Studies

Het evangelie van Mattheüs.

(1). Het getuigenis van Mattheüs is een prachtige illustratie van de Genade van de Heer. Zijn oude naam was Levi, de zoon van Alfeüs (Mark. 2:14). Mattheüs betekent: geschenk van God. Hij was een Joodse man die gehaat werd omdat hij tollenaar was (Matth. 9:9,10). Zij verraadden hun eigen volk, omdat ze zich uit liefde voor geld aan de interesses van Rome verkocht hadden. Door hun contact met heidenen werden zij als onrein beschouwd. Wij weten dat Zacheüs oneerlijk was, maar dat weten wij niet van Mattheüs. Onmiddellijk nadat de Here Jezus hem persoonlijk roept opent hij zijn hart en zijn huis. Hij bereidt een feestmaal en nodigt zijn oude vrienden uit en introduceert de Here Jezus aan hen. Hij wordt bekritiseerd door de Farizeeën omdat hij met zondaren eet. Als de Here Jezus niet met zondaren had gegeten, dan had Hij zijn hele leven alleen gegeten. Mattheüs opent ook zijn handen. Het enige wat hij meenam van zijn oude baan was zijn pen!. Er is verder niets bekend over zijn leven en ook horen wij hem niet spreken. We weten wel dat, waar het Woord van God gebracht wordt, daar dient Zijn boek vele harten. Zijn boek is als een brug en hij introduceert een nieuwe Koning en opnieuw geboren mensen. Het Oude Testament is vol met beloften. Het Nieuwe Testament is vol met vervullingen. Hij schrijft voornamelijk voor Joodse mensen en het woord ‘vervulling’ wordt 15 keer gebruikt. De geboorte van de Here Jezus in Bethlehem vervult de profetie van Jesaja (7:14). De reis naar Egypte vervult de profetie van Hosea (11:1). Zijn terugkomt naar Nazareth vervult verschillende beloften. Er wordt 129 keer terug verwezen naar het Oude Testament. Om nog één voorbeeld te noemen: Lees Jesaja 53. In dat hoofdstuk zijn 29 profetieën in één dag vervuld. Paulus predikte niet alleen, maar bewijst ook dat de Here Jezus de lang verwachte Messias is.

(2). Het Koninkrijk der Hemelen wordt maar liefst 32 keer genoemd. Wat is de reden dat dit Woord zo vaak gebruikt wordt. Het Oude Verbond met Israël gaat over Gods Koninkrijk hier op aarde (Ex. 19:6). Een zichtbaar Land. Een zichtbare Koning met zichtbare voorspoed en materiële rijkdom (Deut. 28; Lev. 26). Johannes de Doper is de 1ste profeet die over het Koninkrijk der Hemelen spreekt (3:2). De Here Jezus predikte deze boodschap vanaf het begin van Zijn bediening (4:23). Hij stuurt de 12 discipelen er op uit met dezelfde boodschap (10:1-7). De Here Jezus kwam niet om ons van het juk van Rome te verlossen, maar om onze harten en levens te veranderen als wij Hem vertrouwen. Vandaar dat Paulus ons benadrukt om ons bezig te houden met Hemelse zaken (Col. 3:1). Ons burgerrecht is in de Hemel (Fil. 3:20). Onze gaven zijn Geestelijk (Ef. 1:3). Zijn Koninkrijk zal ook eens op aarde komen (Openb. 11:15).   De nadruk is hoe wij hier behoren te leven als Hemelburgers.

(3). Het andere woord dat alleen in Mattheüs genoemd wordt, is het woord Gemeente (Matt. 16:18). De Gemeente is geen gebouw, maar opnieuw geboren mensen, die apart gezet zijn. De gemeente is begonnen op de pinksterdag, de Heilige Geest kwam in de mensen wonen. Er is geen verschil tussen Jood en Griek (Gal. 3:28). Mattheüs schreef bovenal voor de Joden, maar we zien dat de heidenen er ook een plaats vinden (2:1-12) en hun geloof wordt bewonderd (8:5).       De zendingsopdracht is ook voor alle volkeren (28:19,20).

(4). De inhoud: de nadruk ligt in datgene wat de Here Jezus leert en doet. De uitlijn: het boek is verdeeld in 3 verschillende gedeelten. (a). De 1ste twee hoofdstukken gaan over Zijn geboorte.

(b). De hoofdstukken 3-18 gaan over Zijn bediening in Galilea.

(c). De hoofdstukken 19-28 gaan over Zijn laatste periode in Judea.

(5). Het geslachtsregister is heel bijzonder, want de Here Jezus is de enigste Jood die dat vandaag heeft. Alle geslachtsregisters zijn verbrand in het jaar 70 na Christus door de Romeinse generaal Titus.

Het geslachtsregister is heel belangrijk om te bewijzen dat je het recht hebt om op de troon van David te zitten. We zien allereerst Zijn menselijke achtergrond (1:17), maar ook Zijn Goddelijkheid (18-25). Het is een illustratie van Gods Genade. Sommigen die genoemd worden waren groot in geloof, zoals Abraham, Isak en David. Velen waren gewoon, zoals Hezron, Ram, Nahesson en Achim. Weer anderen waren ronduit slecht, zoals Manasseh en Abia. De bemoediging is dat de Here Jezus uiteenlopende mensen gebruikt om Zijn eigen wil en plan uit te voeren. Het is ook bijzonder dat er 4 vrouwen in worden genoemd. De Here Jezus verhoogde de staat van de vrouw (Luk. 8:3). Het waren zelfs vrouwen met een slechte reputatie: Tamar pleegde incest (Gen. 38). Rachab was de hoer uit Jericho (Joz. 2). Ruth zou nooit geboren zijn, als Lot geen incest had gepleegd met zijn eigen dochter. Bathséba wordt de vrouw van Uria, in plaats van David genoemd (1 Kon. 15:5). Waarom koos de Here Jezus om in een zondig geslacht geboren te worden?. Hij kwam als Heiland van de gehele wereld (Joh. 4:42). Als er een Koning op de troon had gezeten dan zou Jozef in aanmerking komen, want hij was uit de lijn van David. Deze lijn wordt constant aangevallen en er is een vloek uit gesproken over Jechonja (11; Jer. 22:30). Als de Here Jezus werkelijk de zoon van Jozef had geweest, dan was hij onder deze vloek geboren. Het probleem is opgelost door de maagdelijke geboorte van Maria. Zij was niet uit de vervloekte lijn van Salomo, maar van Nathan.

(6). De geboorte van de Here Jezus was anders dan alle geboorten. Het was nog nooit eerder gebeurd dat er een kind geboren werd van een maagd (Luk. 1:35). Er was en is maar één uitleg aangaande iemand die in verwachting is. Er was intimiteit geweest. Maria is niet altijd maagd gebleven (12:46). Het onderwerp van het Goede Nieuws is hoe een onrechtvaardig mens rechtvaardig voor God kan komen te staan. Jozef is de 1ste man die rechtvaardig genoemd wordt!. Hij kiest de betere en juiste weg van de liefde. Hij bedekt haar zonde. Soms is slapen het beste wat je kunt doen als je ergens geen raad mee weet. Hij ontvangt in zijn droom het antwoord dat Maria niet gejokt heeft en dat zij een zoon zal baren die de naam van Jeshua (Gods Redder) ontvangt. Hij ontvangt ook de 1ste belofte (1:21). Gered van de zonde is totale vergeving, maar ook word je gered van de macht van de zonde in je (Rom. 6:14). De Messias-Koning werd geboren en in Hem woont al de volheid van God (Kol. 2:9). Jozef is een fantastisch voorbeeld voor mij. Hij is vol liefde en heeft een sterk moraliteitsgevoel (19-25). Hij gehoorzaamt de stem van de Heer volledig. Hij heeft zelfdiscipline in zijn leven (Hooglied 3:5).

Het 2de hoofdstuk van Mattheüs.

 1:18-25. Denk aan David die gevuld was met de Heilige Geest. Hij ontving kracht en kon de leeuw, de beer en Goliath doden (1 Sam. 16:13). 1:18. Denk aan Maria die gevuld was met de Heilige Geest. Zij wordt niet populair en sterk, maar ontvangt afwijzing en moeilijkheden. Zij gaf haar lichaam als een levend offer (Rom. 12:2). Jozef reageerde in geloof op Gods Woord en handelde niet in eigen inzicht. Hij had geen gemeenschap met haar, totdat de Here Jezus geboren werd. Na die geboorte leidden zij een normaal gezinsleven (Mark. 6:3).                              

2:1-12. De wijzen uit het oosten. Zij bestudeerden de sterren. Het zijn de heidenen die allereerst genoemd worden. Onthoud, dat de Here Jezus de Redder van de Wereld is (Joh. 4:42). Wij weten niet hoeveel er waren. Ze brachten wel 3 geschenken: Goud is een symbool van Zijn Godheid. Frankincense is een parfum en een teken van Zijn zondeloze leven. Mirre is een bitter kruid en staat voor Zijn lijden. De geschenken waren ook een vervulling (Jes. 60:6). Ook weten wij dat ze in een huis kwamen en nooit in de stal zijn geweest. De Here Jezus is zo dicht mogelijk naar ons toe gekomen. Hij komt tot ons, waar wij ons op ons gemak voelen. Voor de Herders in een stal en voor de Wijzen in een huis. Zij kwamen als gevolg van het zien van de ster. Het is mogelijk dat zij de profetie van Bileam kenden (Num. 24:17) en zijn profetie met de 70ste week van Daniël verbonden, die spreekt over de komst van de Messias (Dan. 9:24). Het is aannemelijker dat de ster op wonderlijke wijze aan hen geopenbaard is. De ster is ook een beeld van het woord van God (2 Pet. 1:19-21; Openb. 22:16). De ster zou hen tot de Here Jezus geleid hebben. Het Woord van God brengt ons altijd bij de Zoon van God. De Heer, niet de Leer. In Hem is alle wijsheid Gods aanwezig en in Hem woont de volheid van God (Kol. 2:3,9). Zij maken een grote fout als ze bij de hoofdstad komen. Zij dachten: nu hoeven wij de ster (Gods Woord) niet langer te volgen. Een Koning moet toch geboren zijn in een paleis. Zij volgden hun eigen inzicht. Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal hij uw paden recht maken (Spr. 3:5,6). De gevolgen zijn vreselijk. Het kostte alle kinderen tot 2 jaar oud hun leven (2:16,17). Het is van groot belang om je leven te laten leiden in gehoorzaamheid aan het Woord van God. De wijzen zochten de Koning, maar Herodus en geheel Jeruzalem waren niet vol vreugde, maar ontsteld. Hij eigende zich de titel ‘Koning van de Joden’ toe, was heel erg wreed en duldde niemand in zijn weg, zelfs zijn eigen familie niet. Hij vermoordde zijn eigen vrouw met haar 2 broers omdat hij hen ervan verdacht dat ze zijn macht wilden afnemen. Hij was minstens 9 keer getrouwd om zijn lusten te botvieren en zijn macht te versterken. Hij was een afstammeling van Esau en had zich uit politieke redenen tot het Jodendom bekeerd. Voetnoot: Hier zien we weer dat oude gevecht tussen Jacob en Esau (Gen. 25:19-34). De kleinzoon van Esau was Amalek. Het volk Amalek viel de Israëlieten aan toen zij vermoeid waren in de woestijn (Ex. 17:8). De Here zei: dit volk moet uitgeroeid worden (Deut. 25:17-19). Saul kreeg die opdracht, maar hij liet Koning Agag in leven (1 Sam. 15). De laatste persoon die Saul zag hier op aarde was een Amalekiet die de kroon van zijn hoofd nam (2 Sam. 1:8). De zoon van Agag was Haman (Esther 3:1) die het Joodse volk wilde doden. Deze Herodus wil God doden. Het gevecht is tussen de Geest en het vlees. Follow not the King by might, but the King by right. Er is maar één plaats voor Amalek. Het moet sterven en gekruisigd worden. (Gal. 5:16; 2:20).

De wijzen zochten de Koning. Herodus was vijandig tegen de Koning. De Joodse priesters negeerden de Koning. Zij kenden het Woord van God (Micha 5:2) en wezen anderen op de lang verwachte Messias maar zij gingen die laatste 10 kilometer zelf niet met hen mee.                      

Toen de wijzen weer verder reisden in het pad van gehoorzaamheid zagen ze de ster weer. De ster begeleidde hen tot aan het huis waar Jozef, Maria en de baby Jezus in Bethlehem woonden. Nadat zij Hem hun geschenken en hulde hadden gebracht, gingen zij een andere weg. Zij volgden niet meer hun eigen inzicht, maar de stem en de leiding van de Here. Iedereen die de Here Jezus hulde heeft gebracht gaat een andere weg!. Bethlehem betekent Broodhuis en de Here Jezus was het brood des levens. Bethlehem was verbonden met David, de Koning naar Gods eigen hart. Gods hart en Leven is in Bethlehem zichtbaar geworden.

2:13-18. Je herkent een persoon niet alleen door zijn vrienden maar ook door zijn vijanden. Herodus deed net of dat hij de Here Jezus wilde aanbidden (2:8) maar in werkelijkheid wilde hij Hem vernietigen

De Here waarschuwde Jozef weer in een droom om te vluchten naar Egypte (Hos. 11:1). De geschenken van de wijzen kwamen precies op tijd voor de onkosten van de reis en hun verblijf. Hier ligt een mooie belofte en dat is dat de Here altijd zal voorzien (Fil. 4:19). De boosheid van Herodus kwam voort uit zijn trots en als gevolg doodde hij de kinderen tot 2 jaar. Dit waren geen honderden baby’s geweest maar iedere baby is teveel. Waarom doodde de Here Herodus niet, zoals die andere Herodus in Handelingen (12). Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen en wij weten niet alles. De vijandigheid die wij van het begin af aan zien, komt van satan. Satan is een leugenaar en een moordenaar (Joh. 8:44) en zo was Koning Herodus ook. Hij loog tegen de wijzen en vermoorde de baby’s. Dit was ook voorzegd in Gods Woord (Jer. 31:15). Bethlehem was allereerst genoemd bij de dood van de favoriete vrouw van Jacob, genaamd Rachel (Gen 35:16-20). Stervende beviel zij van een zoon die zij ‘Ben Oni’ noemde, wat betekent ‘Zoon van smarten’. Jacob veranderde die naam in ‘Benjamin’ wat betekent ‘Zoon van mijn rechterhand’. Beide namen zijn vervuld in de Here Jezus (Jes. 53:3; Hand. 5:31; Heb. 1:3). Tot op heden kun je het graf van Rachel bezoeken. De profetie van Jeremiah (31:15) werd 600 jaar voor Christus gegeven. Het was in Rama en Jeremiah ziet de zonen in Ballingschap gaan en hun moeders huilen. Het herinnerde hem aan het verdriet van Jacob toen Rachel stierf. Het is Rachel die nu weent en zij staat voor alle moeders van Israël. Het was net of Rachel zei: ‘Ik gaf mijn leven om een zoon op aarde te brengen’. Jacob keek naar Bethlehem als een plaats van de dood. Door de geboorte van de Here Jezus werd het een plaats van leven. Door Zijn komst zou er Geestelijke verlossing komen voor Israël en in de toekomst de instelling van de troon van David. Israël, de zoon van smarten zal eens de Zoon van mijn rechterhand worden (31:27). Niet veel mensen denken aan Bethlehem als een begraafplaats. Wij denken aan de Here Jezus. Omdat Hij stierf en opstond hebben wij een leven in overvloed en een prachtige toekomst voor ons. Wij zullen met Hem in de Glorieuze stad wonen waar geen dood en tranen zijn.

2:19-23. De nederige houding van de Koning. Herodus stierf 4 jaar voor het jaartal ‘voor Christus’. De Here Jezus was geboren ergens tussen 5 of 6 voor het jaartal ‘voor Christus’. Het is mooi om het verband tussen de terugkeer van Jozef, Maria en de Here Jezus uit Egypte met de geschiedenis van Mozes (Ex. 4:19) te zien. De Here Jezus werd in Egypte geroepen om naar Israël te gaan. Mozes was buiten Egypte en verborg zich om zijn leven te behouden. Hij werd geroepen om terug naar Egypte te gaan. In beide gevallen ging het over de Verlossing (1:21). In beide gevallen waren zij moedig. Archelaüs was een van de zonen van Herodus en aan hem had hij de titel ‘Koning van de Joden’ gegeven. Hij was net zo slecht als zijn vader. Dit gedeelte is belangrijk voor ons, om in te zien hoe de Here ook ons leven zal leiden (Jer. 29:11-13). Zij baden en zochten Gods wil en richting. De Here sprak weer in een droom en zij reisden naar Nazareth, waar hun huis stond. Het is altijd het beste om Gods Woord gehoorzaam te zijn. Nazareth was een onbelangrijke plaats. Het Joodse volk keek neer op hen die uit Nazareth kwamen (Joh. 1:46). De Here Jezus werd ook ‘Jezus van Nazareth’ genoemd (21:11). Misschien zag Mattheüs wel een verbintenis tussen ‘Nazarener’ en ‘Netzar’ wat betekent (Jes. 11:1) ‘wortel’ of ‘rijsje’. Het is een van de titels van de Here Jezus. Zijn tegenstanders dachten dat Hij daar geboren was (Joh. 7:50-52). Als zij de geboorteboeken in de tempel hadden nagekeken, dan hadden zij gezien dat de Here Jezus in Bethlehem geboren is. Nicodemus, die eens in de nacht bij de Here Jezus kwam, werd uitgedaagd om de profetieën in te zien. Door de bestudering van Gods Woord kwam hij tot overtuiging en wedergeboorte en hielp hij mee om de Here Jezus te begraven (Joh. 3:1-16; 7:45-52; 19:39). De nederigheid van de Here Jezus is echt iets om te bewonderen (Fil. 2:1-11). De Here gebruikt vriend en vijand om tot Zijn soevereine doel te komen hier op aarde en in ons eigen leven.

 

Het 3de hoofdstuk van Mattheüs.

Mattheüs presenteert de Here Jezus als de Koning van de Joden.     In hoofdstuk 1 zien we de Koning met Zijn legale geslachtsregister. In hoofdstuk 2 zien we de wijzen die Hem als de Koning aanbidden en ook de haat van Koning Herodus die niemand naast zich duldde. De constante vervulling van de schrift is ook een bewijs (2 Pet. 1:21). Er waren 30 jaar voorbij gegaan tussen hoofdstuk twee en drie. Een Koning had altijd iemand die voor Hem uit reisde (Luk. 1:76). Zij moesten zeggen dat de Koning eraan komt en de wegen moesten gemaakt worden. Johannes betekent: Gods Genade geschenk, en hij was de voorloper en de 1ste profetische stem na 400 jaar stilte. Hij was de neef van de Here Jezus en een half jaar ouder (Luk. 1:36). Hij was gevuld met Gods Geest van voor zijn geboorte (Luk. 1:15). Hij was als ongeboren kind de eerste persoon in de wereld, die reageert op de komst van de Messias (Luk. 1:41). De Here gaat allen voorbij (Luk. 3:1-3) en kwam met Zijn Woord bij hem in de woestijn.

(1). Zijn boodschap. Hij zocht de mensen niet op, maar zij kwamen uit vrije wil tot hem. Een man van God adverteert zichzelf nooit. Hij was de Elijah van het Nieuwe testament (Luk. 1:16,17) en hij wist precies wie hij was want Jesaja had al over hem gesproken (Jes. 40:3). Hij kleedde zich ook als Elijah (2 Kon. 1:8) en predikte dezelfde boodschap over het komende gericht. Hij sprak over bekering en wilde de vrucht ervan zien (Matt. 3:8) door een veranderd leven. Er kwamen mensen met een nederige houding (Matt. 21:31) en er kwamen anderen die zich niet wilden onderwerpen. Zij worden addergebroed genoemd. Hij was de laatste profeet (Luk. 16:16) van het Oude Verbond en de grootste van hen allen (Matt. 11:11). Wat maakte hem zo groot?. Hij was gehoorzaam, gedisciplineerd en gevuld met de Heilige Geest. Hij was nederig (Joh. 3:30) en wees altijd op de Here Jezus (Joh. 1:29). Hij deed nooit een wonder, maar sprak wel altijd de waarheid en na zijn dood kwamen er nog steeds mensen tot geloof (Joh. 10:41). Het is fantastisch dat de positie van de minste gelovige van het Nieuwe Verbond groter is dan die van Johannes (Matt. 11:12; Kol. 1:27). Welk een voorrecht!.

(2). Zijn doop had de autoriteit van de Hemel (21:23-27). Het was nog nooit eerder gebeurd dat er Joden gedoopt werden. Normaal doopten de Joden de bekeerlingen uit de heidenen. Door zich zichtbaar te laten dopen zeiden ze eigenlijk: ‘Ik ben ook buiten, maar ik wil in het bereik van de komende Koning komen’. De zichtbare waterdoop was het bewijs van hun innerlijke bekering en zij keken uit op de komst van de Here Jezus (Hand. 19:1-7). Zijn doop vervulde twee functies; Het bereidde het volk voor om de Here Jezus te ontvangen en het bracht de Here Jezus tot het volk.

(3). Er worden nog 2 dopen genoemd. De doop in de Heilige Geest en een doop van vuur (Matt. 3:11b). Hier ligt het fundament voor het Nieuwe Verbond. De vervulling ervan kwam op het Pinksterfeest (Hand. 1:5). Een ieder die nu gelooft in de Here Jezus is gedoopt met de Heilige Geest (1 Kor.12:13) anders is die persoon geen gelovige (Rom.8 :9). De doop met vuur gaat over het komende gericht (Matt. 3:12). De 1ste belofte is dat de Here Zijn volk zal redden van hun zonden. De 2de belofte is dat de Here Jezus ons doopt in de Heilige Geest.

(4). De doop van de Here Jezus. De Here Jezus liet zich niet dopen, omdat Hij een bekeerde zondaar was. Johannes probeerde de Here Jezus zelfs nog te stoppen. De Here Jezus wist wel dat het de wil van Zijn Hemelse Vader was.

(5). Waarom liet de Here Jezus zich eigenlijk dopen?. Zijn doop stemde in met Johannes en Hij werd één met de zondaren. Het was ook een beeld van het gericht op het Kruis (Luk. 12:50). Het ondergaan van een lichaam in water is als een begrafenis (Rom. 6). De Here Jezus was al gestorven aangaande Zijn eigen wil (Luk. 6:38). Johannes was een getuige van de Zoon en het Lam van God (Joh. 1:29).

(6). De komst van de Heilige Geest kwam als een duif (Matt. 3:16). Het was het begin van de bediening van de Here Jezus. De Here God verzekerde de Here Jezus dat de Heilige Geest bij Hem en in Hem zou zijn. Hij had hiervoor gebeden en Zijn gebeden werden altijd verhoord (Luk. 3:21). De duif is een prachtig symbool van de Heilige Geest. De 1ste keer dat je een duif ontmoet is bij Noach (Gen. 8:6-11). Hij stuurde 2 vogels uit de ark na de zondvloed. De raaf en de duif. De raaf is een type van het vlees en er was zat voor hem te eten. De duif kwam terug en de tweede keer met een olijfblaadje als een teken van nieuw leven. De derde keer kwam de duif niet meer terug. Jonah betekent ‘duif’. De Here Jezus gebruikt zijn ongehoorzaamheid als een voorbeeld (Matt. 12:38-41) van zijn Eigen dood en opstanding. Jonah kreeg ook Gods gericht over zich heen (Jona 2:3; Luk. 12:50). Jonah en de Here Jezus getuigden beide ook tot de heidenen.

