.1:12). Duidelijk is: Eerst het lijden en daarna de heerlijkheid. Mozes en Elia vertegenwoordigen
de Oud-Testamentische gelovigen., Mozes staat als middelaar voor de wet en Elia voor de profeten. De ene stierf en de andere werd opgenomen. Ze werden beide in de Here Jezus heerlijk vervuld (Luk.24:25; Heb.1:1,2) Tijdens Zijn terugkomst, zal Hij de lichamen van hen die gestorven zijn tot leven brengen en de levenden die achter gebleven zijn met hen tot Zich nemen (1 Thes.4:13-18). De verheerlijking van de Here Jezus op die hoge berg openbaart een glorieuze verandering aan de buitenkant, die wel van binnen uit komt.
De Bergtop werd een heilige der heiligen. Deze heerlijkheid woont in ons hart (Kol.1:27).
Jezus vertelde hen dat sommigen niet zouden sterven, totdat zij het Koninkrijk met KRACHT zouden zien! Dit gedeelte maakt ons duidelijk, dat het lijden rijkelijk beloond wordt, als Hij met Zijn volgelingen in heerlijkheid terugkomt. Gedurende Zijn eerste komst was Zijn heerlijkheid bedekt en kwam Hij nederig als de man van smarten en bekend met ziekten.
De drie discipelen waren allen in slaap gevallen, toen de Here Jezus aan het bidden was.
Dit zouden ze weer doen in de tuin van Gethsémanee (14:32-42). De woorden van Petrus verklaart zijn menselijk denken en geen Hemelse wijsheid. Hoe geweldig zou het geweest zijn als ze op die Berg konden blijven, maar er is werk te doen. Er zijn mensen in grote nood.
Als we Hem volgen op de hoge Bergtop, dan moeten we Hem ook volgen in de diepe Vallei. De Vader valt Petrus in de rede en brengt hun aandacht op Zijn Zoon en het Woord van God. Discipelschap is niet gefundeerd op visioenen, maar op het onfeilbare Woord van God.
Mozes en Elia staan niet op dezelfde hoogte van de Here Jezus. Als je dat wel doet, dan komt er direct een wolk in je hart. Jezus alleen ! Zijn woord, Zijn Koninkrijk, Zijn heerlijkheid.
De drie discipelen mochten later nog niet aan de anderen vertellen wat ze gezien hadden.
Als ze het uitleggen na Zijn Opstanding, dan is dit een grote bemoediging voor hen die ook het lijden en de dood tegemoet zien, voor Zijn Naam en Zijn reddende evangelie boodschap.
11-13. De discipelen begrepen Zijn plan beter, maar toch waren ze nog steeds verward over de komst van Elia, die de komst van de Messias moest voorbereiden. Ze kenden de verzen uit (Mal.3:1;4:5,6) en verwachtten dat dit vervuld zou worden voor Zijn wederkomst.
Moest Elia nog komen, of was dit al vervuld? Was zijn verschijning op de berg de vervulling? De Here Jezus maakte het hun duidelijk. Voor allen die in Hem geloven is Elia gekomen in Johannes de Doper. Hij had de weg voorbereid. Johannes had hen zelf verteld, dat hij Elia niet was,(Joh.1:21,25) maar hij predikte wel in de Geest en de kracht van Elia (Luk.1:16,17)
Er zou een toekomstige komst van Elia zijn, net als Maleachi hen had voorzegd (Matt.17:21). Dit zal voor de grote verdrukking zijn (Openb. 11:2-12). Als ze Johannes hadden aanvaard, dan had hij hen als de profeet Elia gediend en zouden ze de Heere Jezus hebben aanvaard.
De tegenstelling van de heerlijkheid op de berg en de duisternis van de vallei is erg duidelijk
Het leven van een gelovige is een leven van hoge bergen en diepe dalen (Deut.11:11).
Toen ze terugkwamen in de vallei vonden ze de andere discipelen met twee problemen.
Ze konden de jongen niet bevrijden en ze waren in een discussie met de schriftgeleerden.
Zoals altijd stapte de Here Jezus weer in het probleem en lost het volledig op.
De jongen was doofstom en de demonen deden hun best om hem totaal te vernietigen. Denk eens even na over die vader, die deze jongen jaar in jaar uit verzorgde. De discipelen hadden de macht ontvangen om de demonen uit te werpen (6:7;13) maar het lukt hen niet
De Heere Jezus was verdrietig vanwege hun ongeloof! Hoe vaak maken wij Hem niet verdrietig, omdat we onze gaven die Hij in Zijn Genade gaf niet ten volle gebruiken?