(7). De stem van de Vader (Matt. 3:17). Er waren 3 momenten dat de Vader vanuit de Hemel sprak. Het was tijdens Zijn doop en voor Zijn bediening op aarde. Het was tijdens Zijn dienst en de verheerlijking op de berg (Matt. 17:3). Het was toen de Here Jezus op weg was naar het kruis (Matt. 12:27). Deze 3 woorden zijn ook voor ons goed om te horen (Matt. 3:17): (a). Je bent van mij!. (b). Ik hou van jou. (c). Ik ben blij met jou. Zo de Here Jezus en zo ook wij vandaag!. (a). De Here Jezus en ook wij leven met een geopende Hemel. (b). De Heilige Geest was op Hem en net als bij ons in Hem. (c). De stem van goedkeuring was met Hem net als bij ons (Rom.8:37).    Immanuël is Zijn Naam: Wat betekent, God met         ons!. (d). De Vader was zo blij met Zijn Zoon, omdat Hij constant de wil van Zijn Vader deed en die mogelijkheid hebben wij ook iedere dag.

In het verleden sprak de Here tot Zijn Zoon. Vandaag spreekt de Here door Zijn Zoon (Hebr.1:1,2; 12:2). Zijn Zoon woont in een ieder van Zijn kinderen. Laat ons oog altijd gericht zijn op de Here Jezus die in ons woont.

 

Het vierde hoofdstuk van Mattheüs.

Verzoekingen zijn een dagelijks probleem en een deel van ons leven. Augustinus ontmoette een vrouw van voor zijn bekering. Zij riep ‘Ik ben het’. Hij riep terug naar haar ‘Ik ben het niet meer!’. De enige ontsnapping is ons graf. De Here heeft een geweldig belofte wat betreft verzoekingen: Er is altijd een weg uit (1 Kor. 10:13). De Here Jezus werd verzocht ter wille van ons, opdat Hij ook zou weten wat verzoekingen zijn. Hij ontmoet iedere verzoeking als een mens en daarom is Hij onze sympathieke hogepriester geworden (Heb. 4:15). De Here Jezus is de Koning der Koningen, maar er is hier een andere heerser. Het is precies na die bevestigende woorden van Zijn Vader na Zijn doop (Mat. 3:17). Je ziet het ook bij Adam en Eva (Gen. 2:25;3:1). De 1ste adam ontmoette zijn vijand in een tuin. De laatste ontmoet hem hier in de woestijn (1 Kor. 15:45). De 1ste adam verloor de strijd en trok het hele menselijke geslacht in de zonde. De laatste Adam won de strijd steeds weer, totdat Zijn werk is volbracht. De 1ste 30 jaar en deze 40 dagen werd de Here Jezus al verzocht (Luk. 4:2). Het moet wel een fantastische uitwerking hebben, want de Here laat het toe.

Mat. 4:3. De eerste verzoeking was in de woestijn (onze depressieve momenten). De Here Jezus werd verzocht in een woestijn aangaande brood, maar Hij gaf hem geen voet (Joh. 14:30). De duivel probeert net als bij Eva twijfel te zaaien wat betreft Zijn positie (Mat. 3:17). De Here Jezus kwam om de wil van de Vader te doen (Luk. 6:38) en Hij gebruikt het gebed, de kracht van de Heilige Geest en de kracht van het Woord: Er staat geschreven (Ps. 119:130; Deut.8:3). Wat kunnen wij hier van de Here Jezus leren. (a). Het Geestelijke moeten wij boven het natuurlijke plaatsen, anders kunnen we in dezelfde zonde vallen als Esau. Hij gaf zijn Geestelijke gave weg om zijn lichaam te bevredigen. Het is niet in brood, maar de Kracht van God waar we op moeten vertrouwen. Na de beproevingen voorzag de Here overvloedig (Mat. 4:11). (b). Wij mogen de Geestelijke gaven die wij ontvangen hebben nooit voor onszelf gebruiken. Later voedde de Here Jezus anderen wel met brood (Joh. 6).

Mat. 4:5. De tweede verzoeking is in de Heilige Stad (onze heilige momenten). Wij worden op iedere plaats verzocht (Jac. 1:13-15). De Here had het Woord van God gebruikt, de duivel gebruikt Gods Woord ook (Ps. 91:11,12). De verzoeking was om iets spectaculairs te doen. Dit was datgene wat de valse profeten steeds deden in die tijd. De Here Jezus gaf weer een prachtig vers. Je mag de Here niet verzoeken (Deut. 6:16). Het is zo belangrijk om het Woord van God goed te kennen (1 Kor. 2:13) en het Geestelijke met het Geestelijke te vergelijken. Er is altijd iets aanlokkelijks in de zonde. Als Eva de boom niet aantrekkelijk had gevonden dan had ze nooit gegeten. De les die we leren. (a). Iedere stap moet in Zijn wil zijn en het is gevaarlijk om buiten Zijn wil initiatieven te nemen. Er zijn drie antwoorden van de Heer: Ja, Nee, Wachten.

Mat. 4:8. De derde verzoeking kwam op een hoge berg (onze beste momenten). Alle maskers gaan nu af en de ware aard van de duivel wordt zichtbaar. We moeten oppassen dat we op geen enkel gebied van ons leven buigen voor de duivel. Hier is de verzoeking om een kortere weg te gaan naar het Koninkrijk, buiten het Kruis om (Luk. 24:26). Als heerser van deze wereld kon de duivel de Koninkrijken aanbieden (Joh. 12:31). Satan wil altijd onze aanbidding omdat hij als God wil zijn (Jes. 14:12-14). Het aanbidden van de schepping boven de Schepper is de grote leugen van de wereld (Rom. 1:24). De Here Jezus heeft het aanbod van de duivel niet nodig want de Koninkrijken waren Hem al beloofd (Ps. 2:8; 22:22-31). Satan bood Hem een gemakkelijk Koninkrijk aan (Joh. 6:15). Na iedere verzoeking zal de duivel het nog sterker proberen. Het is altijd eerst het Kruis en daarna de Kroon (Luk. 9:23). De Here Jezus overwint de duivel weer met het Woord van God (Efz. 6:17) Je zult de Here uw God aanbidden en Hem dienen (Deut. 6:13). De Here Jezus ging niet in discussie met satan zoals Eva in het paradijs. We zien dat de Here Jezus aanbidding (Rom. 12:2) en dienen aan elkaar verbindt. Die twee gaan altijd samen. Wat je aanbidt, dien je ook!

(a). Wij moeten nooit buigen voor het wereld systeem. (b). Wij mogen nooit iets van het Woord van God achterhouden. Zo ja, dan buigen we voor de duivelse macht.

Mat. 4:11. De duivel ging weg na drie verzoekingen (Luk. 4:13). en de engelen dienden Hem. Ze brachten hem eten genoeg en totale aanbidding. De engelen waren bij Zijn geboorte, bij Zijn sterven en bij Zijn opstanding. Iedere verzoeking heeft een doel, zodat onze Geestelijke spieren versterkt worden. Hij ging de woestijn in, geleid door de Heilige Geest en kwam eruit in de kracht van de Heilige Geest (Luk. 4:14). Nu was de Here Jezus klaar voor Zijn bediening. Niemand heeft het recht om anderen op te roepen tot gehoorzaamheid, totdat Hij zelf gehoorzaam is geweest. Hij heeft bewezen dat Hij de gehoorzame Koning is.

Mat. 4:12-17. Ieder gedeelte van Zijn leven wordt met Gods Woord bevestigd. Het was Gods plan om in Kafarnaüm te gaan wonen want Hij bracht daar Gods Licht (Jes. 9:1;4:23) door Zijn aanwezigheid, leer, prediking en genezingen. Er was niemand te ziek voor de Here Jezus (Mat. 4:23). Hij begon heel beroemd. De Here Jezus neemt ook de boodschap van Johannes over. Bekeer je. Keer je van de zonde af en wend je tot Mij. Na Zijn verzoekingen komt een einde aan de bediening van Johannes (Joh. 1:19-3:36). Hij eindigt in de gevangenis en wordt gedood.

Mat. 4:18. De Here Jezus predikte niet alleen, maar roept ook enkele mensen op om Hem te volgen. Het zijn mensen die trouw en hard aan hun werk zijn. Als je trouw bent in je werk, zal de Here je verder leiden in Zijn Geestelijke werk. Ze hadden de Here Jezus al ontmoet (Joh. 1:29,35) maar worden nu in volle dienst geroepen en moesten breken met hun aardse taak en familie (Luk.5:1-11). Enkele karaktertrekken van vissers: Ze moeten van anderen leren, waar de vis zit en hoe je ze vangt. Ze moeten zich goed voorbereiden en goed samenwerken onder de leiderschap van de Here Jezus. Bovenal vraagt het vissen geloof en doorzettingsvermogen want ze kunnen de vissen niet zien. Vissers vangen vissen levend en zij sterven later. Wij vangen de mensen allereerst Geestelijk dood en komen door het geloof in de Here Jezus tot een leven in overvloed.

 

De Bergrede uit Mattheüs 5

De negen juiste levensprincipes voor volgelingen van de Here Jezus.      

Mat. 5:1. De Here Jezus was aan het evangeliseren. Het gevolg daarvan is, dat de Here Jezus discipelen maakt. De Here Jezus ging zitten en Hij leert Zijn discipelen persoonlijk. Als de Joodse rabbi ging zitten, dan ging hij Zijn studenten lesgeven. Als een goede leraar begint Hij met een positieve nadruk op het rechtvaardige karakter en de zegeningen, die dat leven met zich mee brengt. Het karakter van een gelovige in de Here Jezus vloeit altijd van binnen uit. De sleutel van de bergrede ligt in dit vers: “Want ik zeg U; Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeën zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. 

Mat. 5:2. Het hoofdthema is de ware rechtvaardigheid, die in het hart begint. Het woord zalig betekent ook gelukkig.

Mat. 5:3. Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Het betekent dat we constant onze nood moeten inzien om iedere dag naar de Here Jezus te gaan voor hulp. In de wereld wordt onafhankelijkheid aangeprezen. In het koninkrijk der Hemelen is het totaal omgekeerd. In het oude Testament is het kenmerk van de Jood de besnijdenis. In het Nieuwe Verbond betekent de besnijdenis, dat we geen zelfvertrouwen hebben in ons vlees (Fil. 3:3). De Here Jezus was echt arm van geest. Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf of Hij moet het de Vader zien doen (Joh. 5:19,30). Alles wat wij doen in eigen kracht, heeft geen enkele Geestelijke waarde. We moeten altijd in afhankelijkheid van de Here Jezus leven. Ik denk aan onze intelligentie (1 Kor. 3:18). Onze intelligentie is niet genoeg voor Geestelijke zaken. Ik heb de openbaring van de Heilige Geest nodig (Efz. 1:18). Here, verlicht de ogen van mijn hart.

Mat. 5:4. Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden. Alles in het leven van een gelovige is helemaal in tegenstelling met het wereldsysteem. Het treuren is heel waardevol in het Koninkrijk van God. Veel mensen treuren om wat andere mensen hen aandoen. De Here Jezus huilde nooit over zijn eigen lijden. (1). Wij moeten treuren over de zonde in ons hart (Rom. 14:23). (2). Wij moeten treuren over de zonden van anderen (Luk. 19:41).

Mat 5:5. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven. De Here Jezus was geliefd door de Vader (12:19) omdat Hij geen ruzie maakte. Een mooi voorbeeld zien we bij Abraham en Lot (Gen. 13:7-14). Abraham maakte geen ruzie, maar gaf zijn rechten op. Mozes was de nederigste man op aarde en hij verdedigde zichzelf nooit (Num. 12:3). Nederigheid is niet zwakheid. De Here Jezus nodigt ons uit om nederig te zijn zoals Hij (1 Pet. 2:21; Matt. 11:29).

Mat 5:6. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Dat is wat wij moeten zoeken en dat alleen is wat ons verzadigd (Jer. 29:13). Je moet geen honger hebben naar iets anders. Denk aan Jacob, die achter van alles aan gerend had, totdat hij de Here ontmoette. Zijn hele verlangen veranderde. Heer, ik wil U niet laten gaan, totdat U mij zegent (Gen. 32). Je kunt alleen tot de Here Jezus komen, als je dorst hebt naar gerechtigheid (Joh. 7:37). De belofte is, dat zij die dat doen, tevreden zullen zijn. Paulus leefde een godvrezend leven (Fil. 3:9). Het Oude Verbond is uiterlijk gedrag (De wet). Het Nieuwe Verbond is een innerlijk schoon gedrag. 

Mat. 5:7. Zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden. Het beschuldigen van anderen is het directe gevolg van de zondeval. God echter is rijk in barmhartigheid (Efz. 2:4). We moeten diep in ons hart altijd vergeven (Matt. 6:14, 15; 18:33, 44). Als we slecht behandeld zijn door iemand, dan zijn er twee stemmen die ons hart beïnvloeden. De ene is de stem van mijn vlees en de andere is de stem van barmhartigheid (Hebr. 12:24). Abel was heel slecht behandeld en zijn bloed roept om wraak. De Here Jezus was nog slechter behandeld. Zijn bloed roept: ‘Vergeef hen Vader!’ 

Mat. 5:8. Zalig de reinen in hart, want zij zullen God zien. Dit kon de wet niet doen en daarom is er een Nieuw Verbond gegeven (Rom. 8:3,4). Mozes kende de Here van aangezicht tot aangezicht (Deut. 34:10; Num. 12:6). Het mooiste is om direct met de Here te kunnen spreken. Het rein zijn van hart is, dat ik geen ander verlangen heb dan de Here alleen (Ps. 73:25). Wie heb ik nevens U in de hemel? Nevens U begeer ik niets op aarde. Dit maakt waarlijk vrij (Gal. 5:1).

Mat. 5:9. Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden. Dat is het tegenovergestelde van iemand, die ruzie zoekt (Rom. 12:17-21; 2 Tim. 2:22). We moeten altijd de vrede najagen (Hebr. 12:14; 1 Thess. 5:23).

Mat. 5:10. Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen. In het Oude Verbond was er geen nadruk op vervolgingen. De gelovigen van het Nieuwe Verbond zullen vervolgd worden (Joh. 16:33; 2 Tim. 3:12; Hand. 14:22; Luk. 6:22,26). Als je niet vervolgd wordt, leef je hoogstwaarschijnlijk geen Godvrezend leven. Je wordt vervolgd voor datgene, wat juist is.

Mat. 5:11-12. Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil. Dit is het moment voor een echt feestje. Je wandelt in de voetstappen van de profeten (Joh. 16:2). De Here Jezus werd vervolg door de religieuze Joden en niet door de Romeinen.

Hier zijn negen principes van het Koninkrijk der Hemelen voor ons leven, waar we steeds mee bezig moeten zijn. De wereld vereert trots en niet nederigheid. De wereld is in oorlog met de Here. De Here verlangt om van Zijn vijanden, Zijn kinderen te maken. We moeten de vervolging verwachten als we leven naar Zijn wil. We moeten er wel voor oppassen dat ons lijden geen gevolg is van onze eigen dwaasheid en ongehoorzaamheid.

5:13. Gij zijt het zout der wereld. Ons innerlijke leven. Het zout in de aardappels wordt onzichtbaar en toch proef je het. Het zout was belangrijk en werd over het offer gestrooid (Lev. 2:13). Het belangrijkste van zout is dat het niet de kwantiteit, maar de kwaliteit is. Later zegt de Here Jezus ook: weinigen zullen binnen gaan (Mat. 7:14). Het zout spreekt van puurheid en behoud. Het moment dat de Here Jezus, die vol zout is, met Zacheüs praat, verandert zijn hart (Luk. 19:8). Wij zijn het zout van God en moeten de Here Jezus altijd verhogen en elkaar blijven liefhebben (Mark. 9:50). De soldaten werden ook wel eens met zout betaald.

5:14-16. Gij zijt het licht van de wereld. Ons uiterlijke leven. Het licht was Gods eerste scheppingsdaad en het gaat weer niet om de grootte, maar om de kwaliteit van het licht. Zijn licht en Leven schijnen door ons heen om onze Hemelse Vader te verheerlijken. Smakeloos zout en verborgen licht hebben geen enkel nut. Zout houdt het verderf tegen en licht verdrijft de duisternis.

5:17-20. Hoe komt de ware gerechtigheid in onze wereld?. In de wet openbaart de Here de standaard van een heilig leven. De Farizeeën verdedigden de wet en probeerden die te gehoorzamen. Voor de gewone mensen waren zij de heiligste mensen en als er voor hen geen hoop is dan maken zij helemaal geen kans (Mat. 5:20). Dat is juist het doel van de wet om hen tot Christus te brengen (Gal. 3:19-29). De Here Jezus beschrijft drie relaties naar de wet toe.

(1). We kunnen proberen de wet te vernietigen (Mat. 5:17a). De Farizeeën dachten dat de Here Jezus dat deed. Zijn autoriteit kwam niet van één van hun leiders. De Here Jezus leerde met Zijn eigen autoriteit (Mat. 7:29) en ook met Zijn activiteiten op de sabbat leek het of de Here Jezus lak had aan de wet. Het waren echter de Farizeeën die wet vernietigden door hun eigen gemaakte tradities en schijnheilige leven. Hun afwijzing van de Here Jezus maakte duidelijk dat de ware betekenis van de wet niet in hun hart leefde. Het maakte hen niet nederig, maar trots. Het bracht slavernij in plaats van vrijheid.

(2). We kunnen zoeken om de wet te vervullen (Mat. 17b). De Here Jezus vervulde de wet door Zijn geboorte, door Zijn leven, door Zijn leer en door Zijn sterven en opstanding (Rom. 10:4; Hebr. 10:19). De Vader was altijd blij met Hem (Mat. 3:17) en niemand kon Hem ooit van één zonde beschuldigen. De Here Jezus opende een nieuwe en een levende weg. Hij droeg ook de vloek van de wet op het kruis en vervulde de typen, de offers en de profetieën (Hebr. 9-10). Door Zijn sterven werd ook de tussenmuur weggehaald (Efz. 2:11-13). Omdat de wet vervuld is, zijn er nu geen tempels meer nodig die met mensenhanden gemaakt zijn (Hand. 7:48). Alles voorheen was een schaduw van de Werkelijkheid (Kol. 2:17). Hoe kunnen wij dan de wet vervullen?. Door ons over te geven aan het werk van de Heilige Geest in ons leven (Rom. 8:1-3; Gal. 5:16). Het betekent het omgewisselde leven waarin de Here Jezus Zijn rechtvaardig leven in ons uitwerkt (2 Kor. 5:21). Als we de Bergrede lezen, dan zien we het volmaakte leven en karakter van de Here Jezus. De enige weg waardoor wij het leven van de Rechtvaardigheid van de Bergrede zelf ervaren is door de kracht van de Heilige Geest die in ons woont. Het doen gaat voor het leren (Hand. 10:38). Zo leefde de Here Jezus hier op aarde (Hand. 1:1) en dat was in totale tegenstelling met de schriftgeleerden (23:3).

5:21. Hoe werkt Zijn rechtvaardig leven voor ons als gelovigen?.

De Here Jezus spreekt met autoriteit en superioriteit over de wet en zegt: Ik zeg U en gaat door tot het hart (1 Sam. 16:7). Hij neemt zes belangrijke wetten uit het Oude Testament en legde ze uit in het Licht van het Nieuwe Verbond (2 Kor. 3,4). Hij bracht een grote verandering, zonder iets af te doen van Gods standaard.

5:21-26; Ex.20:13. Moord. Boosheid is een houding van moord in ons hart (1 Joh. 3:15). Er is een heilige boosheid tegen de zonde (Efz. 4:26), maar de Here Jezus sprak over de onheilige boosheid. Boosheid moeten we dan ook direct bij de Here Jezus brengen en als zonde beschouwen (Matt. 18:15-20). We brengen onszelf in een gevangenis als we anderen niet vergeven. Degene die zijn broeder of zuster niet vergeeft vernietigt de brug waar hijzelf over moet lopen.

5:27-30; Ex.20:14. Overspel. De Here Jezus bevestigt de wet aangaande een rein en trouw leven. Seksuele onreinheid begint allereerst in ons hart. Geen wonder dat Job een verbond met zijn ogen maakt (Job. 31:1). Geestelijke operaties zijn belangrijke dan fysieke operaties (Kol. 3:5).

5:31,32; Echtscheiding. Dat wordt in hoofdstuk 19:1-12 uitgewerkt, maar als gelovigen van het Nieuwe Verbond mogen we niet eens bitter zijn tegen elkaar (Kol. 3:12-17).

5:33-37. Het zweren. De Here Jezus leert ons om heel eerlijk te zijn tot ons been. Te meer woorden iemand gebruikt om je te overtuigen te achterdochtiger men wordt (Spr. 10:19).

5:38-42; Lev. 24:19-22. Relaties onder elkaar. De regels van de wet zijn eerlijk. Oog om oog, tand om tand. Het is een oorlog die geregeld is, maar het brengt geen vrede. Het keren van de andere wang betekent dat we pijn ontvangen. Het is beter om pijn te hebben aan de buitenkant, dan letsel op te lopen aan de binnenkant. We worden opgeroepen om de zondaar te helpen en hebben de Here Jezus aan onze zijde (Hebr. 7:19).

5:43-48; Lev.19:17,18. Liefde voor onze vijanden. Er staat nergens in de bijbel dat we haat moeten koesteren tegen onze vijanden (Ex. 23:4,5). De Here Jezus heeft het recht om ons op te roepen onze vijanden lief te hebben (Rom.5:8) want Hij stierf voor ons toen wij nog vijanden waren. Er zijn verschillende redenen om onze vijanden lief te hebben. Het is een teken van volwassenheid en bewijst dat we kinderen van onze Hemelse Vader zijn. De liefde is als zonneschijn en regen die de Vader voor ons allen zendt. Het is ook een getuigenis voor anderen. Onze Hemelse Vader verlangt dat wij op een hoger niveau leven dan zij die niet geloven. Hij houdt van Zijn vijanden en heeft er alles aan gedaan om van Zijn vijanden Zijn kinderen te maken en wij moeten Hem daarbij helpen. Het woord volmaakt betekent niet we zonder zonden zijn. Dat is onmogelijk, maar het is wel een prachtig doel waar we naar moeten streven. Door zich te wreken, staat een mens op hetzelfde niveau als zijn vijand, maar door het te laten is hij zijn meerdere (Francis Bacon).

 

Mattheüs 6. Het vervolg van de Bergrede

Allereerst zien we negen juiste houdingen die een discipel van de Here Jezus moet hebben (Matt. 5:3-12). Daarna zien we negen verkeerde houdingen die in ons aanwezig zijn.

(1). Hoe ga ik om met boosheid (Matt. 5:21-26).

(2). Hoe ga ik om met seksuele lust (Matt. 5:27-32).

(3). Hoe ga ik om met liegen (Matt. 5:33-37).

(4). Hoe ga ik om met wraak nemen (Matt. 5: 37-42).

(5). Hoe ga ik om met verschillende mensen (Matt. 5: 43-47).

(6). Het ga ik om in het zoeken van de eer van mensen (Matt. 6:1-18). (7). Hoe ga ik om met het vasten (Matt. 6:16-18).

(8). Hoe ga ik om met de materiële dingen (Matt. 6:19-24).

(9). Hoe ga ik om in het oordelen van anderen (Matt. 7:1-6).

In het Oude Verbond lag de nadruk niet op onze innerlijke motivatie.

6:1-4. Onze motieven moeten innerlijk geheel puur zijn (Matt. 5:20,16). Er is een verzoeking om je beter voor te doen, dan je werkelijk bent. Je bent wie je bent in het donker en als je helemaal alleen bent. De eerste zonde in de Gemeente (Hand 5:3-10 ) werd gepleegd door Ananias en Safira die zich beter voordeden dan zij waren. Al ons werk zal door de Here zelf getest worden (1 Kor. 3:10-15). Zelfs ons eten en drinken is tot Zijn eer (1 Kor. 10:31).De lofprijs van mensen is maar tijdelijk (1 Pet. 1:24). Alles wat voor de eer van Jezus is zal blijvend zijn. Het betekent niet dat alles in het geheim gaat. Iedereen wist dat Barnabbas zijn land verkocht had en het geld werd openlijk voor de voeten van de apostelen gelegd (Hand.4: 34-37). Denk bijvoorbeeld aan het water dat in wijn veranderd wordt door de Here Jezus en daarna krijgt de bruidegom alle eer. (Joh. 2:1-11).  

6:5-15. Ons gebedsleven moet allereerst in het privé zijn en daarna in het publiek. Als ons gebed in het openbaar anders is dan in privé, dan ben je een huichelaar en je gebed bereikt de hemel niet eens. Laat men maar denken dat je nooit iets geeft en dat je nooit bidt. De Here Jezus stuurt de menigte weg nadat Hij ze gevoed heeft en gaat dan alleen de berg op om te bidden (Matt. 14:23). Het heilige der heiligen van de Tabernakel, daar is de Here God alleen. Het is ook juist om met elkaar te bidden (Luk. 11:1). De Here Jezus herhaalde Zichzelf ook (Matt. 26:39-44). Het mogen echter geen loze woorden zijn zoals de Baälpriesters (1 Kon. 8:26; Hand. 19:34). We hebben meer beantwoorde gebeden nodig. Het komt uit ons privé leven en een schoon hart en voor de eer van de Heer. Als de Here alles al weet, wat bereik je dan met je gebed (Jac. 4:1-3). Het is te leven in gemeenschap met de Here Jezus (1 Kor.1:9). Het gebed dat nu volgt is een voorbeeld gebed voor de discipelen. Zijn eigen gebed vinden we vlak voor de kruisiging (Joh.17).

6:9. Onze Vader die in de Hemelen zijt: We spreken tot onze liefdevolle Vader, dat kon in het Oude testament niet na de zondeval (Luk. 3:38). Hij woont ook in de Hemel. Hij is soeverein en Almachtig

Uw Naam worde geheiligd. Het doel is dat Zijn Naam vereerd wordt en dat Zijn wil wordt gedaan. Het gebed begint met God en het gaat alleen om Hem. De Here Jezus stierf voor allen zodat wij niet meer voor onszelf leven maar voor Hem (2 Kor. 5:15). We hebben een wereldwijde familie en daarom beginnen wij met: Onze Vader.

6:10. Uw Koninkrijk kome. Dan moet mijn Koninkrijk gaan. Uw wil geschiede dan zeg je nee tegen je eigen wil (Luk. 6:38). Het gaat om Gods Naam, Gods regering en Gods wil (Rom. 14:17).

6:11. Geef ons heden ons dagelijks brood: Nu pas komen onze noden. Het gaat om wat nodig is om te leven (1Tim. 6:16) en niet over luxe. Ik wil de kracht om Gods wil hier op aarde te doen, zoals in de Hemel.

6:12. Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren: Al onze zonden brengen ons in een grote schuld bij de Here God. Als je inziet hoeveel je vergeven bent, dan is het gemakkelijk en nodig om ook anderen te vergeven (18:21-25).

6:12. Leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze De Here verzoekt ons nooit (Jac. 1:13-17). Je vraagt om Zijn hulp, zodat je niet in een plaats van verzoeking terecht komt (1 Joh. 5:18). Er is ook een prachtige belofte van de Here voor een weg uit iedere verzoeking (1 Kor. 10:13). Het is de overwinning over de zonde. Het gebed van Jabes is ook een prachtig modelgebed (1 Kron. 4:9,10).

6:13. Want Uwer is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in de eeuwigheid amen.

6:16-18. Het vasten. Er is een beloning als je vast. Zelfs om demonen uit te drijven (Matt. 17:21). Je kunt ook als echtpaar vasten (1 Kor. 7:5). Laat het gedaan worden voor de Here Jezus alleen (1 Kor. 10:31).

6:19-24. De liefde voor geld. Wat is een schat?. Er is geen limiet voor datgene wat je hebt. Het gaat niet om de hoeveelheid. Je kunt weten waar je hart naar uitgaat in je gedachten wereld. Als je verliefd bent dan denk je vaak aan haar of hem. We mogen geen enkele schat op aarde hebben. Je merkt het als er iets wegraakt of kapot gaat, dan weet je precies waar je schat zit. De Here God is geïnteresseerd dat ons hart in de Hemel is (Kol. 3:1).

6:22. Het oog spreekt hier over ons innerlijke geweten, wat constant schoon moet zijn. Net als met ons fysieke oog, als er een beetje stof inkomt, dan moeten we het eerst helemaal schoonmaken. De stem van ons innerlijke geweten brengt ons tot de Here God en als we er gevoelig mee zijn, dan brengt het ons hoger op. Het is onze gids en dat ontvangen we door Gods Woord in ons te laten regeren (Jac. 5:9).

6:23. Het is serieus als we de waarheid weten en er niets aan doen. Een ieder zal gericht worden, naarmate het licht dat zij ontvangen hebben. Het geheim van Paulus was dat hij een rein geweten had (Hand. 24:16). Ik denk aan het Joodse volk (Rom. 2:9) die meer licht ontvangen heeft dan alle andere volken.

6:24,25. Er is een relatie tussen deze twee verzen. Er staat drie keer: Weest niet bezorgd (25,31,34). Men is angstig omdat hun oog niet zuiver is en hun schat is op deze aarde gericht. De Here Jezus kwam ons ook redden van een egoïstisch leven (Matt. 6:9-13) en van de liefde van geld. Denk aan Zacheüs, die ervan bevrijd werd (Luk. 19:8) en de jonge rijke man (Luk. 18:23) die er niet van bevrijd wilde worden. Wat was de houding van de Here Jezus tot het geld (Joh. 13:29). Hetgene wat zij nodig hebben en het geven aan hen die nood hebben. Paulus zegt tegen Timotheus (1 Tim. 6:9,10): als we al onze schatten en interesses in de Hemel hebben dan pas zullen we vrij zijn van zorgen, want net als de vogels hebben wij ook een Hemelse Vader die voor ons zorgt. George Mueller zei: Het begin van ons zorgen maken is het einde van ons geloof en het begin van ons geloof is het einde van ons zorgen maken.

 

Mattheus 7 Het einde van de Bergrede

De Here Jezus heeft over allerlei onderwerpen gesproken in het leven van een gelovige in het Koninkrijk der Hemelen. Over onszelf. Over de wereld waar we in wonen. Over het Woord van God en onze innerlijke motivatie. Over ons gebedsleven. Over onze houding tot materiële bezittingen. De Farizeeën waren de bestaande religieuze invloed. Met hen in Zijn gedachten spreekt de Here Jezus: Zij waren trots. Wij worden opgeroepen om nederig te zijn. Zij waren een deel van het systeem. Wij worden opgeroepen om zout en licht te zijn tot het systeem. Zij hadden hun eigen tradities en verloochenden de Schrift. Wij worden opgeroepen om alleen Gods Woord te volgen. Zij geloofden alleen in een uiterlijke moraliteit. Wij worden opgeroepen om innerlijk schoon te zijn. Zij hadden vele verkeerde relaties en zo ontmaskert de Here Jezus hun valse religie en laat zien dat het ware geloof van de Here God alleen komt en anders is.

7:1-6. De laatste verkeerde houding gaat over het oordelen. De Farizeeën hadden de gewoonte om mensen te oordelen. ‘Spreek niet je oordeel uit’ gaat over de kritieke en verkeerde houding van de Farizeeën (Rom. 14:13). Er is geen plaats voor revanche en er mag ook geen haastig oordeel zijn want we hebben vaak ook geen volledige informatie (2 Sam. 16:4; 2 Sam. 19:24-30; David en Mefiboset).

7:1 God is één (Joh. 8:1-12). Wij zijn God niet (1 Kor. 4:3,4).

7:2 Als je anderen bekritiseert komt het als een boemerang naar je terug. Haman die aan zijn eigengemaakte galg hing (Ester) Koning Adoni-Bezek had bij anderen hun duimen en grote teen afgehakt en later gebeurt hetzelfde ook met hem (Richt. 1:6,7).

7:3,4. Je bent blind, anders zou je aan je eigen splinter werken. Spreek wel je oordeel uit tussen goed en slecht en goed en best. 7:5a. Als er onenigheid of zonde is in de gemeente dan moeten we die wel oplossen (1 Kor. 5:9-13; 1 Kor. 6:1-8; Matt. 18:17). We moeten ook de leer onderscheiden (Matt. 7:15-20; 2 Tim. 2:15). De gemeente moet kiezen wie er gekwalificeerd zijn om oudsten of diakenen te zijn in de gemeente (1 Tim. 3:1-13). Als Luther niet gereageerd had zouden we geen reformatie hebben ervaren.

7:5b. We moeten onze eigen zonden belijden en nalaten (Spr. 28:13). David een man naar Gods hart na Bathséba (Ps. 51:12,21).

7:6. Wie zijn de onreine honden en de onreine zwijnen. (2 Pet. 2).

7:7,8. Daarom moeten wij bidden en hebben we Zijn wijsheid nodig. Alles wat ons tot bidden brengt is altijd een zegen. Er mag geen onbeleden zonde in ons hart zijn (Ps. 66:18). We moeten in geloof en naar Zijn wil bidden (Jac. 1:6-8).

7:9,10. Wij mogen er in vertrouwen dat de Here ons gebed hoort. Een aardse vader zal zijn hongerige zoon niet bedriegen noch hem iets geven wat hem pijn doet.

7:11. Wij hebben onze Hemelse Vader die weet wat wij nodig hebben.

7:12. Wij zijn niet alleen een deel van Zijn Koninkrijk (Kol. 1:13). We zijn een hechte familie met de Here Jezus, als onze Heer. We worden opgeroepen om elkaar van harte lief te hebben (Matt. 22:37). Wat gij niet wilt dat u geschied, doet dat ook een ander niet. Onze Hemelse Vader is een gever van goede dingen aan ons. Wij moeten Hem daarom nadoen in het goeddoen (1 Pet. 2:21). Ben je een Filipenzen 1:21 christen of een Filipenzen 2:20,21 christen?. Dat is de vraag. Het leven is mij Christus en het sterven is gewin. Zo moet het zijn. De Here Jezus verlangt het, omdat Hij zo goed voor ons is. Heb je naaste lief als jezelf is de Koninklijke wet (Jac. 2:8). De Here Jezus verlangt het en geeft ons Zijn beloften. Wij kunnen blijven vragen, bidden en kloppen (Jac. 1:5).

7:13,14. De Here verlangt een persoonlijke keuze net als Mozes: Leven of dood (Deut. 30:15). (Persoonlijke keuzes: Jozua 24:15; Jer.21:8; 1 Kon. 18:21; Joh. 6:66). Er zijn maar twee religies: De juiste en de valse. De ene is van God en de andere is van de duivel. De Here Jezus of de Farizeeën (Luk. 18:9). De smalle weg is de weg van de Goddelijke rechtvaardigheid en de brede weg is de weg van de eigen gerechtigheid (Rom. 3). De Here Jezus wil ons terugbrengen naar de negen juiste houdingen (Matt. 5:3-12). De meeste Farizeeën pakken het echter helemaal niet en houden vast aan de negen verkeerde houdingen (Matt. 5:13-7:6; Luk. 18:9-14). De enige persoon die het Christen leven kan leven is Christus. Er zijn twee poorten (wijde en een smalle). Er zijn twee wegen (brede en de smalle). Er zijn twee richtingen (leven en dood). Er zijn twee soorten reizigers (vele en weinige). Er zijn twee bomen (goede en corrupte). Er zijn twee vruchten (goede en slechte). De Here Jezus is de poort en de weg (Joh. 10:9; 14:6). Je moet alleen en met moeilijkheden door de smalle poort gaan. Je vlees en het wereld systeem is tegen je. Het is wel de weg van discipelschap (Luk. 14:25-33). De valse profeten die de gemakkelijke brede weg voorspiegelen komen in schapen kleding (Spr. 16:25). Zij doen zich voor als gelovigen, maar er is geen licht in hen (Jes. 8:20). De toekomst van de valse profeten is dat zij in de poel van vuur geworpen worden (Openb. 20:15).

7:21. Er zijn ook mensen die nooit echt bekeerd zijn. De eerst stap van gehoorzaamheid is de Here Jezus te aanvaarden (Joh. 1:12) en in Hem te geloven (Joh. 6:29).

7:21-23. We leren hier dat niet alle wonderen van Goddelijke aard zijn. Een wonder betekent gewoon, dat een supernatuurlijke kracht aan het werk is. Het kan een demonische of satanische kracht zijn.

7:24-27. De ene bouwt op de rotsen en de andere op de zandgrond. Het fundament is onzichtbaar. Dezelfde storm komt en het ene huis valt en het andere niet. Alles wordt zichtbaar. Het bouwen op zand is de gemakkelijke en oppervlakkige weg. Het bouwen op de rots is hard en hij graaft diep en wil het juist doen. De rots is God (Ps. 18:2) en Christus (16:18), maar bovenal gehoorzaamheid aan Gods Woord. Ben je heel zeker dat je de juiste weg gekozen hebt (Spr. 30:12). De wereld zal je een dwaas noemen als je volgens de principes van de Bergrede leeft. In de wereld word je wijs genoemd als je voor nu en jezelf leeft. De Here Jezus noemt iemand wijs die zijn leven op de rots bouwt en zich helemaal aan die rots toevertrouwd (Spr. 3:5,6). Onderzoek jezelf serieus of je wel in Christus bent (2 Kor:13:5). 7:28,29. Er was geen opwekking en ook geen diepe bekering.                 De mensen waren wel totaal verrast en zo is onze Heiland!. De Here Jezus sprak met autoriteit en was een stem. De Farizeeën waren zonder kracht en waren een echo.

 

Mattheüs acht. De grote kracht van de Joodse Koning.

We hebben de Joodse Koning geïntroduceerd en de principes van de Koning gehoord. Nu gaan we van Zijn almachtige kracht genieten. Het is heerlijk om de Here Jezus door de wereld te zien wandelen. Waarom deed de Here Jezus wonderen?. De Here Jezus deed wonderen uit medelijden en ook om te bewijzen dat Hij de Messias is (Jes. 29:18,19). De Here Jezus werd ervan beschuldigd dat Hij de wonderen deed in de kracht van satan (Mat. 12:25). Ook dit was voorzegd (Joh. 12:37-43). Het gebed van de Farizeeën is:Heer, ik dank U dat ik een man ben en geen vrouw, een Jood en geen heiden, een vrij man en geen slaaf’. Een melaatse werd gevreesd, en als een dode gezien. David vervloekte Joab ermee (2 Sam. 3:29). Een melaatse leefde afgescheiden en moest steeds roepen: ‘Onrein’. (Lev. 13:45).  

Mat. 8:1-4. De melaatse kwam openlijk en moest veel overwinnen. Hij kwam met eerbied en met een hart van aanbidding. De Here Jezus is God en aanvaardt zijn aanbidding. Hij kwam nederig en zei: ‘Indien Gij het wilt’. Hij was bereid om melaats te blijven als dat Zijn wil zou zijn. De Here Jezus raakt hem persoonlijk aan (Lev. 5:3). Onmiddellijk werden alle lichaamsdelen helemaal genezen. De Here Jezus zei tot de man dat hij allereerst naar de priester moet gaan (Lev. 14). Dit zou een groter effect hebben. De man was genezen en ongehoorzaam en ging niet naar de priester toe (Mark. 1:45). Melaatsheid is ook een type van onze zonde (Jes. 1:5). De eerste belofte is dat de Here Jezus ons van al onze zonden zal redden. De Here Jezus verlangt totale gehoorzaamheid en dan zullen de mensen zien en ervaren dat je echt veranderd en genezen bent.

Mat. 8:5-13. De volgende verschoppeling in de ogen van de Farizeeën is een heidense Romein. De centurions die genoemd worden in de Bijbel zijn mannen met prachtige karakters en toch bogen ze voor Caesar. Hij had ook obstakels om niet tot de Here Jezus te komen. Hij was een soldaat, Jezus een man van vrede. Hij was een heiden, Jezus een Jood. Ook wij kunnen tot Hem komen en alle obstakels wegdoen. Hij leefde met positieve gedachten en dat produceert een positief leven. Wij weten onze toekomst niet, maar wel dat Hij ons liefheeft en daarom kunnen ook wij de toekomst met een lach tegemoet zien. De centurion leefde ook met een liefdevol hart voor zijn bedienden. Er werd gezegd: het verschil tussen een stoel, een slaaf en een dier is, dat een slaaf kan praten. Hij was een man met autoriteit en erkent dat ook bij de Here Jezus. Hij geneest deze heidense knecht vanuit de verte (Efz. 2:2). Zijn oprechte geloof steekt scherp af tegen de uiterlijke vroomheid van veel Joodse godsdienstige leiders. Het was voorspeld dat Zijn zegeningen ook voor de heidenen zijn (Jes. 25:6). De Here Jezus vertelt hen dat velen niet in het Koninkrijk zouden komen vanwege hun gebrek aan geloof. Zij zaten zo vast aan hun tradities, dat zij de nieuwe boodschap niet konden aanvaarden. Niemand gaat Gods Koninkrijk binnen door erfdeel of familiebanden.

Mat. 8:14-17. De schoonmoeder was in bed met koorts. De Here Jezus genas haar met een aanraking en direct begon zij de Here Jezus en de anderen te dienen. De zegeningen in ons huis hebben gevolgen en leiden tot zegeningen in onze gemeenschap. We zien de vervulling van Jesaja (53:4) gedurende Zijn leven, maar volledig in de toekomst. De Here Jezus is gestorven voor al onze zonden, niet al onze ziekten.

8:18-22. Wat houdt mensen van de Here Jezus?. 1) Comfort. De Here Jezus wist dat dit zijn probleem was. Het gemak dat de wilde dieren hebben, heb Ik niet eens. 2) Erfenis. De woorden ‘laat mij eerst mijn vader begraven’, betekent ‘ik wacht op zijn erfenis’. Zijn probleem is het woordje ‘eerst’ (Mat. 6:33). Hoe kunnen doden, doden begraven? De Here Jezus bedoelt hen die geestelijk dood zijn (Efz. 2:1-3). Hier wordt de Here Jezus voor het eerst de Zoon des mensen genoemd. Dit is zijn nederige titel en aan Hem behoort het Koninkrijk (Daniël. 7:13). 3). Relaties. Hier is het je relatie met je ouders die boven de Here Jezus staat. Weer is het probleem, het woordje ‘eerst’. We mogen de beslissing om de Here Jezus te volgen niet uitstellen, zelfs al staat er een belangrijke gebeurtenis voor de deur. Niets is belangrijker dan volledige toewijding. Een half hart is geen functionerend hart.

Mat. 8:23-27. De Here Jezus heeft de kracht over het natuurlijke. De discipelen kwamen in de storm terecht omdat zij gehoorzaamden. Jona als gevolg van ongehoorzaamheid. De Here Jezus sliep omdat Hij als mens moe was. Hij vertrouwde zich helemaal toe aan de zorg van Zijn Hemelse Vader. Alles wat ons bij Hem in gebed brengt is altijd een zegen. De storm maakte Hem niet wakker, maar hun gebed wel. Er is altijd wel iets in ons leven waarvan wij denken dat de Here Jezus niet kan of wil ingrijpen. De Here Jezus kan alle stormen in ons leven tot bedaren brengen. Vertel het Hem maar!. De storm had hen weer iets nieuws geleerd.

Mat. 8:28-34. De Here Jezus heeft de kracht over het Geestelijke. De invloed van demonen. Zij kunnen veel teweeg brengen bij mensen die zich daar voor openen. Ze waren naakt, wild (Luk. 8:27) en woonden tussen de graven. Ze hadden hun vreugde van hun thuis verloren en waren een gevaar en zonder waarde voor de samenleving. De invloed van de samenleving. Ze doen hun best om de mensen te beschermen, maar kunnen hun gebondenheid niet veranderen. De invloed van de Here Jezus. De demonen weten precies wie de Here Jezus is. Onthoud goed: zij zijn gevallen engelen. De Here Jezus kan de demonen uitwerpen en zij doen precies wat Hij zegt. De liefdevolle Genade van de Here Jezus. De Here Jezus kwam tot hen en een storm kon Hem niet weerhouden. Hij bevrijdde hen en herstelde hun hart. Zij worden weer bruikbaar en vol vrede. Er zijn drie gebeden. 1). De demonen vroegen om in de varkens te gaan. Zij weten nu al dat hun uiteindelijke bestemming de hel is. 2). De mensen vroegen aan de Here Jezus om weg te gaan want Zijn aanwezigheid brengt een economische crisis voor het gebied. 3). Een van de twee mannen vroeg of hij met de Here Jezus mee mocht gaan (Mark. 5:18-20). Hij zei twee keer ‘ja’ en een keer ‘nee!’. De Here Jezus vertrekt, maar laat een getuige achter en uiteindelijk roepen die mensen ook: Hij heeft alles welgedaan (Mark. 7:37). Ieder mens is waardevol en niemand is te wild voor de Here Jezus.

 

Matteüs 9. De kracht van de Here Jezus over de zonde.