De vader zegt eerlijk: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp. We willen geloven, maar vinden ons zelf soms overspoeld door innerlijke twijfel. Het helpt ons niet als we er tegen vechten.
De Heere Jezus bevrijdde zijn bezeten zoon volledig en gaf hem terug aan zijn eigen vader. Het geloof in de levende Heer wordt altijd beloond. Niets is te moeilijk voor Hem. AMEN!
Waarom was het hun toch niet gelukt? Ze waren niet zorgvuldig genoeg geweest met hun persoonlijke wandel en hadden geen stille tijd met Hem genomen om te bidden en te vasten
Hun falen bracht hen in grote verlegenheid en beroofde Hem van Zijn heerlijkheid. Dit gaf Zijn vijanden de mogelijkheid om hen te kritiseren. Ons geloof verheerlijkt de Heer .
9:30-37. Ze gingen op weg naar Jeruzalem en de Here Jezus herinnerde hen aan zijn lijden, en sterven maar ook aan Zijn opstanding! Ze konden het nog niet begrijpen (Matt. 17:9,23) en werden verdrietig. Ze waren niet verdrietig genoeg om hun argument ter zijde te leggen over wie de grootste van hen is. Je zou denken nu dat ze gehoord hadden van Zijn lijden en sterven dat ze niet langer zo vreselijk egoïstisch aan zichzelf zouden denken (Spr.28:16).
Om hen en ons een goede les te leren, nam Hij een kind bij Zich en legde hen uit dat wie de eerste wil zijn, de laatste zal zijn. Een kind weet dat hij een kind is en dat is aantrekkelijk.
Met nederigheid accepteer jij jezelf, zoals je bent en geef jij je aan anderen hoe klein ook.
9:38-44. Johannes vindt het belangrijk om de andere discipelen te verdedigen voor hun ijver.
Jezus vertelt hen om die man, die niet van hun groep is niet te stoppen, want als hij geloof heeft om Mijn Naam te gebruiken dan staat hij aan Mijn kant en krijgt hij satan tegen zich.
We moeten liefdevol zijn met anderen, want wie voor de Heere Jezus is, is tegen de duivel.
We moeten ons bewust zijn, dat onze woorden en daden een effect hebben op anderen.
De rest van het hoofdstuk benadrukt dat we constant op onze wandel moeten blijven letten.
De hel is werkelijkheid en ook een eeuwigheid.
De duivel belooft je nu heerlijkheid, maar de eeuwige pijn komt later. Jezus roept ons op om te lijden, maar daarna komt de eeuwige heerlijkheid. De Joden mochten geen zuurdesem en honing in hun dagelijkse offers doen. Ze moesten er wel zout aan toevoegen (Lev.2:11,13).
Zout spreekt van zuiverheid en behoud en werd ook gebruikt om een verbond te bezegelen. Wij zijn Zijn zout. Ze liepen gevaar dat ze hun smaak verloren en waardeloos werden.
De Romeinse soldaten werden met zout betaald. Hij is zijn zout waard is ook een gezegde!
In plaats van anderen te veroordelen hadden ze hun eigen hart moeten onderzoeken en zich niet zo druk moeten maken wie de belangrijkste is. Het gaat alleen om overgave en karakter.
Er zijn drie belangrijke lessen, die we kunnen leren van de Heere Jezus in dit gedeelte.
(a). Als we ons aan Jezus overgeven, dan leidt het tijdelijke lijden ons tot verheerlijking.
(b). Als we ons aan Jezus overgeven, dan leidt ons geloof ons tot Zijn opstanding kracht.
(c). Als we ons aan Jezus overgeven, dan leidt onze opofferende dienst tot Zijn eer.
Later begreep Petrus het heel goed en hij schreef: De God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft, tot Zijn eeuwige heerlijkheid zal u na een korte tijd van lijden volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten.. Hem zij de kracht tot in alle eeuwigheid (1 Pet.5:10).
Het leven van een gelovige is een offer voor de HEER!. We worden opgeroepen om Zijn zout en licht te zijn. Zout is een beeld van ons innerlijke leven en licht voor ons publieke leven.
We moeten met de zonden afrekenen en we hebben een grote verantwoording en boodschap voor onze medemens (Openb.20:10).
De grote les van dit gedeelte is dat we geloof nodig hebben, om de vijand te overwinnen.