Mat. 9:1-8. De genezing van een verlamde. De Here Jezus kwam terug naar Kapernaüm en doet daar enkele van zijn machtigste wonderen. Het was nadat de mensen van Nazareth de Here Jezus van de rots wilden gooien (Luk. 4:29-31). Hij heeft zich krachtig opgesteld met ziekten, stormen en demonen. Kan Hij ook iets aan de innerlijke zonde van de mensheid doen?. Er was een verlamde man die zichzelf niet kon helpen. Hij had wel vier vrienden met geloof, hoop en liefde. Zij brachten hem bij de Here Jezus. Er was geen hindernis te groot want er was liefde in hun hart. De liefde ziet alleen maar mogelijkheden geen moeilijkheden. Toen ze niet door de deur konden gingen ze via het dak. We weten niet dat de man ziek geworden is als gevolg van zijn zonden. We weten wel dat de Here allereerst het zonde probleem oploste. Hij zag het geloof van zijn vrienden en het was hun geloof waardoor zij het dak van een ander kapot gemaakt hadden om hun verlamde vriend bij de Here Jezus te brengen. Het was het geloof van de verlamde man waardoor de Here Jezus zijn zonden kon vergeven. We mogen niet concluderen dat iedere ziekte een gevolg van zonde is noch dat we altijd genezen worden als we vergeving van zonde ontvangen hebben. De Here Jezus zorgde eerst voor de oorzaak en daarna pas de symptomen. Het is belangrijker dat ons hart verschoond wordt dan dat ons lichaam genezen wordt. Hij ging naar huis met een gezond lichaam en een vredevol hart. Als we spreken tot een menigte zijn er verschillende harten die luisteren. De Farizeeën veroordeelden Hem voor godlastering in hun hart. Zij wilden Hem niet als God aanvaarden. Als bewijs dat de Here Jezus de autoriteit heeft om zonden te vergeven zegt Hij: Sta op en wandel.

Mat. 9:8. Toen de volksmenigte hem naar huis zag wandelen kwam er vrees en verwondering in hun hart. Zij begrepen niet dat de Here God zelf bij hen was en de Farizeeën verhardden zich nog meer.

Mat. 9:9-13. Er is een pauze en Matteüs vertelt zijn getuigenis. Het is een nederig getuigenis van een gehaat man die voor Rome en zichzelf werkte, maar persoonlijk geroepen wordt door de Here Jezus. De Here Jezus zei: Volg Mij en direct verliet hij zijn tafeltje en volgde Hem. Er was geen weg terug en hij was zijn goed betaalde baan kwijt. Hij liet een oneerlijke baan achter, maar werd een eerlijke volgeling. Hij verloor financiële zekerheid, maar ontving een avontuur dat hij nooit geloofd had. Hij had alleen zijn pen meegenomen. Hij opende niet alleen zijn hart, maar ook zijn huis. Hij bereidt een maaltijd en stelt zijn zondige vrienden voor aan de Here Jezus (Luk. 5:29). De Here Jezus werd hiervoor bekritiseerd. Het is waar dat de Here Jezus met zondaren at, ook als Hij met de Farizeeën zou eten. Als Hij niet met zondaren had gegeten dan had Hij zijn hele leven alleen moeten eten. Hij deed nooit mee aan hun zonden en roept hen op om anders te gaan leven. Het probleem met de Farizeeën was dat zij de godsdienstige rituelen op de voet volgden. Hun hart is hard, koud en zonder Genade. Vandaar dat de Here Jezus hen oproept met een vers uit Hosea (6:6). Ik verlang barmhartigheid of warmhartigheid en geen offerande.

Mat. 9:14-17. Het christenleven is een feest en geen begrafenis. Op dit moment is Johannes de Doper waarschijnlijk al in de gevangenis. Zijn discipelen komen tot Hem met een probleem. Zij vastten vaak en de discipelen van de Here Jezus niet. Waarom niet?. De Here Jezus antwoordt met een illustratie. Hij was de bruidegom en Zijn discipelen zijn de bruiloftsgasten. Gedurende Zijn tijd met hen is er geen rede om te vasten als een teken van rouw. Er komt een moment dat Hij van hen weggenomen zou worden Dan is er tijd om te vasten. De Here Jezus wees op Zijn dood en Opstanding. Sinds Zijn Hemelvaart is er geen gebod om te vasten maar wordt het wel aangeprezen. De volgende vraag die de discipelen van Johannes Hem vragen vertellen ons dat er een einde komt aan het Oude Verbond. De Here Jezus kondigt een nieuwe periode van Genade aan (Joh. 1:17). Hij geeft het voorbeeld van jonge wijn met nieuwe zakken. Je kunt deze twee niet met elkaar vermengen. Je kunt ook de wet en de Genade niet met elkaar vermengen. Gaebelein een Messiaanse Jood zegt in zijn boek. Het vermengen van de wet met Genade is erger dan wat Israël deed in het verleden toen zij de afgoden aanbaden.

Mat. 9:18,19,23-26. Een gebroken familie. Het moet moeilijk geweest zijn voor Jairus om naar de Here Jezus te gaan en Hem te aanbidden. Hij was een religieuze Jood en de leider van de synagoge. De liefde van Jairus voor zijn stervende dochter drong hem aan om naar de Here Jezus te gaan. Ook al zou hem dat niet populair maken bij de religieuze Joden. Toen Jairus bij de Here Jezus kwam was zijn dochter bijna gestorven. Het is bemoedigend dat wij in geloof naar de Here Jezus kunnen gaan voor onze kinderen. Hij ontvangt allen die tot Hem komen. Door het oponthoud van de bloedende vrouw was de Here Jezus te laat en dat gaf de laatste vijand, de dood, de mogelijkheid om zijn slag te slaan. En zijn dochter stierf. De vrienden van Jairus kwamen het nieuws vertellen dat zijn dochter gestorven was. De Here Jezus bemoedigde Jairus en Hij ging met hem mee. Het oponthoud zou Jairus moeten hebben bemoedigd, want hij zag Zijn kracht in de vrouw geopenbaard. We moeten leren om de Here Jezus en Zijn beloften te vertrouwen. Het moet niets uitmaken hoe wij ons voelen, hoe de omstandigheden zijn of wat anderen ook zeggen. Jairus moet geschrokken zijn aangaande de situatie in zijn huis, maar de Here Jezus nam de leiding over en bracht zijn dochter tot leven.

Mat. 9:20-22. Mark.5:26. Een gebroken hoop. Deze vrouw was bij veel dokters geweest en allen hadden zakken gevuld met geld, maar niemand had haar geholpen. Al haar hoop was vervlogen en zij was wanhopig. Zij was als gevolg van haar bloedingen ook onrein in Israël en dat maakte haar nog wanhopiger (Lev. 15:25). De Joden droegen kwasten onder hun kleding, die hen eraan herinneren dat zij Gods volk zijn (Num. 15:37-41; Deut.22:12). Laten we even naar de verschillen kijken tussen deze twee mensen die de Here Jezus aanbidden. Jairus was een Joodse leider met een naam. Zij was een vrouw zonder naam en titel. Hij was de leider van de synagoge. Zij mocht niet naar de synagoge om te aanbidden. Jairus kwam voor de nood van een ander. Zij kwam voor haar eigen nood. De dochter was 12 jaar gezond geweest en stierf. De vrouw was 12 jaar ziek geweest en werd genezen. De nood van Jairus was bij iedereen bekend. De nood van de vrouw was privé. Beiden vertrouwden de Here Jezus en ontvingen wat zij vroegen. Het kan zijn dat Jairus het oponthoud de vrouw kwalijk nam. Zijn probleem was echter niet de vrouw, maar zichzelf. Hij had geloof nodig ondanks de omstandigheden (Heb. 11:6). De Here Jezus dwong de vrouw om haar getuigenis te geven. Het getuigenis was voor haarzelf, voor Jairus en de omstanders. Het feit dat de Here Jezus anderen helpt moet ook ons bemoedigen. We mogen niet egoïstisch zijn met onze persoonlijke gebeden. We moeten leren dat de Here Jezus nooit te laat is met Zijn hulp. Het geloof van de vrouw was bijna bijgelovig. Toch eerde de Here Jezus haar geloof en genas haar. Sommige Farizeeën vergrootten hun kwasten en zagen er daardoor uiterlijk Geestelijker uit. Zij hadden echter niet de kracht om te genezen (Mat. 23:5). Anderen raakten Zijn kwasten ook aan en waren ook genezen (Mat. 14:34-36).

Mat. 9:27-34. De gebroken lichamen. We weten niet waarom zoveel mensen blind waren. Het was heel erg om blind te zijn in die tijd. De Here Jezus geneest minsten zes mensen die blind zijn. Hij geneest allen op een andere wijze. Deze twee blinde mensen erkennen Hem als de zoon van David (1:1). Er moeten wel vrienden geweest zijn die hen hielpen. Hun ‘Ja Heer’ was de belijdenis die Zijn kracht vrijmaakte. Blindheid is een beeld van Geestelijke onwetendheid en ongeloof. De zondaar moet opnieuw geboren worden (Joh.3:3) voordat hij duidelijk de dingen van God kan zien. De gelovige moet Geestelijk groeien, anders wordt zijn Geestelijke visie benadeeld (2 Pet. 1:5-9).

Mat. 9:32-34. Het laatste wonder heeft te maken met een demoon. Er is verschil tussen ziekte en de werking van demonen (10:8). De demonen hebben de macht om ons fysiek te kwellen. In dit geval was de man doofstom geworden. Wat een handicap moet dat geweest zijn. De mening van de mensen na de genezing van deze man was dat de Here Jezus iets nieuws bracht in Israël. De religieuze leiders gaven niet toe dat de Here Jezus de langverwachte Messias was. Hoe konden ze dan Zijn wonderen uitleggen?. Alleen door te zeggen dat Zijn wonderen in de macht van de boze geesten waren gedaan. Zij herhalen dit later (12:22-28) en de Here Jezus weerlegt hen. Door hun ongeloof speelden de meesten in de handen van de duivel.

Mat. 9:35-38. Het hart van de Here Jezus tijdens Zijn rondwandeling. De Here Jezus genas niet alleen, maar Hij leerde en predikte ook. Hij kon Zijn werk hier op aarde niet alleen doen. De Here Jezus had anderen nodig om Hem te helpen (Joh. 11:44). De nood is altijd groter dan de werkers die beschikbaar zijn. Niet lang daarna zendt de Here Jezus de discipelen erop uit en deden zij hetzelfde werk wat de Here Jezus deed (10). Wij allen die vandaag geloven zijn reeds geroepen (Joh. 20:21). We do not need a call, but we do need a kick. Als wij op dezelfde wijze bidden en zien wat Hij zegt en voelt wat Hij voelt en doen wat Hij deed, dan zal de Here ons leven vermenigvuldigen als wij ons deel doen in het vergaren van de oogst die overal rijp is (Joh. 4:34-38). Wij moeten tot de Here Jezus bidden aangaande onze grote en bevoorrechte taak van wereld evangelisatie. Hij stuurt ons de gehele wereld in (Mat. 10:5; 28:16).

 

Mattheus 10. De ambassadeurs van de Koning

De Here Jezus riep de discipelen op de berg (Mat. 5-7) en legde hen de principes en de kwaliteit van het leven van het Koninkrijk uit. Daarna deed hij verschillende wonderen om te laten zien welk een kracht Zijn Koninkrijk heeft. De Here Jezus ziet de mensen als schapen die voortgejaagd en afgemat waren. De Here Jezus roept de discipelen op om erop uit te gaan en de herders van de mensen te zijn om aan Zijn Koninkrijk te bouwen (Mat. 9:36-38).

10:1. De Here Jezus kan alleen onze redding volbrengen. Het getuigenis van Zijn redding kan door ons vervuld worden. De Here Jezus zoekt nog steeds naar ambassadeurs (2 Kor. 5:20).

10:2-4. Discipelen zijn zij die leren van hun meester. Sommigen zijn heel serieus en anderen hangen er gewoon bij (Joh. 6:66). Mattheus de tollenaar en Simon de zeloot waren totaal verschillend. Bij de Here Jezus werken ze toch samen en ook Judas is gewoon één van hen. Judas werd pas later een verrader (Luk. 6:16). Hun opdracht is anders als de onze (Mat. 28:16-20). Het evangelie gaat allereerst naar het huis van Israël (Mat. 15:24). Dit is het patroon. Naar de Jood eerst (Rom. 1:16). De redding is ook uit de Joden. Zij konden alleen maar zeggen: Het Koninkrijk der hemelen is nabij net als Johannes de Doper (Mat. 3:2) en de Here Jezus (Mat. 4:17). Het is jammer dat zowel de Here Jezus als Zijn ambassadeurs afgewezen werden. Het Koninkrijk werd opzij gezet, maar zal eens komen. Vandaag prediken wij over de genade van God (Hand. 20:24). Onze boodschap is dat de Here Jezus stierf voor onze zonden en door ons persoonlijk geloof in ons komt wonen en door ons wil leven.

10:14. De discipelen waren afhankelijk van de gastvrijheid van de mensen. Zij gingen enkel naar hen die hun boodschap aanvaarden. Zij mochten geen water bij de wijn doen. Als men niet wilde luisteren moesten ze verder trekken (Hand. 13:51). Zij gingen met zijn tweeën en later is Judas vervangen door Mattias (Hand. 1:23). Het is vandaag anders en Paulus werkte voor zijn levensonderhoud (Luk. 22:5,35,36).

10:16. De principes zijn hetzelfde, want er zijn vandaag ook wolven. We moeten ons niet bezig houden met het slechte (Rom. 16:17). We moeten wijs zijn in het omgaan met mensen (Joh. 2:25). Er staat nergens dat de discipelen ook vervolgd zijn gedurende hun rondreis.

10:18. De Here Jezus spreekt wel over de rest van de wereld.

10:19. De Heilige Geest was toen nog niet aan hen gegeven, maar de Here Jezus spreekt wel over de hulp van de Heilige Geest.

10:20. Er wordt niet bedoeld, dat wij ons niet moeten voorbereiden.

10:21-23. Zij spraken toen alleen in hun Land en niet wereldwijd. Dit is een periode, die verband heeft met de grote verdrukking (Mat. 24,25). De tegenstand zal van de georganiseerde religie en de regering zijn. Er komt een tijd dat alle religies van de wereld met de regeringen samen zullen werken met als leider de anti Christus. De liefde voor elkaar in de families zal verkoelen (2.Tim. 3:3). Het zal ook een periode zijn van grote mogelijkheden (Mat. 10:18). We moeten ons wel voorbereiden als we het Woord doorgeven. In moeilijke tijden zal de Here ons de juiste woorden geven. Tijdens de grote verdrukking zullen er 144.000 Joodse evangelisten door de wereld gaan en een grote schare zal tot geloof komen (Openb. 7:1-9). Moeilijkheden kunnen worden veranderd in mogelijkheden. We kunnen de Geest van God vertrouwen die ons altijd zal helpen.

10:24. We kunnen niet verwachten dat wij beter behandeld zullen worden dan de Here Jezus. De geest van de wereld is niet veranderd.

Als wij niet vervolgd worden dan moeten wij ons pas zorgen maken. 10:26. Wees nooit bang voor mensen (Joh. 19:11). Zij kunnen onze ziel niet aanraken. De nadruk ligt in ‘Vrees niet!’. Het is een voorrecht.

10:29. De Here weet wanneer er een goedkoop musje valt (Luk. 12:6). De Here weet op welk moment een haar van je hoofd valt (Luk. 21:18).

10:32-42. We moeten ons eigen kruis op ons nemen. Zijn wil en niet mijn wil (Luk. 6:38). Laat gaan wat betreft je ego en je reputatie. Als je datgene van Adam aflegt ontvang je datgene van de Here Jezus.

10:40-42. Het minste wat je doet in Zijn Naam zal je beloning geven.

Er zijn twee opties: spaar je leven of offer je leven. Als we onze interesses beschermen zullen we verliezen. Als we leven voor de interesses van de Here Jezus zijn we meer dan overwinnaars.

 

Mattheus 11. De Here Jezus roept hen en ons op tot een beslissing.

We zijn door 10 hoofdstukken gegaan met elkaar om te laten zien wie de Here Jezus is. We kijken nu naar de reacties van de mensen die Hem gezien en gehoord hebben.

11:1-6. De reactie van de Here Jezus bij twijfel. Johannes de Doper was in de gevangenis, omdat hij zonder vrees had gezegd tegen Herodus Antipas dat het niet geoorloofd is om de vrouw van zijn eigen broer af te pakken (Luk. 3:19,20). Niemand van de Joodse leiders noch de Here Jezus hielp Johannes om uit de gevangenis te komen. We zien dat er ook twijfel komt bij de grootste profeet (11:11). Het kan zijn dat wij ons voor een tijd in een gevangenis bevinden. Het antwoord is: Zalig is hij wie aan Mij geen aanstoot neemt (11:6). De Here Jezus gaf het antwoord uit de woorden van de profeten. Zelfs toen de opgestane Heiland Zijn volgelingen toesprak waren er nog enkelen die twijfelden (28:17). De Here kwam dichterbij!.

Waardoor kan er twijfel ontstaan?.

(a) Als we in moeilijke omstandigheden terecht gekomen zijn. Johannes was een man van de woestijn en hij had nog nooit in een cel en opgesloten geweest. Hij was zo gehoorzaam geweest en nu kwam niemand hem te hulp?. De profeet Jesaja had toch voorzegd dat de gevangenen vrijgelaten zouden worden? (Jes. 61:1,2). De Messias is toch de God van vertroosting?. (2 Kor.1:3,4). Hij leefde nog in het Oude Verbond (Deut.28:1-13). Hij reageerde op de juiste wijze met zijn twijfel en ging er direct mee naar de Here Jezus toe.

(b). Als we ons laten beïnvloeden door de wereld. Het volk wilde dat de Messias de Romeinen eruit gooide en ze wilden nu gezondheid, rijkdom en geluk. Er was helemaal niets veranderd in Israël en de discipelen riepen na Zijn opstanding ook nog hetzelfde (Hand. 1:6).

(c). Als er onvolledige Openbaring is. Johannes wist niet alles zoals de discipelen later (1 Joh. 1:1). Johannes dacht dat de Messias als Rechter zou komen die alles in orde zou maken (3:7-12). Hij ziet hem met een groepje volgelingen langs het meer wandelen. Ongeduld kan twijfel voortbrengen. Zo is dat ook met Zijn wederkomst (2 Pet.3:3).

Het hart van Johannes was tot rust gekomen door Gods Woord.

11:7-15. Wat is ware grootheid?. Door het moment van twijfel zouden de mensen anders over Johannes kunnen gaan denken. Vandaar dat de Here Jezus van hem getuigt als de grootste (11:11). Johannes was een heel speciale man. Hij kwam van eenvoudige ouders en was niet rijk, had geen wereldse invloed noch aardse bezittingen. Hij was groter dan Job, Abraham, Mozes, David en zelfs Maria de moeder van de Here Jezus.

(a). Hij had een krachtige persoonlijkheid en als hij twijfelt gaat hij er niet mee leuren bij iedereen, maar direct naar de Here Jezus.

(b). Hij had een krachtige boodschap (Luk. 3:7) en is niet bang om zijn toehoorders zelfs adderen gebroed te noemen.

(c). Hij is een nederig man en wijst altijd op de Here Jezus (Joh. 3:30)

(d). Hij had een sterke overtuiging en dat trok de mensen als een magneet aan (11:7-9). Hij was niet als een rietje heen en weer geslingerd (Efz. 4:14) maar standvastig en meer dan een profeet.

(e). Hij was een man die zichzelf opofferde (Luk. 1:15) en op een gegeven moment dachten ze zelfs dat hij de Messias was (Luk. 3:15).

(f). Zijn prediking leidde tot geweld (11:12). Wat is dat voor geweld? In het Oude Verbond waren er Aardse vijanden. Er was geen Genade voor hen (1 Sam. 15). In het Nieuwe Verbond zijn er Geestelijke vijanden die in ons eigen vlees en de duivel met zijn demonen te vinden zijn. We moeten daar voor 100% mee afrekenen. Het is vandaag geen Aardse maar een Geestelijke strijd (Efz. 6:10-18). Als gevolg van zijn prediking waren er verschillende reacties. De prediking van Genesis tot Johannes was: De Messias komt eraan. Johannes predikt: De Messias is er en door Hem gaat het Koninkrijk door (Luk. 6:16). Johannes was een type van Elijah en kwam in die zelfde kracht (Mal.4:5; Joh.1:21). De uitnodiging was: ontvang de Messias en ontvang Zijn Koninkrijk.

(g). De profeet werd afgewezen en onthoofd. Later werd de Koning afgewezen en stierf aan het Kruis. Daarna werd Stefanus die gevuld was met Gods Geest afgewezen en door zijn eigen volk gestenigd.

(h). Johannes deed nooit een wonder, maar sprak wel altijd de waarheid en de gewone mensen hadden veel respect voor hem (21:26). Vele jaren nadat hij gestorven was kwamen er nog steeds mensen tot geloof in de Here Jezus door zijn getuigenis (Joh. 10:41,42).

(i). Tot slot de laatste woorden die de Here Jezus uitsprak over Johannes de Doper: De kleinste in het Koninkrijk der hemelen is groter dan Hij. Hier zien we wat de ware grootte is en dat is als we vertrouwen als de kinderen (18:1-5) en de Here Jezus aanvaarden in ons hart. De Here Jezus komt dan met Zijn Geest in ons wonen. Onze positie in de Here Jezus is hoger als die van Johannes.

11:14. Er zijn maar enkele die Zijn aanbod aanvaarden (Hand. 1:15).

11:16-24.De Here Jezus veroordeelt zijn tijdgenoten. Het is heel ongewoon om het woord ‘wee’ te horen van de Here Jezus. Dit woord spreekt over het komende gericht. De mensen zijn onverschillig en vol van kritiek. Wat de Here Jezus ook zei of deed. Steeds werd Hij bekritiseerd. Als gevolg geeft de Here Jezus een gelijkenis van kinderen die niet dansen bij een bruiloft noch een misbaar maken bij een begrafenis. Ze hadden wat te zeggen over Johannes en ook over de Here Jezus. Een waar profeet van de Here God zal nooit aanvaard worden door de meerderheid. De steden die genoemd worden vervolgden de Here Jezus niet zoals in Nazareth. Zij kwamen niet tot bekering en waren gewoon onverschillig en gaven de Here Jezus ondanks alle wonderen die Hij gedaan had geen plaats in hun leven. De heidense steden en Sodom en Gomora zouden zich allang bekeerd hebben met al die wonderen. Als wij ons niet bekeren dan zijn wij slechter af dan die mensen. Het is Gods gebod om ons te bekeren (Hand. 17:30). Zo niet dan worden wij veel harder geoordeeld (Rom. 2:9).

11:25. Er is geen boek waar de baby’s het geopenbaard krijgen. Zij zijn hulpeloos, afhankelijk en onwetend over alles. Met diezelfde nederige houding moeten wij tot de Here komen (1 Kor. 1:29). Geen vlees mag roemen voor de Here God. Waarom rebelleerden de religieuze leiders tegen Johannes en de Here Jezus?. Zij waren trots en geestelijk blind. Zij wilden niet nederig en eerlijk komen als de kinderen. Er is een verschil met de verwende kinderen in de gelijkenis en de toegewijde kinderen die Zijn lof bezingen.

11:27,28. Hier zegt de Here Jezus wat Hij kan doen. Wij mogen Hem kennen als onze Vader, maar dan moeten wij worden als de baby’s. Er is maar één weg om van je lasten af te komen en dat is als je Mij ziet als een liefdevolle Vader, zodat je Mijn rust zal ontvangen.

De Here Jezus roept: Kom.

De Farizeeën roepen: Doe.

Zij wilden dat de mensen Mozes en de tradities volgden. De ware redding is alleen in de Here Jezus gevonden. Om tot Hem te komen betekent dat je Hem vertrouwt. De uitnodiging is voor allen die vermoeid en belast zijn. Zo voelden de mensen zich onder het juk van de Farizeeën (23:4). Neemt. Dat is een diepere ervaring. Als we tot de Here Jezus komen in geloof dan geeft Hij ons Zijn rust (Hebr. 3:7-4:1). Zijn rust is een titel van de Hemel en een vervulling van de Oud Test. Sjabbat. De sjabbat was een teken voor het Joodse volk (Ex. 31:12-17; Kol. 2:16,17). Wij gaan Zijn sjabbat in door het geloof in de Here Jezus (Heb. 4:1). We ontvangen vrede met God (Rom. 5:1) en de vrede van God (Fil. 4:6). Het aannemen van Zijn juk is het opgeven van je eigen wil (Luk. 6:38). Als we ons overgeven aan de Here Jezus wandelen we onder Zijn juk. Zijn juk past precies en is helemaal niet zwaar (1 Joh. 5:3). Leer van Mij. De Here Jezus is de werkelijkheid (Kol. 2:17). Hij is nederig en als we Hem volgen is onze last licht en worden wij uiteindelijk net als de Here Jezus (Rom. 8:29). Dit is niet alleen voor Israël, maar voor alle mensen van de wereld. Bovenal voor mij!.

 

Mattheüs 12.     Het hoogte en dieptepunt.

1-9. De Here Jezus wordt voorgesteld aan het Joodse volk. 11-12. De Here Jezus wordt afgewezen door het Joodse volk.

12:1-2. De Here Jezus overtrad expres de tradities van de sjabbat. De sjabbat (Ex. 31:12) was het hart van hun religie. In de talmud staan 24 hoofdstukken over de sjabbat. Het is een pijnlijke last. De ware bedoeling van de sabbat is een innerlijke rust (11:28,29). Het was veroorloofd om je honger te stillen als je langs het veld van je buurman wandelde (Deut. 23:24,25). Hun traditie noemde het werk.

12:3-4. David verbrak de tradities ook. De Here Jezus als Zoon van David ook. Het was het koren van Zijn eigen Hemelse Vader.

12:5-7. De priesters moesten offeren op de sjabbat (Num. 28:9,10). Hun dienst was in gehoorzaamheid tot de wet die door de Here God gegeven is. De sjabbatswetten waren gegeven aan Israël als een teken van hun relatie met de Here God (Ex. 20:9-11; Neh. 9:12-15). Het was ook een daad van Genade om mens en dier een dag rust te geven. We zien hier de woorden MEER van de Here Jezus. Als priester meer dan de tempel (12:6). Als profeet, meer dan Jonah (12:41). Als Koning, meer dan Salomo (12:42). Als de Here Jezus zegt dat Hij de Heer over de sjabbat is, dan zegt Hij dat Hij Here God is die de sjabbat zelf heeft ingesteld (Gen. 2:1-3).

12:9-14. Het is duidelijk dat de Farizeeën geen kracht hebben om te genezen. Wat verdrietig dat ze een man met een handicap gebruiken als wapen om de Here Jezus te bevechten. Als een boer om zijn dier geeft op de sabbat, zoveel te meer moeten wij goeddoen voor mensen die naar Zijn beeld geschapen zijn. We zien dat het woord heidenen tot twee keer toe genoemd wordt. Er was een grote haat tegen de heidenen (Hand. 22:21). Zij verwerpen hun langverwachte Messias en beschuldigen Hem ook dat Hij Zijn kracht uit de hel krijgt. Het was een zwarte dag voor Israël en de klok ging stil staan.

12:15-21. In tegenstelling van hun haat, zien we Zijn bewogen hart Zijn genezingen waren voor allen, maar niet allen geloofden. De Here Jezus weet alles en Hij wil niet bekend zijn als wonderdokter. Zijn publiciteit maakte de Farizeeën alleen nog bozer. Het was nog de tijd van Zijn vernedering. De Here Jezus wilde dat men het zelf zag (8:4) en niet van horen zeggen. De Here Jezus ontving de mooiste titel.       Mijn geliefde uitverkoren knecht (Jes.42:1-4). Wij moeten in Zijn voetsporen vandaag verder wandelen (1 Pet. 2:16).

12:22-38. Deze man was in een slechte conditie. Hij was blind en stom als gevolg van zijn bezetenheid. De Here Jezus genas hem en alle demonen zijn overwonnen op het kruis. De Here Jezus bevestigt dat satan een rijk en een huis heeft. (4:8,9; 12:43,44). De Here Jezus overwon satan door de kracht van de Heilige Geest en we moeten actief aan dezelfde zijde als de Here Jezus gaan staan. Nicodemus zag in dat Zijn werken wel van God zijn (Joh. 3:2). Hun aanval was niet logisch en de Here Jezus kon demonen uitwerpen omdat Hij de duivel met zijn verzoekingen al had overwonnen (1 Joh. 3:8). De woorden die men spreekt, zijn de vruchten van hun zondige hart. De Here God vergeeft graag (Ps. 86:5; Ex. 34:6,7). Ook nadat de mensen de Here Jezus op het kruis hadden genageld (Luk. 23:34). Wat is deze vreselijke zonde tegen de Heilige Geest. Is de Heilige Geest belangrijker dan de Here Jezus? Dit is een uniek gebeuren en alleen toen de Here Jezus op aarde was. Het was de uiteindelijke afwijzing. Daarna het gericht. Toen de religieuze leiders Johannes de Doper afwezen, wezen zij de Vader af die Hem zond. Toen zij de Here Jezus afwezen wezen zij God als Zoon af. Toen zij de bediening van de apostelen afwezen, wezen zij de Heilige Geest af en dat is het einde. Er is geen getuigenis meer. Is er vandaag een zonde die niet vergeven kan worden?. Ja, het afwijzen van de Here Jezus is de onvergefelijke zonde. De Heilige Geest getuigt van de Zoon en die overtuigt zondaren.

12:38-43. De Joden willen een teken (1 Kor. 1:22). Het was een teken van hun ongeloof. Wat voor teken de Here Jezus ook gegeven zou hebben, het zal niet gebaat hebben. Hij gaf hen 3 antwoorden. De Here Jezus herinnerde hen aan hun eigen geschiedenis. De profeet Jona was een Jood die naar de heidenen was gestuurd. De koningin van Scheba was een heidense, die de Joodse Koning Salomo bezocht (1 Kron. 9:1-12). Dit feit irriteerde hen.

(1). Jona was een teken voor de mensen in Nineveh door wat hij had ervaren in de grote vis. (Zijn dood, begrafenis en opstanding). Het Joodse volk geloofde dat de Here Jezus was gestorven (Luk. 24:18), maar niet dat Hij weer leefde (28:11-15). In Handelingen (2-7) kreeg het Joodse volk nog genoeg getuigenis dat Hij leeft. De Here Jezus is meer dan Jona. Hij is meer in zijn persoon. Jona was maar een gewoon mens. De Here Jezus was groter in Zijn gehoorzaamheid. Jona was ongehoorzaam en Jona stierf niet echt maar de Here Jezus wel. Jezus stond echt op uit de dood. Jona diende maar in één stad. De Here Jezus kwam voor de gehele wereld. De Here Jezus was groter in Zijn liefde. Jona had geen liefde voor de mensen van Nineveh en wilde hen dood hebben. Zijn boodschap was een boodschap van het gericht. De boodschap van de Here Jezus was de boodschap van Gods genade voor alle mensen (Joh. 3:16).

(2). De Here Jezus is ook groter dan Salomo. In Zijn wijsheid, rijkdom en werken. De koningin van Scheba was verbaasd. Het is veel grootser om aan de tafel van de Here Jezus te mogen zitten en Zijn Hemelse Koninkrijk te bewonderen. De les is dat de mensen van Nineveh tegen de leiders van het Joodse volk zullen getuigen. Zij bekeerden zich op de prediking van Jona. De Koningin van Scheba zal ook tegen de Joodse leiders getuigen, want zij reisde een lange weg om de wijsheid van Salomo te horen. Zij aanvaardden Zijn wijsheid niet, ook al was Hij in hun midden. Te groter de voorrechten, te groter de verantwoording. Het is een karaktertrek van het Joodse volk om hun leiders de 1ste keer af te wijzen (Jozef, Mozes, Jozua, David; 23:29).

12:43-50. De Here Jezus openbaarde hun hart. Dit gaat samen met het huis van satan in het lichaam van de persoon die door de demonen bezeten is. Toen de demonen deze man hadden verlaten werd hij rustig, maar zijn leven was nog steeds leeg. Als zij terugkeren nemen zij anderen mee en eindigt zijn leven in een tragedie. Zo was het ook met Israël gesteld na de komst van de Here Jezus. Zelfs Zijn eigen familie begreep de Here Jezus niet (Joh. 7:1-5). Sommige van zijn vrienden dachten dat hij gek was (Mark. 3:21). De Here Jezus vindt Zijn Geestelijke familie belangrijker dan Zijn fysieke familie en daarmee komt weer de persoonlijke uitnodiging (11:28,29) om Zijn rust in te gaan en maaltijd met Hem te houden (Openb. 3:20).

 

Mattheüs 13. Deze dag wordt ook wel de drukke dag genoemd.

Het hoogtepunt van afwijzing aangaande het koninkrijk der Hemelen zien we in het vorige hoofdstuk. De Farizeeën zeggen zelfs dat de Here Jezus satanisch is. Ze zijn hierdoor te ver gegaan en de Here Jezus kan deze zonde tegen de Heilige Geest niet vergeven. Het Koninkrijk kan niet komen totdat Israël de Koning erkent. Dit zal later wel gebeuren want de Here houdt altijd Zijn beloften. Om die reden zijn er vandaag nog Joden, is er weer een staat en komen ze naar hun eigen Land terug vanuit de einden van de aarde. Er is nu ook een groeiend gedeelte die de Here Jezus wel aanvaarden. Het Koninkrijk van God is universeel en het is ook met een middelaar. Allereerst Adam en Eva, daarna de aartsvaders met als gevolg Israël. Uiteindelijk de Here Jezus. Vandaag allen die wederom geboren zijn. 13:1,2.De Here Jezus ging het huis uit en gingen zitten bij de zee Voorheen predikte de Here Jezus in de synagoge en nu gaat Hij als rabbi zitten en leert bij de zee (beeld van de onrustige volkeren). De Here Jezus had al in gelijkenissen gesproken, maar nu veel op één dag. Een gelijkenis trekt een vergelijking tussen iets bekends en iets onbekends. Aan wie oprecht zoeken wordt de gelijkenis duidelijk.

13:3-9, 18-23. Het begin van het Koninkrijk. Er is niet verkeerds aan de (niet een) zaaier en het zaad. De Here Jezus was de eerste zaaier. Vandaag zijn wij ook zaaiers (Hand. 9:15). Het zaad is het Woord van God en is levend en krachtig (Hebr. 4:12). Het leven van Zijn zaad (Woord) kan in ons die geloven komen wonen. Het gaat om de grond. Dat is een beeld van de verschillende soorten harten. Het is heel erg dat 75 % geen vrucht draagt. Het 100% vrucht dragen is niet overdreven (Gen. 26:12). De Here Jezus was niet onder de indruk van grote menigten. Het vrucht dragen is een beeld van de ware redding (7:16). De zon is een beeld van de vervolgingen. Door vervolging groeien wij. Als we echter geen diepe wortels hebben dan gaan we dood. Het is mogelijk om te geloven, maar niet gered te zijn (Joh. 2:23-25). Als er geen vrucht zichtbaar is dan is er geen waar reddend geloof. De vrucht is heiligheid (Rom. 6:22), karakter (Gal. 5:22,23), goede werken (Kol. 1:10), anderen voor de Heiland winnen (Rom. 1:13; 15:25). Het delen met anderen en de Here prijzen (Hebr. 13:15). Er staat maar liefst 19 keer het woord: Hoor (13:9) en daardoor komt ons geloof (Rom. 10:17). De vier bodemsoorten symboliseren de verschillende manieren waarop wij kunnen reageren op Zijn Woord.

13:24-43. De tegenstand van het Koninkrijk. Satan probeert het Koninkrijk te verhinderen door het woord van onze harten te stelen (13:4,19). Er zijn drie gelijkenissen die allereerst openbaren dat satan een imitator is. Hij plant onechte christenen en bemoedigt een onjuiste groei en een onjuiste leer.

13:11. De discipelen krijgen de geheimenissen te weten en bovenal aan Paulus is heel veel geopenbaard (Rom. 16:25). De Here Jezus zaait ware gelovigen in verschillende plaatsen, opdat zij vrucht dragen. Waar de Here Jezus een ware gelovige zaait, daar zaait satan en zijn demonen een onechte (2 Kor. 11:26). Er is ook een verkeerd evangelie, een valse rechtvaardigheid (Rom. 10:1-3) en zelfs een verkeerde gemeente (Openb. 2:9). Aan het einde van deze periode ook een anti- Christus (2 Thes. 2:1-12). We moeten alert zijn zodat satan niet in de gemeente komt (2 Pet. 2:1). Op het moment dat de gelovigen slapen dan doet satan zijn werk. Het is onze taak om de juiste leer en de juiste gelovigen te planten. We zijn geen rechercheurs maar evangelisten en ambassadeurs. We moeten het pure Woord van God zaaien en vrucht dragen. Wat zal er met het onkruid gebeuren? De Here God zal ze bij elkaar brengen en daarna verbranden. Het is vandaag moeilijk om de echte van de onechte te onderscheiden, maar aan het einde van deze periode zullen de engelen hen van elkaar scheiden (Openb. 14:14-20).

13:32,32. Het mosterdzaadje staat voor onechte groei. Het mosterdzaadje is klein en onbelangrijk. Het groeit uit tot een grote plant, maar niet tot een boom. De plant is groot genoeg zodat de vogels zich erin kunnen nestelen. De vogels in de gelijkenis van de zaaier stellen demonen voor (13:19). Een boom is altijd een symbool van een wereldrijk (Dan. 4:12). Deze feiten stellen een ongezonde groei van het Koninkrijk voor die het mogelijk maakt voor satan en zijn demonen om in te werken. het is zo dat het christendom een wereldmacht geworden is en een organisatie met vele aftakkingen. Wat eenvoudig begon is uitgegroeid tot een kapitaal krachtige religie met politieke invloeden. Sommige zien in deze gelijkenis een groeiend succes aangaande het evangelie. De Here Jezus vertelt het tegenovergestelde aan het einde van deze periode (1 Tim. 3:1; 4:1). Zal ik nog het geloof vinden?.

13:33. Het mosterdzaad is uiterlijk, het zuurdeeg is innerlijk. Door de gehele Bijbel is het zuurdeeg een symbool van de zonde. Het moest verwijderd worden in de Joodse huizen (Ex. 12:15-19; 13:7). Het was verwijderd van de offeranden (Ex. 34:35), met als uitzondering van de twee broden bij het pinksterfeest (Lev. 23:15). Ze zijn het symbool van de gelovige Joden en de heidenen in de gemeente die wel met zonden zijn (Zie de brieven van Paulus). De Here Jezus gebruikte het zuurdeeg als een beeld van schijnheiligheid (Luk. 12:1) wereldgelijkvormigheid (22:16-21) valse leer (Gal. 5:9) en onze zonden in ons hart. De zonde is als zuurdeeg: het groeit stilletjes en langzaam aan door (1 Kor. 4:18,19; 5:2; 8:1). Het is heel verdrietig dat sommige scholen en kerken goed zijn begonnen, maar nu heel ver van hun beginselen zijn afgedwaald. Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede (1 Tess. 5:21). Het ziet er naar uit dat satan gaat winnen. De grote test is aan het einde en niet gedurende deze periode.

13:44-50. Het resultaat van het Koninkrijk. Aan het einde van deze periode zijn er drie soorten mensen. (1). Israël en de Joden (de verborgen schat), (2). De gemeente (de parel). (3). Zij die gered zijn, die uiteindelijk het Koninkrijk zullen binnengaan.

3:44. De verborgen schat. De schat is Israël en het Joodse volk (Ex. 19:5). Het Land is in de wereld geplaatst om Gods heerlijkheid te brengen, maar het faalde. Israël werd een verborgen schat hier op aarde. De Here Jezus gaf alles om deze wereld te kopen en zo ook Israël te redden (Joh. 11:51). Op het kruis stierf de Here Jezus voor de gehele wereld, maar heel speciaal voor het Land Israël (Jes. 53:8). Het Land en het volk heeft geleden en lijdt nog. Eens zal het in Heerlijkheid hersteld worden. De Here God ziet Israël als Zijn schat en op 14 mei 1948 werd Israël weer een politieke staat. Het is ver van wat het zal moeten zijn, maar de Here God zal tot Zijn heerlijk doel komen.

13:45,46. De parel van grote waarde. De parel is een type van de gemeente en dat zijn alle wederom geboren Joden en heidenen. De parel is een éénheid en door het lijden heen gevormd (Efz. 5:25). De parel groeit langzaam en op dezelfde wijze, dat Gods Geest ons allen van zonde overtuigt en ons tot bekering brengt (Jona 2:9). Niemand weet hoe de parel ontstaat want het gebeurt binnen de schelp en onder het water. De gemeente is vandaag in de volkerenzee en zal op een dag in al haar schoonheid geopenbaard worden. Er is maar één gemeente en Zij is de parel van grote waarde. Hier word je alleen lid van door bekering en geloof in de Here Jezus.

13:47-50 Het sleepnet. Er zijn allerlei verschillende vissen in het sleepnet. De Here zal zelf de goede van de verkeerde vissen scheiden (25:31). Tot twee keer toe spreekt de Here Jezus over de voleinding van de wereld. Hier bedoelt Hij niet de gemeente mee. Het woord gemeente is nog een verborgenheid en wordt pas later genoemd (16:18). Deze periode is het einde van de grote verdrukking (24:1-31).

13:51. De Here vroeg aan Zijn discipelen of zij het verstonden. Zij zeiden: Ja, Heer. Het begrijpen brengt ook verantwoording met zich mee en om het uit te leggen vertelt de Here Jezus nog één gelijkenis over een Heer met Zijn huis. De schriftgeleerden zijn als een eerbare groep mensen onder de leiderschap van Ezra begonnen. Hun doel was om de wet te bestuderen, te verdedigen en toe te passen in het dagelijkse leven. Naarmate de jaren verstreken kwamen er menselijke tradities bij die het juk verzwaarden. Ze gingen teveel op in hun verleden, dat ze geen erg in het heden hadden. Ze hielden zich bezig met een dode religie en tradities die de mensen niet kon helpen en bemoedigen in hun dagelijkse leven. Als gelovigen zoeken we de waarheid niet, maar we hebben de waarheid in Zijn Zoon en in Zijn Woord (Joh. 14:6; 16:13; 17:17). We moeten niet alleen de waarheid kennen maar ook doen. De nadruk bij de schriftgeleerden ligt in het leren, bij de discipelen van de Here Jezus in het leven en het te doen (Jac. 1:22). Het is wel moeilijk om ons leven in de juiste balans te houden. Nieuwe principes en inzichten zijn gebaseerd op oude waarheden. Het spreekt elkaar niet tegen. Het nieuwe komt uit het oude voort. Na deze gelijkenissen, gaat de Here Jezus naar de andere kant van het meer en bevrijdde de bezetenen die geboden waren (8:28-34).

13:53-58. De Here Jezus gaat daarna terug naar Nazareth. Er waren twee dingen waar de mensen daar verbaasd over waren. Ze waren verbaasd over Zijn mooie woorden en Zijn machtige werken. Ze vertrouwden Hem echter niet en geloofden ook niet in Hem. Waarom geloofden ze Hem niet? Ze kenden Hem misschien wel te goed. Hij was met hen opgegroeid en had met hen gespeeld. Ze vonden het gemakkelijker om onwetend te blijven dan de waarheid onder ogen te zien. De Here Jezus was niet de eerste profeet die in zijn eigen Land was afgewezen. Jeremia onderging dezelfde behandeling van de inwoners van zijn geboortestad en zelfs van zijn eigen familie (Jer. 12:5,6). Dit was Zijn laatste bezoek aan Nazareth. Hij wordt Jezus van Nazareth genoemd en Zijn volgelingen Nazareners.

13:50-53. Hij genas maar enkele zieken (Mark 6:5) en verwonderde zich over hun ongeloof. Het feit dat Hij niet veel wonderen deed was niet omdat de mensen zo ongelovig waren. Dat hinderde Zijn kracht niet. Hij zou mensen gezegend hebben, die daar helemaal niet op zaten te wachten. De Here Jezus komt alleen waar men Hem wil (Joh. 4:40) en geeft Zijn Levend water aan hen die dorst hebben (Joh. 7:37-39).

 

Mattheüs 14. De terugtrekking van de Koning.

14:1,2. De Messias en Zijn Koninkrijk waren afgewezen. De Here Jezus en de discipelen bleven prediken met vele wonderen. In de volgende hoofdstukken zien we dat de Here Jezus zich steeds meer terugtrekt en tijd alleen of met zijn discipelen doorbrengt (14:13; 15:21,29; 16:13;1 7:1-8). Er was een groeiende tegenstand. De Here Jezus had zijn rust nodig en vertelde zijn discipelen over Zijn sterven. Het was jammer dat de discipelen soms meegezogen werden om Hem om de verkeerde rede Koning te maken (Joh. 6:15). We moeten niet denken dat dit tijden waren waarin de Here Jezus niets deed, want de menigte wist Hem al te vaak te vinden. We zien drie groepen mensen. Zijn tegenstanders, de menigte en de discipelen. Het lijkt dat zijn tegenstanders winnen, maar dat is niet waar en uiteindelijk zien we de opgestane Heiland die Zijn discipelen de gehele wereld instuurt.

14:1-13. Er was ook een harde hartsgrond met Herodus de viervorst. De Herodus familie zien we vaak in het Nieuwe Tetament. Deze familielijn kwam van Esau (Gen. 25:19). We weten dat de Here God die familie wilde uitroeien en daar Saul de opdracht toegaf. Zij zijn de tegenstanders van de Here God en wilden het Joodse volk (Ester 3:1) en uiteindelijk de Here Jezus vermoorden (2:16). Laten we even naar Johannes de Doper kijken. Hij was de laatste van de Oud Testamentische profeten. De grootste man die ooit geboren was en gevuld met Gods Geest van voor zijn geboorte. Zijn boodschap: Bekeer je. Hij wees iedereen op hun zonden. Herodus de viervorst was de zoon van Herodus de Grootte en hij werd verzocht door Herodias de vrouw van zijn half broer Filippus die in Rome woonde. Hij gaf in aan haar verzoekingen en stal de vrouw van een ander en trouwde met haar. Johannes de Doper vertelde het hen. 14:4. Dit is zondig en verkeerd. Als gevolg van zijn gehoorzaamheid aan de Here werd hij in de gevangenis gegooid en later vermoord. 14:5. Herodus leefde in constante vrees en een onrustig geweten. Herodus was bang voor zijn vrouw en de mensen en Johannes had vele gesprekken met hem (Mark. 6:20) en Herodus was diep onder de indruk maar hij gehoorzaamde hem niet, want hij diende zichzelf.

14:9. Herodus reisde naar Rome en vroeg Keizer Caligula om Koning te worden, want zijn vrouw wilde heel graag Koningin genoemd worden. 14:6,7. Alleen de heidenen vierden hun verjaardag en dat eindigde vaak in een beestenbende. Salome, een jong meisje, danste voor die hele dronken groep mannen en Herodus viel voor die sensuele dans. Hij doet een stomme belofte (Mark 6:22,23) met een onnodige eed.

14:9. Hij werd bedroefd net als Pilatus, maar uit de vrees voor de mensen offerde hij zijn geweten weer op en liet hij Johannes doden.

De Here Jezus noemt hem een vos (Luk. 13:32) en ontweek Tiberias waar hij woonde. Als de Here Jezus hem uiteindelijk ontmoet heeft Hij hem helemaal niets meer te zeggen. Herodus had de stem van de Here God tot zwijgen gebracht. Hij had de lijn overschreden. Laten wij onze harten niet verharden als we Hem horen (Hebr. 3:7). Pilatus en Herodus worden vrienden en het enige wat hen bij elkaar brengt is dezelfde mening over de Here Jezus (Luk. 23:8-12). Niet de Here Jezus stond voor de rechter maar die twee mannen wel. Herodus wordt later door Rome verbannen en in Spanje sterft hij. Hij wordt herinnerd als een zwakke man die mensen vreesde en zichzelf en zijn pleziertjes diende en niet het volk.

14:11,12. Dit is het einde van Johannes de grootste profeet. Zijn vrienden begraven hem en vertellen het aan de Here Jezus.

14:13. De Here Jezus trok zich terug met zijn discipelen naar een eenzame plaats. Natuurlijk was Hij diep geraakt en zijn gesprekken met de discipelen gaan steeds meer over Zijn eigen lijden en sterven.

De Here Jezus leefde met een tijdschema vanuit de Hemel en Zijn uur was nog niet gekomen (Joh. 2:4; 7:6,30; 8:20; 12:23,27; 13:1; 17:1). De Here Jezus zorgde er later wel voor dat de Joodse leiders het getuigenis van Johannes de Doper niet zouden vergeten (Matt. 21:25).

14:14-21. Het medelijden van de Here Jezus voor de menigte. Zij hadden hun rust nodig (Mark. 6:31), maar als gevolg van zijn medelijden (9:36) en het geschenk van de lunch van een kleine jongen met zijn 5 broden en 2 visjes voedde Hij de gehele menigte. Het is een voorrecht om samen te werken met de Here (2 Kor.6:2). De Here Jezus heeft niet veel nodig. Als we maar geven wat we hebben, dan kan Hij daarmee vermenigvuldigen en de menigte voeden. De Here Jezus vroeg niet om vrijwilligers, maar de door Hem geroepen discipelen. Wij allen die geloven zijn geroepen (Joh. 20:21). We zien een wonder en enkele persoonlijke lessen. (1). Geef wat je hebt (2). Geef wat je hebt aan de Here Jezus. (3). Gehoorzaam wat je opgedragen wordt. (4). Verspil niets (Mark. 6:43)

14:22-33. Als de Here Jezus ons iets gebiedt dan is de wind niet altijd in de goede richting en zijn de golven ook niet altijd rustig. Enkele zekerheden die we mogen weten in de stormen van ons leven. (1). De Here Jezus bracht mij hier. Ze waren veiliger in de storm in Zijn wil dan op het strand met de menigte en niet in Zijn wil. (2). De Here Jezus bidt voor mij en weet waar we doorheen gaan. (3). De Here Jezus komt op Zijn tijd naar mij toe (Jes.43:2). Soms voelen we ons in de stormen van het leven dat de Here Jezus ver weg is. Zelfs Paulus ervoer dat (2 Kor. 1:8). Het was weer een test (4). De Here Jezus gebruikt het om ons te laten groeien. Dit was de rede van de storm. Later zouden ze vele stormen krijgen. Het was een groot geloof van Petrus om uit de boot te stappen. Hij zonk omdat hij zijn ogen van de Here Jezus afwendde. Het woord twijfelen betekent hier: Op twee gedachten hinkelen. Hij begon met groot geloof en eindigde met een klein geloof. Het was goed dat hij direct de Here aanriep toen hij zonk (1 Pet. 3:12). (5). Hij zal ons door alle stormen van het leven heen helpen. De Here Jezus is het begin en het einde van ons geloof (Heb. 12:2). De Here Jezus en Petrus wandelden samen terug naar het schip. De ervaring van Petrus was ook een zegen voor de andere discipelen. Bij de eerste keer dat de Here Jezus de storm stilde zeide ze: Wie is toch deze? (8:23-27). Nu zeggen ze met overtuiging: Waarlijk Gij zijt Gods Zoon. Hij landde in Genessaret en Hij genas hen allen. Wisten deze mensen dat Hij door een storm gegaan was om hen te dienen? Zijn wij ons ten diepste bewust dat de Here Jezus de storm van het gericht over zich heen kreeg (Ps. 42:7) zodat wij dat nooit mee hoeven te maken. We moeten met de discipelen Hem aanbidden.

 

Mattheüs 15. De innerlijke zorg van de Koning voor ons allen.

15:1,2. De vraag waar de Here Jezus geen antwoord op geeft. De Geestelijke strijd hier op aarde is tussen het geloof in het Woord en de Zoon van God en de eigen religie met zijn uiterlijke tradities. Als Paulus ons vertelt dat wij door het geloof bevrijd zijn van deze tegenwoordige wereld, dan is dat deze religieuze wereld (Gal. 1:4). Het probleem was er in de tijd van Jesaja (1:13-16) en de profeten. Het probleem was er in de tijd van de Here Jezus (5:20) en ook nu. De schriftgeleerden en Farizeeën vormen een eenheid in hun aanval tegen de Here Jezus en komen met hun lang overwogen vraag. De Here Jezus geeft hen, net als Herodus, niet eens een antwoord. Voetnoot: De geschiedenis van Israël was dat ze eens in Ballingschap zijn gevoerd. Tijdens die ballingschap waren er schriftgeleerden die de mensen terug naar de Here God moesten brengen en ze bouwden een omheining om de wet. Hun leider was Ezra die ook een profeten school had. Hij heeft Psalm 119 geschreven en Ezra had er zijn hart op gezet om de wet des Heren te onderzoeken, haar te volbrengen, en om in Israël inzettingen en verordeningen te onderwijzen (7:10). Het begon heel zuiver, maar er kwamen tradities van mensen bij. Bijvoorbeeld het wassen van de handen (Mark. 7:1-4). Er was zelfs een rabbi die zei, dat je door het wassen van je handen eeuwig leven kon ontvangen. Er werd verteld dat als je slaapt er demonen (slipta) op je huid komen. De vele wetten van mensen werden opgeschreven en dat commentaar heet de Mishna (herhalen). Het commentaar op de Mishna heet de Gemarrah en dit is samengevoegd in de Talmud. Het commentaar op de andere boeken van de Bijbel heet de Midrash. De Talmud leert ons dat de woorden van de rabbi: Hillel en de andere schriftgeleerden belangrijker is dan het Woord van God.

15:3,4. De Here Jezus spreekt met hen over een ander gedeelte van de wet. Het gebod om zorg te dragen voor je ouders (Ex. 20:12; 21:17) want als je dat niet deed moest je gedood worden. Zij hadden iets uitgevonden waardoor ze hun verantwoording niet vervulden. Als ze het woord kurban (offer) of doran (geschenk) uitriepen dan hoefden ze hun ouders financieel en op andere wijze niet te helpen. Dit was een gemeen excuus om je plichten niet na te komen. Jesaja riep het uit voorheen: Jullie hart is ver van Mijn hart (29:13). De Here Jezus wil hen laten zien dat zij zelf de geboden overtreden. 15:10-20. In het volgende gedeelte vinden we maar liefst vijf keer het woord onrein of verontreiniging. De Here God roept ons op om een rein leven te lijden net als Daniël (1:8). Het is bij de Here God altijd om het innerlijke te doen (1 Sam. 16:7) en dat wist het Joodse volk (Jer. 4:4). Datgene wat uit een mens (hart) komt, maakt hem onrein (Mark. 7:15) en dat was ook het probleem bij Jesaja (6:5). Religie en uiterlijke gebruiken kunnen het hart niet veranderen. Het hart van de Farizeeën en schriftgeleerden is als een graf (23). Voetnoot: Leviticus is vol van allerlei werkzaamheden die de mensen moesten doen voordat zij in de aanwezigheid van God konden komen. Het heeft niets te maken met hun persoonlijke zonden, maar wel alles met hun persoonlijke hartsgesteldheid. Het Oude testament is een boek van plaatjes net als bij kinderen die je leert lezen. Wij lezen als volwassenen zonder plaatjes. De Here Jezus is de vervulling van alle plaatjes (Kol. 2:16,17). Het probleem met hen was dat ze zelfs nog meer plaatjes toevoegden en de Werkelijkheid afwezen. De Here Jezus zegt heel duidelijk dat de tijd van de plaatjes voorbij is. Ook wat betreft ons dieet: Alle spijzen zijn rein (Mark. 7:19b). De Here Jezus roept ons net als toen op om innerlijk rein te zijn. (Openb. 14:4; Jac. 1:27; Heb. 12:15; 1 Kor. 3:16,17; Titus. 1:15). De uitleg van het boek Leviticus is de Hebreeën brief die de tweede generatie Joodse gelovigen oproept om niet terug te gaan naar het verjaarde platenboek (6:1,2; 7:26; 8:5; 9:9; 9:10; 10:1,22; Openb.21:27).

15:12,13. De discipelen waarschuwen de Here Jezus maar Hij maakt zich niet druk, want dit leidt de mensen uiteindelijk naar de hel. 15:14. Zijn advies is om ver van hen weg te blijven (Hosea 4:7-10). De rabbi’s noemden zich leiders van de blinden. Ze waren zelf blind.

15:15-20. Petrus vraagt de Here Jezus om uitleg en het antwoord is heel duidelijk. Hij is ook hardleers op dit gebied en moet maar liefst tot drie keer toe hetzelfde visioen zien (Hand. 10:16) en later valt hij weer even terug (Gal. 2:12). Paulus legt het uit in Romeinen 14;15 en later persoonlijk aan zijn Geestelijk kind in het geloof (1.Tim. 4:3-6).

15:21-28. Jezus reageert op het geloof van een heidense vrouw. Wat een tegenstelling met het vorige gedeelte van dit hoofdstuk. De Here Jezus leerde niet alleen dat al het eten nu rein is. Hij past het ook toe en verlaat Israël en gaat naar de heidense mensen toe. De Kanaänieten hadden helemaal niet meer mogen leven en waren er nog als gevolg van de ongehoorzaamheid van Israël (Deut. 7). We vinden hier een prachtig voorbeeld van het reddende geloof. De Kanaänitische vrouw had een groot (mega) geloof (goede grond). We vinden vijf kwaliteiten van een groot en reddend geloof. (1). Ze had zich van alle afgoden afgewend en was naar de juiste persoon gegaan (1 Thes. 1:9). (2). 15:22. De vrouw kwam met berouwvol hart. Het enige wat ik verdien is de hel en ik heb de Genade van de Here nodig (Psalm. 51). (3). De vrouw komt met grote eerbied en respect. Ze noemt hem Here (Kurios) en zegt zelfs: Zoon van David (Messiaanse titel). (4). 15:24. De vrouw blijft volhouden. Ze laat zich niet van haar doel afhouden door de hindernissen die de Here Jezus opwerpt. Dit was een bemoediging voor de discipelen, want de Here Jezus zei met deze woorden: Ik ben nog steeds op koers wat betreft Israël en zo was het zelfs nog in het begin van de gemeente (Hand 3:25,26). (5). De vrouw is heel nederig. Ze is niet boos als zij met een hond wordt vergeleken. Er zijn toch kruimeltjes van het brood. Zij bracht haar grote geloof en vond de genezing die ze zocht. Weer hadden de discipelen het mis. De Here Jezus scheen de vrouw te negeren, maar hij wilde alleen maar dat haar geloof tot bloei kwam en nog groter werd. Als hij uitstelt betekent dat nog niet dat Hij afstelt. De Here Jezus diende hier in het heidense gebied en de mensen verheerlijkten de God van Israël (15:31b). De Here test ons ook net als bij Abraham (Gen. 22:1; Rom. 4:19,20) zodat we groeien en de echtheid van ons geloof openbaar wordt. Er zijn altijd hindernissen om te ontvangen wat we verlangen. Denk maar aan de blinde Bartimeüs die de Here Jezus dezelfde Messiaanse titel geeft: Zoon van David, als deze vrouw (Luk. 18:35).

15:29-31. De Here Jezus verliet het gebied van Sidon en ging naar het andere heidense gebied aan de overkant van het meer. Het gebied van de Decapolus (10 steden) die verbonden waren met Rome. De Here Jezus genas daar een man die doofstom was en de mensen zeiden uiteindelijk: Hij heeft alles welgedaan (Mark. 7:31-37). Ook al vroeg de Here Jezus aan de man om het stil te houden werd het wonder overal bekend. Er kwam een grote menigte met allerlei ziekten naar de Here Jezus toe. Wat een verschil tussen de Joodse leiders en deze mensen. Zij verheerlijkten de God van Israël. De steden in Israël bekeerden zich niet als het gevolg van die wonderen en dit had hen moeten overtuigen dat Hij de Messias is (11:1-6; Jes. 29:18,19; 35:4-6). De Here Jezus was verrast over hun grote geloof, maar ook verrast over het ongeloof van Zijn eigen volk.

15:32-39. Het motief van het volgende wonder was de nood van de mensen. De discipelen waren het wonder van de spijziging van de 5000 alweer vergeten. Als je voor een crisis staat, neem de tijd dan om terug te denken aan Gods weldaden en Hij is niet veranderd. Het wonder gebeurde weer in Zijn handen. Allen aten en waren tevreden. De Here Jezus eindigt iedere bediening met een maaltijd. De menigte Joden (14:20) de heidenen (15:38) en de discipelen in de bovenzaal. Er staat nergens dat de Here Jezus gevoed werd. De Joodse korven waren klein en deze waren groot (Hand. 9:25). De mensen zitten nu op de grond. Het is enkele maanden later. Enkele lessen die we moeten weten. (1). De Goddelijke kracht van de Here Jezus. Hij genas de mensen in Zijn eigen Naam. De Here Jezus is de Schepper God (Kol. 1:15,16). (2). 15:30. De waarheid over genezingen. Hij gaf nieuwe armen en nieuwe ogen waar die niet waren. Hij genas hen allemaal en volledig. (3). 15:31. Het doel van Zijn bediening is onze aanbidding. (4). Geef wat je hebt. De Here Jezus vermenigvuldigt wat we Hem geven en Zijn aanvoer raakt nooit op (2 Kor. 4:15). (5). De Here Jezus deed alle wonderen uit bewogenheid (Gal. 6:10).

 

Mattheüs 16. De Koning die de discipelen helemaal verrast.

Dit is het grote keerpunt in de bediening van de Here Jezus. In dit hoofdstuk wordt het woord Gemeente voor het eerst genoemd (16:18). Hij sprak nu openlijk over Zijn arrestatie, dood en opstanding (16:21). Het thema van het geloof zien we duidelijk in dit hoofdstuk. We zien dat ze de lessen van het geloofsleven langzaam leren.

16:1-4. Geen geloof. De oppositie kwam bij elkaar om de Here Jezus tot zwijgen te brengen (Hand. 23:6-10) en daagden de Here Jezus uit om een teken (wonder) te doen. Dit was maar liefst de 4de keer dat ze daar me kwamen (12:38; Joh. 2:12; 6:30; Luk. 11:14). Wonderen overtuigen de mensen niet van hun zonden of geeft hen een verlangen om gered te worden (Luk. 16:27-31; Joh. 12:10). Wonderen zullen bevestiging geven waar geloof is, maar niet waar opzettelijk ongeloof en rebellie heerst. Waarom sprak de Here Jezus over het weer? Hij sprak over het weer om hun hardnekkige blindheid aan het licht te stellen. Zijn vijanden wilden niet geloven en daarom konden zij niet geloven (Joh. 12:37). Zij hadden geen tekort aan bewijzen dat de Here Jezus de langverwachte Messias was, maar wel een tekort aan nederigheid. Hun verlangen voor een teken openbaarde de conditie van hun hart. Zij waren boosaardig en pleegden geestelijk overspel (Jac. 4:4). Zij aanbaden hun eigen gecreëerde god. Als zij de ware Here God aanbeden hebben dan zouden zij de Here Jezus herkend hebben. De Here Jezus noemde het teken van Jonah (12:38-45). De dood, begrafenis en opstanding van de Here Jezus was dus ook een teken voor Israël. Hij was hun Messias legt Petrus uit op de pinksterdag (16:4). Dit is de 3de keer dat de Here Jezus Galilea verlaat om niet in contact met Herodus en de Farizeeën te komen (14:13; 15:21). Het was duidelijk een daad van Gods gericht voor hen. 16:5-12. Een klein geloof. De discipelen hadden maar één brood. Zij begrepen de Here Jezus niet en dachten dat hij over fysiek brood sprak. Nicodemus, de Samaritaanse vrouw en de Joodse menigte hadden hetzelfde probleem (Joh. 3:4; 4:11; 6:52). De Here Jezus sprak over Geestelijke waarheden (Joh. 6:63). Door hun kleine geloof konden ze Zijn Geestelijke lessen niet begrijpen. Als ze zich hadden herinnerd hoe de Here Jezus het brood vermenigvuldigde dan hadden ze zich geen zorgen gemaakt. Kleingelovigen was een van de populaire woorden (6:30; 8:26; 14:31). Natuurlijk is klein geloof beter dan geen geloof. De discipelen moesten nog veel lessen leren, totdat zij een groot geloof hadden.

16:13-20. Het reddende geloof. Zijn discipelen gingen met de Here Jezus naar het noorden. Het was een gebied waar de Baäl en de god Pan aanbeden werd. Petrus beleed daar dat de Here Jezus de Zoon van God was. Deze belijdenis brengt redding (Rom. 10:9,10; 1 Joh. 2:18-23; 4:1-3). De Here Jezus zou Zijn Koninkrijk nog niet vestigen, maar wel Zijn gemeente. Het volk spreekt verward over de Here Jezus (Joh. 10:19). We krijgen nooit het juiste antwoord, aangaande de Here Jezus als we de mensen over Hem laten stemmen. De belijdenis van Petrus was het gevolg van Gods openbaring. De Here Jezus hield dit verborgen voor de trotse Farizeeën en openbaarde het aan de nederige klein gelovige discipelen. De rots. De rots is een symbool van de Here God (Deut.32:4). De Here Jezus had Petrus een nieuwe naam: kleine steen gegeven (Joh. 1:42). Wij die geloven zijn allen levende stenen (1 Pet. 2:5). De Here Jezus is het fundament waarop de gemeente is gebouwd. De profeten zeiden het (Ps. 118:22; Jes. 28:16). De Here Jezus zei het (Matt. 21:42). Het fundament werd gelegd door de apostelen en de profeten (Efz. 2:20) en is de tempel van God. De tempel is op de Here Jezus en niet op Petrus gebouwd. Hoe zou de gemeente ooit op een zwak mens gebouwd kunnen worden. Later sprak Petrus zelfs woorden die door satan waren ingefluisterd (16:22) of wist hij niet wat hij zei (Mark. 9:6). Ook nadat hij gevuld was met Gods Geest blundert hij af en toe met zijn leer en gedrag (Gal. 2). Paulus moest hem zelfs eens openlijk rechtzetten. De gemeente. Dit woord wordt hier voor het eerst genoemd. Het woord betekent: Hen die er tussenuit geroepen zijn. Hier spreekt de Here Jezus aan de wereldwijde gemeente. Als het woord Gemeente in het Oude Testament wordt gebruikt dan is dat toch iets heel anders (Deut. 31:30; Judas 20:21). Hij sprak over Mijn gemeente en dat is nieuw en anders. Er is een eenheid onder elkaar (Efz.4:1-6) die aan de wereld moet worden geopenbaard door liefde en eenheid (Joh. 17:20-26). De poorten van de hel. Een beter woord is wel het dodenrijk. De hel is de uiteindelijke bestemming voor allen die niet in de Here Jezus geloven na het gericht van de grote witte troon (Openb. 20:15). Het dodenrijk is de plaats waar de doden zijn en dat is beneden. Het is een gevangenis waar de Here Jezus de sleutels van heeft. De geschiedenis van Lazarus en de rijke man geeft dat ook door. Als gelovigen vandaag sterven gaan ze direct naar de Here Jezus toe. Poorten zijn een beeld van autoriteit in de Bijbel. Daar gebeurden veel zakelijke beslissingen (Rut. 4:11; Deut. 16:18). De poorten van het dodenrijk vertegenwoordigen de georganiseerde kracht van de dood en satan. Door de dood en de opstanding van de Here Jezus heeft de Here Jezus de dood overwonnen. De dood heeft totaal geen macht meer over de gelovigen. Het sterven is gewin (Openb. 1:18; 1 Kor. 15:50-58; Heb. 2:14,15). De sleutels van het Koninkrijk. Een sleutel is een symbool van autoriteit (Jes. 22:15,22; Luk. 11:52). We gebruiken sleutels om deuren open te krijgen. Petrus ontving de sleutel om de deur van het geloof naar de joden, de Samaritanen en de heidenen te brengen (Hand. 2:8; 10; 18:18). De andere apostelen hadden deze autoriteit ook en Paulus opende de deur van het geloof naar de heidenen buiten Israël (Hand. 14:27). Er staat nergens geschreven dat Petrus een speciale positie heeft in de gemeente. Hij noemt zichzelf gewoon een apostel (1 Pet. 1:1), een oudste (5:1) en een doorpriemde slaaf (2 Pet. 1:1). Het binden en ontbinden. Dit was een bekend begrip onder het Joodse volk. De rabbi’s spraken daar veel over. Het gaat over verbieden en toelaten. Hier spreekt de Here Jezus tot Petrus, maar later ook tegen alle apostelen (18:18). Als gezanten van de Here Jezus hadden zei de autoriteit van Zijn Woord. Hij zei niet dat de Here God zou gehoorzamen, wat zij hier op aarde deden. Zij zouden hier op aarde doen, wat de Here God al heel verlangt in de Hemel. De apostelen moesten daarmee wachten tot na Zijn dood, opstanding en het geven van de Heilige Geest (Hand. 2).

16:21-28. Het dienende geloof in het volgen van de Here Jezus. Nadat het getuigenis geklonken heeft aangaande Zijn persoon gaat Hij verder met Zijn werk hier op aarde. Die twee moeten samen gaan.

Dit was de 1ste keer dat de Here Jezus over Zijn lijden, sterven en opstanding sprak. Hij vertelt het hun heel duidelijk (Mark. 8:32). Petrus verklaart de gevoelens van alle discipelen. Petrus de steen die net gezegend was door de Here Jezus wordt nu een struikelblok. Wat was zijn fout? Hij dacht met menselijke gedachten. De meeste mensen rennen van het lijden en de dood weg. De discipelen hadden Gods gedachten nog niet in deze zaak. De gedachten van God vinden we alleen in het Woord van God. Totdat Petrus gevuld was met Gods Geest, argumenteerde Petrus steeds weer met het Woord van God. Petrus had genoeg geloof om te getuigen dat de Here Jezus de Zoon van God was, maar nog niet genoeg geloof om te geloven dat het goed was voor de Here Jezus om te lijden en te sterven. Natuurlijk was satan het hier helemaal mee eens (Mat. 4:8-10). Later in zijn brieven zien we dat hij hier duidelijk in gekregen heeft en zijn nadruk is juist in de kracht Zijn kostbare bloed (1 Pet. 1:18). Het kruis dragen betekent dat we één worden met de Here Jezus in Zijn afwijzing lijden en sterven (Rom. 12:1,2; Gal. 2:20). Het lijden leidt altijd naar de heerlijkheid en daarom eindigt de Here Jezus met Zijn glorieuze Koninkrijk (16:28). De Here Jezus keek over het lijden heen en ging daarom met vreugde naar het Kruis (Hebr. 12:2) Hij eindigt dit hoofdstuk ook met de heerlijkheid van Zijn Koninkrijk (16:28). Zo leven wij ook vanuit Zijn overwinning! Een week later ziet Petrus de verheerlijkte heiland met eigen ogen.

 

Mattheüs 17. De Heerlijkheid van de Koning.

Dit hoofdstuk begint met de verheerlijking van de Here Jezus op de berg en eindigt met Petrus die een muntje uit de bek van een vis haalt. Wat een tegenstellingen en wat een avontuur.

17:1-13. De knijpende vraag. Als de Here Jezus Zijn Gemeente gaat bouwen, wat gebeurt er dan met Zijn beloofde Koninkrijk?

(1). De heerlijkheid en Zijn persoon. Dit is de enige keer dat de Here Jezus Zijn heerlijkheid openbaart. Een metamorfose is een verandering aan de binnenkant die naar buiten komt (Heb. 1:3). Dit moment heeft hun geloof erg versterkt. (a). Petrus beleed zijn geloof en nu ontvangt hij bevestiging. (b). Johannes schrijft hierover vlak voor zijn sterven. (Joh. 1:14; 2:11;7:39; 11:4; 12:23; 13:31,32; 20:31). (c). De Here Jezus legde Zijn heerlijkheid op aarde af (Joh. 17:5). (d). Als gevolg van Zijn volbrachte werk heeft Hij Zijn heerlijkheid weer terug ontvangen en dat deelt Hij nu met ons (Joh. 17:22,24). De Here Jezus zal ook ons veranderen naar Zijn beeld (2 Kor. 3:18).

(2). De heerlijkheid van Zijn Koninkrijk. Aan het einde van Zijn getuigenis belooft de Here Jezus dat sommige discipelen de komst van de Zoon des mensen zullen zien in Zijn Koninkrijk (16:28). Hij nam Petrus, Johannes en Jacobus mee als getuigen van dit gebeuren. Zij waren ook vrienden en viscollega’s. Zij waren in het huis van Jaïrus en bij Hem in de tuin van Gethsémanee voor Zijn kruisiging (26:37). De Here Jezus leert hen dat Hij de overwinning heeft over de dood. De dochter van Jaïrus werd opgewekt. In de tuin gaf Hij zich over aan de dood. Nu leren ze dat Hij verheerlijkt wordt in Zijn dood. Mozes vertegenwoordigde de wet en Elia de profeten. Zij zijn geheel vervuld in de Here Jezus (Luk. 24:27). Alle woorden van het Oude Testament zullen vervuld worden en het Koninkrijk zal gevestigd worden (Luk. 1:32,33). Zoals de 3 discipelen de verheerlijkte Heiland op aarde zagen, zo zullen wij allen de Here Jezus hier op aarde zien in Zijn verheerlijkte Koninkrijk (Openb. 19:11-20:6). Petrus is het voorval op de berg nooit vergeten (2 Pet. 1:12)

Het belangrijkste is echter om de stem van de hemelse Vader te horen aangaande Zijn Zoon (17:5) Zodra je de namen van anderen mensen noemt waar de Here Jezus bij is komt Gods wolk in je hart. Allen die opnieuw geboren zijn, behoren tot Zijn koninkrijk (Joh. 3:3). Zijn Koninkrijk is afgescheiden van al het aardse. De Here Jezus zal hier eens op aarde regeren en wij met Hem (Openb. 20:1-7; 5:10).

(3). De heerlijkheid van het kruis. De discipelen moesten leren dat het lijden en de heerlijkheid hand in hand gaan. Dit leerde Petrus ook

(1 Pet. 1:6-8,11; 4:12; 5:11). Mozes en Elia spraken met de Here Jezus over Zijn exodus: Uitgang. Petrus gebruikt dat woord exodus ook als hij over zijn eigen dood spreekt (2.Pet. 1:15). Voor iedere gelovige is het sterven een uitgang. Een bevrijding van de bindingen van dit leven naar de heerlijke vrijheid van het leven met Hem in de Hemel. Door de dood van de Here Jezus betaalde Hij de prijs om ons te verlossen en te bevrijden. De discipelen die naar Emmaüs gingen dachten aan een fysieke bevrijding van Rome (Luk. 24:21). Zijn dood bracht Geestelijke bevrijding. Bevrijding van het wereld systeem (Gal. 1:4), van een leeg leven (1. Pet.1:18) en van alle ongerechtigheid (Tit. 2:14). De heerlijkheid van Zijn overgave. Petrus kon niet begrijpen dat de Here Jezus zich over zou geven aan slechte mensen en gewillig leed. De verheerlijking op de berg was Gods weg om te laten zien dat we verheerlijkt worden als we onszelf ook verloochenen. De leer van de wereld is: Red jezelf en de leer van de Heer is: Geef jezelf helemaal over aan de Here Jezus. Eerst het kruis en daarna de kroon. Alle 3 discipelen hadden deze openbaring nodig. Jacobus werd als 1ste vermoord (Hand. 12:1-12). Johannes zou veel lijden voor Zijn Naam. Petrus zou ook tijdens Zijn sterven de Here Jezus verhogen. Petrus sprak de Here Jezus tegen, toen Hij over het kruis sprak. Petrus gebruikte zijn zwaard, om de Here Jezus te verdedigen. Petrus probeerde de Here Jezus zelfs op de Berg te vertellen wat Hij moest doen. Hij wilde 3 tenten neerzetten, maar de Vader viel hem in de rede en er verscheen ook een wolk. De Vader zal nooit toelaten dat Zijn Zoon met wie dan ook als gelijke gesteld wordt. Jezus is Gods laatste woord (Heb. 1:1). Jezus alleen (17:8).

Toen de Here Jezus met de 3 discipelen van de berg kwam zei Hij hen het aan niemand verder te vertellen wat ze gezien hadden.

17:14-21. De Koning in Zijn kracht. We gaan van de verheerlijking op berg naar de Vallei waar de nood is. De 9 discipelen waren hulpeloos om iets te doen voor de zieke jongen. Geen wonder dat zijn vader op zijn knieën voor de Here Jezus viel. Hun geestelijke blindheid was een last voor de Here Jezus (Luk. 9:41) Wat zal de Here Jezus voelen, als Hij naar ons (mij) kijkt. De Here Jezus bevrijdde de jongen (Mark. 9:25,26). De demoon sloeg nog één slag en de menigte dacht dat hij dood was. De Here Jezus maakte de jongen gezond en gaf hem terug aan zijn vader. De 9 discipelen hadden dit ook moeten kunnen, want zij hadden die kracht en autoriteit ontvangen (10:1-18). Zij hadden die kracht echter verloren en het was het gevolg van hun ongeloof, hun gebedloos leven en ze hadden geen discipline. Het is belangrijk om in je 1ste liefde en Geestelijk alert te blijven (Richt. 16:20). Ons geloof moeten we ook constant voeden (1 Thes. 3:10). 17:22-27. De Koning in Zijn vernedering. De Here Jezus heeft het weer over Zijn dood en opstanding. Zijn discipelen geloofden het niet en vergaten Zijn beloften. De vijand herinnerde zich wel wat Hij gezegd had (27:62-66). Wat een tegenstelling vinden we hier dat de Here Jezus niet eens geld op zak heeft en beoefent Zijn autoriteit over de natuur om te geven wat nodig was. De Here God had Adam en Eva vertelt dat ze zouden heersen over de vissen (Gen. 1:26). Als gevolg van de zondeval verloor de mens die positie. De Here Jezus heeft de autoriteit over de vissen, de dieren (21:1-7) en de vogels (26:34,74,75). Wat Adam verloor door zijn ongehoorzaamheid, ontvangt de Here Jezus terug door Zijn gehoorzaamheid (Heb. 2:6). (a). Dit is het enige wonder wat de Here Jezus voor Zichzelf heeft gedaan. Hij gebruikt Zijn kracht niet voor alleen zichzelf, maar ook voor anderen. Zijn getuigenis hier op aarde zal geen schade lijden. (b). Het is ook het enige wonder waar geld gebruikt wordt. Deze belasting begon tijdens het leven van Mozes (Ex. 30:11, 38:25). Het geven van geld herinnerde hen dat ze uit slavernij bevrijd waren. Het kostbare bloed van de Here Jezus herinnert ons eraan dat we door voor eeuwig bevrijd zijn van de slavernij van de zonde. (c). Het is het enige wonder waar het maar om één vis gaat. Als we aan dit wonder denken gaat er heel wat aan vooraf. Eerst moest iemand een munt verliezen. Een vis moet die munt in zijn bek nemen en die vis moet zich laten vangen door Petrus. Alles is zo wonderlijk. (d). Petrus werd er op uit gestuurd. We weten niet hoe de andere discipelen hun belasting betaalden. Dit was één van de wonderen die de Here Jezus voor Petrus deed. De Here Jezus genas zijn schoonmoeder (Mark. 1:29-34). De Here Jezus hielp Petrus om vis te vangen (Luk. 5:1-11). De Here Jezus hielp Petrus om op het water te wandelen (14:22-31). De Here Jezus genas het oor van Malchus (26:47-56). De Here Jezus bevrijdde Petrus uit de gevangenis (Hand. 12:1-12). Geen wonder dat Petrus later schreef in zijn brief (1 Petrus 5:7): Werpt al uw bekommernissen op Hem want Hij zorgt voor U. (e). Het is het enige wonder waar we de afloop niet van weten. Hoe weten we dan dat het wonder echt gebeurd is?. Heel eenvoudig omdat de Here Jezus het zegt (1 Kon. 8:56). Petrus vertrouwde Gods Woord en de Here Jezus eerde dat in hem. Er is een belofte voor ons. Die Mij eren, zal Ik eren! (1 Sam. 2:30).

 

Mattheüs 18. De Koning bestraft de discipelen voor hun trots en verdeeldheid.

18:1-14. Er is zulk een grote noodzaak om nederig te zijn net als Mozes (Num. 12:3) Het woord JOY spelt: Jesus, Others, Yourself. Petrus had veel beleefd om trots over te zijn. Hij had op het water gelopen en was met de Here Jezus op de bergtop geweest en had zelfs zijn belasting betaald door een wonder. De Here Jezus had ook over Zijn dood en opstanding gesproken, maar dit had helemaal geen indruk op hen gemaakt. Ze waren zo vol van zichzelf en er mee bezig om de belangrijkste te zijn en dat leidde tot discussies (Luk. 9:46). Als gelovigen voor zichzelf leven en niet voor de Here Jezus en anderen dan zal er geen vrede maar verdeeldheid en ruzie zijn. De discipelen wachtten ademloos op het antwoord van de Here Jezus. Hij ging hen echter allen voorbij, maar riep één van de kinderen zonder naam in hun midden. De waarde van de Hemel is zo anders. Ware nederigheid betekent dat jij jezelf kent en jezelf aanvaardt. Je moet oppassen dat je niet te klein (Ex. 3:11) of te groot over jezelf denkt (Rom. 12:3). De ware nederige mens is dankbaar met de gaven die hij ontvangen heeft en vereert daar de Here Jezus mee. Kinderen zijn zo hulpeloos, afhankelijk maar ook vol van geloof. De discipelen moesten helemaal van gedachten veranderen, want met hun houding kunnen ze het Koninkrijk der Hemelen niet binnen gaan. Wij moeten niet alleen worden als de kinderen, maar wij moeten ook alle kinderen van God accepteren en hen dienen (Rom. 14:1). Het is een serieuze zaak als we één van Gods kinderen ten val of op een dwaalspoor brengen als gevolg van ons eigen gedrag (Rom. 14:13). Als we een kind ontvangen dan verwelkomen we de Here Jezus. Het is beter om een molensteen om je nek te doen en te verdrinken dan één van de kinderen te misbruiken en Gods gericht te ontvangen. De Here neemt de zonde heel serieus. Het is beter zonder oog, hand of tong verder te leven als zij je tot zonden brengen. Nederigheid begint met een grondig zelf onderzoek (Fil. 2:1-18). David bad ook voor zijn verborgen zonden (blinde hoeken) (Ps. 19:13).

18:15. Wat moeten we doen als een broeder of zuster zondigt? (1). We moeten hen eerst persoonlijk terecht wijzen (Jac. 5:19,20). Hierbij is ook onze eigen nederige houding heel belangrijk (Gal. 6:1). Het woord terechtwijzen betekent: een gebroken been goedzetten. Het is wel heel belangrijk om niet over hen te gaan roddelen. (2). Wat moeten we doen als degene die gezondigd heeft, weigert om zich te bekeren en al het verkeerde recht te zetten? Dan moeten we het met een paar andere gelovigen delen (Deut. 19:15). Het kan namelijk zijn dat wij het bij het verkeerde eind hebben. Als er niet juist met zonde omgegaan wordt dan verspreidt het. De Here Jezus en Paulus noemen de zonden dan ook zuurdesem. (3). Vraag Bijbelgetrouwe oudsten van de gemeente om hulp, maar ga niet naar het gerechtsgebouw (1 Kor. 6:1-8). Onthoud wel dat het ons doel is om een broeder of zuster terug te winnen (Jac. 5:19,20). Hetzelfde woord wordt gebruikt als het winnen van de verlorenen. Hier wordt de gemeente voor de tweede keer genoemd (16:18). De discipelen waren allen opgegroeid in de synagoge, dus waren ze aan de discipline en de persoonlijke zorg voor elkaar gewend. Wat begon als een privé gelegenheid is nu in het openbaar gebracht. De discipline in de gemeente wordt vaak over het hoofd gezien, maar wordt duidelijk geleerd (1 Kor. 5:2; 2 Thes. 3:6-16; 2 Tim. 2:23-2). Het is hetzelfde als kinderen de discipline van hun ouders ontvangen. Hij of zij kunnen niet als een Geestelijke broeder of zuster gezien worden en moeten voor een periode in de rust geplaatst worden (Joh. 20:23), maar zij mogen echter niet gehaat worden. Als de gemeente een broeder of zuster onder discipline brengt, dan onderzoeken zij zichzelf ook. Vandaar dat deze woorden van de Here Jezus worden toegevoegd (18:18-20). De gemeente moet zich buigen onder het Woord van God en er moet ook een intens gebed zijn.

18:20. De gemeente moet ook een aanbiddende gemeente zijn. Er is een grote behoefte aan liefde en eerlijkheid in de gemeente (Efz. 4:15) Voorbeelden uit de 1ste gemeente (Hand. 5:9,10 en 6:1-4).

18:21-35. In een sfeer van nederigheid en eerlijkheid is het gevolg dat er ook altijd vergeving moet zijn onder elkaar. Petrus spreekt hierover maar maakte een paar grote fouten. (1). Hij was er zo zeker van dat zijn broeder tegen hem zou zondigen, maar niet dat hij ook tegen zijn broeder ooit zou kunnen zondigen. (2). Zijn tweede fout was, dat hij met grenzen en maatstaven leefde. Als er liefde is, zijn er geen grenzen noch maatstaven (Efz. 3:17-19). Petrus dacht dat hij een groot geloof uitleefde als hij zijn broeder zeven keer vergaf. De rabbi’s dachten dat drie keer de limiet was. Het antwoord was 490 keer. Hoe kon iemand zulk een aantal bijhouden. Dat was nu precies de bedoeling van de Here Jezus. Als we onze broeder zoveel keer vergeven hebben dan is het onze gewoonte geworden om te vergeven. De Here Jezus bedoelde hier niet mee om onnauwkeurig of oppervlakkig te werk te gaan. De vergeving is niet blind en is gebaseerd op de vorige verzen (Fil. 1:9,10). (3). De gelijkenis gaat niet over de vergeving van zonden (Efz. 2:8,9). Het gaat over vergeving tussen elkaar en niet tussen de zondaar en de Here God. De man was niet beschaamd dat hij geld had gestolen, maar beschaamd omdat hij ontdekt werd en hij was zonder hoop. De Koning was een man van bewogenheid en schold hem alles kwijt. Dit betekende dat hij vrij was en niet in de gevangenis werd gegooid. De knecht verdiende deze vergeving niet en het was een pure zaak van liefde en bewogenheid. De knecht verliet de Koning en kwam een andere knecht tegen die hem weinig geld schuldig was. Hij gaf hem geen vergeving en gooide hem in de gevangenis. De Koning bevrijdde hem van de gevangenis, maar hij bracht zichzelf weer in die situatie. De koning kwam er achter en was toen ook genadeloos. Wil je volgens de rechterlijke macht leven, dan ontvang je dat ook. De ergste gevangenis is het hart, dat anderen niet vergeven kan. De waarschuwing van de Here Jezus is heel serieus en we leren dat God de Koning is en dat wij onze schuld nooit kunnen terugbetalen. Door Zijn wonderlijke Genade en bewogenheid heeft Hij alles voor ons betaald (2 Kor. 5:21) en heeft ons volledige vergeving en vrijheid gegeven. Als ons eigen hart daardoor nederig is dan vergeven we anderen ook graag en met ons gehele hart. Als er trots is en een verlangen van wraak dan is er geen innerlijke dankbaarheid. We moeten Zijn vergeving diep in ons eigen hart ervaren en met vreugde anderen ook van harte vergeven (Efz. 4:32; Kol. 3:13). De Here heeft een hobby: Hij vergeeft graag (Psalm. 86:5).

 

Mattheus 19. De aanvallen blijven komen in het leven van de Here Jezus

19:2. In de bediening van genezing werd iedereen genezen.

19:3-12. Trouwen, echtscheiding of vrijgezel blijven. De Here Jezus werd weer aangevallen door de Farizeeën. Ze hadden Hem voorheen al uitgedaagd aangaande de shabbat en de tekenen. Nu dan aangaande de echtscheiding. Een school van hen was liberaal en de andere heel conservatief. Wat de Here Jezus ook zou antwoorden. Hij zou altijd een groep tegen zich in het harnas jagen. De Here Jezus gaat helemaal terug naar het paradijs. Het enige wat niet goed was in de schepping was het feit dat Adam alleen was. Hij kon ook geen maatje vinden bij de vele dieren die hij namen gaf. Eva werd geschapen om Adam tot hulpe te zijn en Eva werd geschapen om van Adam zijn liefde te ontvangen. Adam geeft leven aan Eva en Eva geeft leven aan de gehele wereld. (1). Het huwelijk is Gods initiatief, dus heel goed!. (2). Het is ook een fysieke eenheid. Zij worden één vlees. (3). Het is een verbond voor de rest van je leven (Rom. 7:2,3). (4). Het is een eenheid tussen één man en één vrouw. Iedere andere huwelijksrelatie is tegen Gods wil (Lev. 18; Rom. 1). De huwelijksrelatie is sterker dan de relatie met je eigen familie. De Here God haat echtscheiding (Mal. 2:16), maar spreekt er zelf ook over (Jer. 3:8). Israël was ontrouw was en aanbaden de afgoden. De Farizeeën dachten dat ze de Here Jezus konden vangen omdat Mozes voorziening gemaakt had om te scheiden (Deut. 24:1). De Here Jezus stemde toe dat er voorzieningen waren getroffen. De Here tolereert vaak situaties die niet Zijn eigen richtlijn zijn. Het gemakkelijke denken over scheiding mag niet zo door gaan!. De enige grond voor scheiding was overspel. De onschuldige mag dan opnieuw trouwen. Als de persoon voor enige andere rede gescheiden was en opnieuw trouwde dan pleegde hij of zij ook overspel. Ik ken gelovigen die opnieuw getrouwd zijn na hun echtscheiding. Als er belijdenis is van zonde, (1 Joh. 1:9) dan is er ook vergeving en plaats om die persoon toch ook weer te aanvaarden in de gemeente. De oplossingen van de Here God leiden nooit naar meer problemen.

19:10. Toen de discipelen de Here Jezus hoorden spreken over echtscheiding lieten ze blijken dat ze extreem en bang waren. Zij zeggen dan ook dat het beter is om helemaal niet te trouwen.

19:11. Het vrijgezel blijven is niet voor iedereen. Het is alleen voor hen die daar speciale Genade voor ontvangen hebben.

19:12. De Here Jezus zegt ook dat er drie soorten eunuchs zijn. Er zijn mannen die geen kracht hebben om zaad te produceren. Er zijn andere mannen die gecastreerd zijn. Er zijn er ook mannen die zelf beslissen om niet te trouwen. Zij kiezen ervoor om al hun toewijding te geven aan de Here Jezus zonder afgeleid te worden (1 Kor. 7:7, 32). Iedereen heeft zo zijn eigen Geestelijke gave.

19:13-15. Prachtig dat de Here Jezus daarna de kinderen zegent. Het zijn de kinderen die het meeste lijden van een echtscheiding. Kinderen zijn heel belangrijk voor de Here Jezus. Zij zijn vaak open om Gods Woord te ontvangen en als ze gered willen worden dan moeten wij hen daarmee helpen. Wat de moeder van Mozes in zijn hart plantte, kon farao er de rest van zijn leven niet meer uitkrijgen. Kinderen hoeven niet als volwassenen te worden, maar wij moeten wel zoals de kinderen (niet kinderachtig) worden (Mark. 10:15). Kinderen zijn zondaren (Ps. 51:5) en als zij nog geen verantwoordelijkheid kunnen dragen dan zijn ze gedekt door de dood van de Here Jezus (Jes. 7:16; Rom. 5:17-21; 1 Sam. 12:23) en gaan ook naar de hemel. Je mag dit gedeelte niet gebruiken voor hun redding, noch voor hun doop. Er komt in dit gedeelte geen druppel water aan te pas.

19:16-26. De volgende studie is er een van tegenstellingen. We hebben net gezien dat het Koninkrijk ook voor de kinderen is. Hier ontmoeten we een volwassene, die van alles mee heeft. Hij is jong, rijk en een leider en komt publiekelijk naar de Here Jezus toe die hem ook lief kreeg (Mark. 10:21). Ondanks alles was er toch een nood in zijn leven en hij denkt na over het eeuwige leven. Hij was oprecht en noemt de Here Jezus goede meester en vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te beërven. Hij denkt over het eeuwige leven na, als een werk en niet als een geloofsgeschenk. Het antwoord van de Here Jezus was niet gericht op zijn redding, maar op het woord goed dat hij gebruikt had. Alleen de Here God is goed en de Here Jezus wilde dat die jonge man zou inzien dat de Here Jezus, God is (Rom. 9:5). De Here Jezus begint met Zijn autoriteit door de geboden op te gaan noemen. Als iemand alle geboden voor zijn gehele leven kan houden dan ontvangt hij het eeuwige leven. Er is echter niemand buiten de Here Jezus om die dat kan waarmaken. Onze enige weg tot redding, is door het geloof in de Here Jezus. De Here Jezus hield de jonge man een spiegel voor, opdat hij in zou zien dat hij Gods redding ook zelf heel hard nodig had (Jac. 1:22). De jonge man dacht alleen maar aan zijn uiterlijke gehoorzaamheid. Hij vergat de houding van zijn hart. We verheugen ons over het feit dat deze jonge man een moreel goed mens is. De Here Jezus krijgt hem ook lief (Mark. 10:21), maar we zijn verdrietig dat hij zijn eigen zonde niet inzag en zijn naaste niet liefhad en zich bekeerde. Hij zondigde tegen het 10de gebod (Ex. 20:17). Gij zult niet begeren. De Here Jezus zag zijn innerlijke probleem (1 Sam. 16:7). Zijn bezittingen waren zijn god daardoor was het onmogelijk om het gebod op te volgen: Ga en verkoop alles … kom en volg Mij. De jonge man wandelde zelf van de zonneschijn in de schaduw. Hij ging verdrietig weg, maar had heel vreugdevol weg kunnen lopen. We kunnen geen twee meesters dienen (6:24). De Here Jezus riep hem ook niet terug, om hem dan maar te houden voor de collecte. Een ander voorbeeld: Pilatus zei: Ja tegen de Here Jezus en ook ja tegen Zijn vijanden. Het gevolg was een stille Jezus (27:14). Als de jonge man zich later niet bekeerde, is hij voor eeuwig verloren. Hij zal wel een mooie begrafenis en een duur graf achter gelaten hebben.

19:23,24. Rijkdom heeft de verleiding om een afgod te worden. Een gevolg van gehoorzaamheid in het Oude Verbond was rijkdom (Deut. 28:11-14) en de discipelen zagen rijdom als een zegen. Als we geboren worden zijn onze handen gesloten en er zit niets in. Alexander de Grootte gaf als laatste instructie, dat zijn lege handen zichtbaar moesten zijn voor alle mensen tijdens zijn begrafenis. Vaak zijn de rijken der aarde mensen, die deze afgod hebben. Zulke mensen hebben de Here Jezus voor 30 zilverstukken verkocht. Innerlijke begeerlijkheid ontkent de ware waarde van ons leven. Begeerlijkheid vergeet dat we hier voor belangrijker zaken zijn. Als gevolg van je begeerlijkheid ben je niet geschikt als oudste in de gemeente (1 Tim. 3:3) en ook niet voor Gods Koninkrijk(1 Kor. 6:10). Het is de wortel van de leugen, bedriegerij, diefstal en zelfs moord. Door de liefde voor geld krijg je echtscheidingen en de kinderen zijn er de dupe van. Het kan zelfs tot zelfmoord lijden tijdens een crisis. Er is niets verkeerds aan om rijk te zijn en veel geld te hebben. Het is een fantastische diensknecht, maar een vreselijke meester. Job, Abraham, Isaäk en Jacob waren heel rijk, maar de rijkdom bezat hen niet en zij waren mensen met een heel groot geloof. Paulus zegt tegen Timoteüs dat ons vertrouwen in de levende God moet zijn die ons alles geeft om rijkelijk van te genieten (1 Tim. 6).

19:26. Menselijk gesproken is het voor niemand mogelijk om gered te worden. Alleen de Here God kan een mens redden (Jona 2:9). Het is echt moeilijker voor de rijke dan voor de arme mensen. Zij vinden het heel moeilijk om hun vertrouwen in het zichtbare geld om te zetten naar een geloofsvertrouwen in een onzichtbare Heiland. Het is erg als gelovigen vast zitten aan hun bezittingen en geld. We zien de nood om ons heen en geloven wel dat Zijn komst nabij is.

19:27-30. Petrus zag het verschil direct tussen de rijke jongeling en de arme discipelen en roept uit:Wij hebben alles prijs gegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn? De Here Jezus gaf hen een fantastische belofte voor dit leven en het leven hierna. Zij zouden zelfs tronen met Hem delen in Zijn komende Koninkrijk. Zij ontvangen alles honderdvoud terug. Met andere woorden: Het volgen van de Here Jezus is geen offer maar een investering. De Here Jezus bespeurde toch een verkeerde motivatie in de woorden van Petrus en zei er ook direct bij: Vele eersten zullen de laatste zijn. Dit zien we uitgewerkt in het volgende hoofdstuk met de werkers. Niemand werkt voor Zijn redding en we ontvangen ook niet dezelfde beloning (1 Kor. 3:8). Het gaat om onze hartsgesteldheid. We zullen later in de hemel zijn, wat de Here Jezus van ons hier op aarde heeft kunnen maken. Het einddoel van ons leven is: Te worden zoals de Here Jezus (Rom. 8:29; 1. Joh.3:1-3). Het Koninkrijk van God en het Koninkrijk der hemelen betekent hetzelfde.

 

Mattheüs 20. Vele laatsten zullen de eersten zijn

19:26-30. De achtergrond van deze gelijkenis zijn deze woorden. Petrus sprak als leider van de discipelen vlak na de ontmoeting met de rijke jongeling. In hun gedachten was de beloning, omdat zij de Here Jezus wel gevolgd waren. Net als Mozes (Hebr. 11:24-27). De Here Jezus geeft hen deze beloning in de verre toekomst (19:28). De Here Jezus geeft hen een verrassende spreuk. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten. Wat zijn onze diepste motivaties en hoe is onze hartsgesteldheid?.

20:1-16. Deze gelijkenis heeft niets met onze redding noch met onze beloning te maken. Er waren twee soorten mannen gehuurd. Zij die een contract ontvingen en met het dagloon instemden. Het was het loon van een Romeins soldaat en een heel goed contract. Later werkten er anderen met Zijn Woord. Zij werkten verschillende uren, maar Hij gaf ze allen aan het einde van de dag hetzelfde geld. De laatste werkers kregen het eerste en hetzelfde uitbetaald als de eerste werkers. De eerste werkers beginnen te klagen. Er was helemaal geen rede om te klagen want ze hadden het afgesproken geld helemaal ontvangen. (a). We mogen niet jaloers zijn als anderen gezegend worden. (b). We mogen ons nooit met anderen vergelijken (1 Kor. 3:1-7). (c). De goedheid van de baas bracht hen niet tot bekering (Rom. 2:4). (d). Het ontmaskerde hun egoïstische hartsgesteldheid (Spr. 28:16). (e). Alles wat we doen en wie we zijn is voor Zijn eer (1 Kor. 10:32).

20:17. Het plan van Zijn lijden. De 3de en laatste keer dat de Here Jezus over Zijn lijden en Zijn opstanding spreekt. De Here Jezus spreekt nu ook duidelijk over het kruis. (16:2; 17:22,23). Het is de belangrijkste waarheid voor ons die geloven (1 Kor. 15:3,4). De Here Jezus is heel vastberaden en gaat voor hen uit. De discipelen waren bang. (Luk. 9:51; Mark. 10:32-34). Alles is reeds voorzegd (Luk. 18:31-34). Profetische schriftplaatsen. (Zach. 9:9; 12:10; 13:7; 11:12; Ps. 69:21; 16:10; Ex. 12:46; Ps. 22). Na de zondeval slachtte de Here God het 1ste dier en bedekte hun zonden (Gen. 3:21). Abraham wordt gevraagd Isaäk te offeren (Gen. 22; Heb. 11:13). Er is een plaatsvervanger en Hij ziet door het geloof Zijn opstanding. Later zien we met Pesach (Ex. 12), dat het dier gaaf was. In de woestijn ontvangen de mensen de tabernakel waar geofferd wordt om de mensen te verzoenen. De Here Jezus is het Lam van God.

20:18,19. De voorzegging: De Here Jezus vertelt hen precies wat er gaat gebeuren voordat ze in Jeruzalem zijn. De Here Jezus is God. Het lijden is steeds in meervoud en voorzegd in (Jes. 53). Het lijden van hen die niet gevoelig en ontrouw waren (Ps. 41:10). Het lijden van hun afwijzing (Ps. 118:22) en zelfs door Zijn Vader. Het lijden van Zijn vernedering en onschuld (2 Kor. 5:21). Het lijden van de fysieke- en zielepijn tot de dood (Jes. 53).

20:19. De kracht over Zijn lijden. De opstanding (Ps. 16:10).

20:20. Hun reactie? Ze dachten aan de kroon en niet het kruis. De Here Jezus dacht aan het lam en de anderen aan de leeuw!

20:21. Het was te prijzen in Salome dat ze haar zonen dicht bij de Here Jezus wilde. Ze geloofde ook in Zijn regering. De vraag was in onwetendheid en zij wist niet wat een moeilijke weg het zou zijn. Jacobus was de 1ste die vermoord werd en Johannes leed veel op het eiland Patmos. Toen de Here Jezus gekruisigd werd stond Salome ook onder aan het kruis. Zij zag geen twee tronen, maar twee dieven aan twee kruizen aan de beide zijden van de Here Jezus (Joh. 19:25). Zij hoorde dat Maria aan haar zoon Johannes werd toevertrouwd.

20:29-34. Hier geeft de Here Jezus weer een praktische les. Hij wordt de genezer van die twee afgewezen blinde mannen. De menigte en de discipelen wilden hen tot stilte brengen. Zij roepen Hem toe met de Messiaanse titel: Zoon van David. Ook al waren ze fysiek blind, ze zagen Geestelijk wie Hij was!. Dit in tegenstelling met de Geestelijke blindheid van Israël. Zij zullen ook eens zien (Jes. 35:5; 42:7; Rom. 11:25,26; Openb. 1:7). De mannen hadden een specifiek gebed: Wij willen geopende ogen. De Here Jezus had medelijden, raakte hen aan en zij werden genezen. Die aanraking openbaart ons Zijn grote liefde voor Zijn volk (23:37). Zij laten Jericho (Las Vegas) achter zich en volgen de Here Jezus de gehele weg lofprijzend naar Jeruzalem (Luk. 18:43). Als de Here Jezus de stad nadert is er een grote schare die Hem lofprijzen…

 

Mattheüs 21. De Geestelijke blindheid van het volk Israël

We komen tot het laatste gedeelte van het evangelie van Mattheüs. De Here Jezus heeft Jericho verlaten, en is op reis naar Jeruzalem. Zijn aankomst is een hoogtepunt. Sinds de discipelen hadden getuigd met deze woorden: U bent de Christus, de Zoon van de levende God, heeft de Here Jezus gesproken over Jeruzalem (16:16,21). De plaats is belangrijk, maar ook de tijd van het jaar. Het is bijna Pesach. Zie het Lam van God die de zonde van de wereld wegneemt (Joh. 1:29). (a). Het is de 1ste keer dat de Here Jezus een publieke demonstratie heeft gehouden. Hij dwong de leiders om iets te ondernemen. Hun conclusie was dat Hij uit de weg geruimd moest worden (Joh. 12:19). (b). Hiermee vervulde de Here Jezus ook de profetie (Zach. 9:9). De woorden: Verheugt U, Verheugt U! worden niet vermeld. Ze wezen Hem af en de Here Jezus huilde over Jeruzalem (23:37). De Hemelse Kroning vinden we op het moment dat alleen de Here Jezus waardig is om de boekrol te openen (Openb. 5:8). De Here zal op een wit paard komen en het volk zal Hem aanvaarden (Openb. 19:11). (c). Een ezels veulen waar nog nooit iemand op gezeten heeft, met de moeder ernaast, werd gebruikt voor de Here Jezus (Mark. 11:2). Het veulen moest zich laten losmaken en tot de Here Jezus laten brengen zodat het veulen in Zijn dienst gebruikt kon worden (1 Kor. 1:26-29). Het zou dom zijn als het veulen zou denken dat ze voor hem kwamen. Het is ook de 1ste keer dat de Here Jezus niet te voet verder gaat. (d). De menigte juichte Hem toe, ze verlangen de redding van het Romeinse juk. Ze riepen uit: Hosanna, wat betekent: Redt nu. Bij de 1ste aankondiging als Koning was de stad ontsteld en nu weer (2:3). Het woord ontsteld vindt zijn wortels in het woord aardbeving. Het Pesach lam bezorgt een aardbeving bij de voorbereidingen. Er waren 3 groepen mensen. De Joden uit Jeruzalem, de menigte uit Galilea en zij die bij de opstanding van Lazarus waren (Joh. 12:17,18). (e). Waarom was Israël geestelijk zo verblind? Dit was mede de schuld van hun leiders die een religie met hun eigen tradities gemaakt hadden (Luk. 11:52). De leiders waren niet geïnteresseerd in de waarheid, maar hadden alleen belang in zichzelf (Joh. 11:47-53). Te langer ze de waarheid bestreden, te blinder dat ze werden.

21:12-22. De Here Jezus voerde 2 daden van veroordeling uit. Hij maakte de tempel schoon en vervloekte ook de vijgenboom. Normaler wijze was Hij niet de Rechter maar de Redder (Joh. 3:17). De tempel was een rovershol geworden en Israël bracht geen goede vrucht. De Here Jezus spreekt hier een oordeel over uit (24:1,2). Er was innerlijke corruptie en uiterlijke vruchteloosheid. Als de Here Jezus de tempel Mijn Huis noemt, dan zegt Hij van zichzelf dat Hij God is. Als de Here Jezus de tempel Huis van gebed noemt dan denkt Hij aan de woorden van Jesaja 56:6,7 en vinden we de uitnodiging voor de niet Joden om te komen tot de God van Israël. Geen wonder dat de ontmande zijn weg met vreugde ging (Hand. 8:39). Wat wil de Here God wel in Zijn huis?. (a). De Here God wil gebed als bewijs van totale overgave aan Hem. (b). De Here God wil dat daar mensen geholpen worden (21:14). (c). De Here God wil lofprijs in Zijn Huis (21:15,16; Ps. 8:2). Hoe is het met onze tempel, moet er ook een bezem doorheen?.

21:17-22. Het vervloeken van de vijgenboom. Dit is verrassend want met dezelfde kracht zou de Here Jezus vrucht kunnen geven aan de vijgenboom welke een type van Israël is (Micha 7:1). De boom had bladeren, maar geen vrucht. Israël had een religie zonder vrucht. Het oordeel was geveld door de Rechter zelf (24:1,2). Lukas verklaart ons dat er nog een jaar van Genade bijkomt (13:6-8). In het jaar 70 wordt de tempel verwoest en de mensen verstrooid. De Here Jezus is geduldig maar Zijn oordeel komt (1 Thes. 2:15,16). Wij moeten oppassen, dat ons leven niet vruchteloos en gebedloos is.  

21:23-27. De priesters en de oudsten vroegen aan de Here Jezus of Hij aan hen wilde uitleggen met welke autoriteit Hij dit alles deed. Deze vraag werd gesteld om Hem in de val te laten lopen. De vraag kwam van mensen die zelf geen Geestelijke autoriteit hadden. De Here Jezus antwoordt hen met een wedervraag. Johannes had de weg voorbereid. Als de leiders hem aanvaard hadden, dan hadden ze de Here Jezus ook aanvaard. In plaats daarvan lieten de Geestelijke leiders het toe, dat Johannes gearresteerd en vermoord werd. Als ze zijn autoriteit niet aanvaardden dan zouden ze de autoriteit van de Here Jezus ook niet aanvaarden. Beide waren door de Here God gezonden en beide hadden dezelfde autoriteit. We kunnen geen nieuwe waarheden leren als we ongehoorzaam zijn aan datgene wat de Here Jezus ons reeds geopenbaard heeft. De leiders hadden de lessen van Johannes in de wind geslagen. Zij wilden dat niet toegeven en daardoor stopt de dialoog.

21:28-32. Ze wezen de Here God als hun Vader af. De 2 zonen vertegenwoordigen de verschillende mensen in Israël. Toen Johannes kwam, toonden de religieuzen veel interesse (3:7-12). Zij bekeerden zich echter niet en lieten zich niet dopen. De andere mensen beleden hun zonden en lieten zich wel dopen. Ze veroordeelden zichzelf toen ze zeiden: De laatste. Ze hadden niet door dat zij ook zondig waren (Luk. 18:9-14). Hun afwijzen was de afwijzing van de Vader die Hem gezonden had. De Here is genadig en stuurt Zijn enige Zoon (De erfgenaam).

21:33-46. Ze staan op het punt om de Zoon af te wijzen (Jes. 5). De Here bevrijdde hen uit Egypte en plantte hen in een vruchtbaar land overvloeiende van melk en honing. Hij vroeg alleen dat ze vrucht zouden dragen tot Zijn eer. Vandaar zond Hij zo af en toe één van Zijn profeten om Zijn vrucht te ontvangen. Ze werden mishandeld. De pachter had hen kunnen vernietigen, maar in plaats daarvan stuurt Hij Zijn enige erfgenaam naar hen toe (Heb. 1:2). In plaats van Hem te eren en te ontvangen doodden ze Hem en gooien Hem buiten de wijngaard (Heb. 13:12,13). Ze hadden het niet door dat de Here Jezus over Zichzelf sprak en Hij haalt Psalm 118:22,23 aan. De menigte had net vers 26 gezongen en die Psalm was nog vers in hun gedachten. De Here God wordt vergeleken met een steen (Deut. 32:4). Dit is ook een Messiaanse titel (Jes. 8:14,15). Israël wees hun Messias af, maar met Zijn dood en opstanding schiep Hij de gemeente (Efz. 2:20-22). Israël wordt ook de vervallen hut van David genoemd (Hand. 15:16). De Here God blijft trouw aan Zijn beloften aangaande Israël en ook aangaande de gemeente, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet.

 

Mattheüs 22. 3 afwijzingen van Israël en 4 publieke vragen aan de Here Jezus

In Mattheus 21:23-32 de afwijzing van Johannes de Doper (Joh. 1:6). In Mattheus 21:33-46 de afwijzing van de Zoon, was door onwetendheid. In Mattheus 22:1-14 bleef de Heilige Geest nog over. In deze gelijkenis ontmoeten we de Vader met Zijn Zoon en Bruid (Efz. 5:22-33). Deze gelijkenis is na Zijn kruisiging, opstanding, hemelvaart en de geboorte van de gemeente op de pinksterdag (Hand. 2). De Vader nodigt weer allereerst het volk Israël uit (Hand. 2:5; 3:25; 6:7). Hoe reageerde het volk Israël op de bediening van de Heilige Geest?. Ze weigerden het aanbod en vervolgden de gemeente. De leiders die het toelieten dat Johannes de Doper en de Here Jezus vermoord werden, hebben zelf Stefanus vermoord (Hand. 7:51). De Apostelen getuigden met kracht dat de Here Jezus leeft (Hand. 2:32-36).

22:7. De Koning werd boos in de gelijkenis en stuurde zijn leger op hen af en vernietigde hun stad en hun tempel. Dit is ook gebeurd in het jaar 70 na Christus. Jeruzalem werd veroverd door Titus. Het Goede Nieuws gaat na de dood van Stefanus vanuit Jeruzalem de wereld door naar heel verschillende mensen (Hand. 8; 10; 28:28).

22:11. Israël wordt nationaal maar niet individueel opzij gezet. Deze gelijkenis eindigt persoonlijk. Iedere gast ontvangt Zijn feestkleding (Jes. 61:10; 64:6). Dat is een beeld van Zijn rechtvaardig leven (2 Kor.5:21). Er was één man die daar niet op was ingegaan en hij was wel in de feestaal en sprakeloos (Rom. 3:19). Hij wordt buiten geworpen waar geween is en tanden geknars. Er is maar één manier!

22:14. Allen worden tot het feest uitgenodigd, maar niet allen zijn bereid om de Heer te aanvaarden, maar wel hun eigen gerechtigheid. De leiders waren schuldig door Geestelijke blindheid, schijnheiligheid en ongehoorzaamheid aan het Woord van God. Het gevolg GERICHT. De Farizeeën stelden Hem allerlei strikvragen en testten Hem. Hierdoor konden ze tot geloof komen of Godsgericht over zichzelf uitroepen. Het is ook een vervulling van de profetie, want de Here Jezus is het paaslam dat ook 5 dagen lang getest werd (Ex. 12:3-6).            Er worden 4 vragen gesteld tijdens deze publieke discussies. (a). 22:15-22. Een politieke vraag over het betalen van belasting. De Farizeeën en Herodianen waren voorheen vijanden van elkaar. Iedere keer als ze belasting moesten betalen, werden ze er aan herinnerd dat ze niet vrij waren. Hun strikvraag. Als de Here Jezus geen belasting betaalt dan zou Hij problemen met Rome krijgen. Als Hij instemde dan zou Hij in de problemen komen met de Joden. Hier was weer een mogelijkheid om hen tot stilte te brengen en hen ook een rijke Geestelijke les te leren. Iedere Heerser deed zijn eigen beeld op de munt. Hier is het Caesar, dus zei de Here Jezus: Geef aan Caesar, wat aan Caesar behoort. Allen worden opgeroepen om de regering die over ons is te gehoorzamen (Rom. 13). Iedere gelovige heeft ook een dubbel burgerschap (Fil. 3:20). De Here Jezus voegde er zelf enkele mooie woorden aan toe. Geef aan de Here God, wat Hem toebehoort. Wij als mensen zijn de enige beelddragers van de Here God hier op aarde (Gen. 1:26,27). De zonde in ons heeft dat beeld beschadigd, maar door de Here Jezus in ons kan Zijn beeld weer hersteld worden (Rom. 12:1,2). Het is niet verkeerd om mee te regeren in het Land waar je woont. Het is verkeerd om water bij de wijn te doen. Je gehoorzaamheid aan de Here Jezus moet altijd boven de regering staan (Hand. 5:29). Denk aan Daniël die op jonge leeftijd een besluit nam en hoe hij tot zegen als voorbidder voor zijn volk werd en dienend meeregeerde. (b). 22:23-33. Een leerstellige vraag over de opstanding. Nu komen de Sadduceeën met hun aanval. Zij aanvaardden alleen maar de 1ste vijf boeken van Mozes (Torah). Zij geloven niet in een Geestelijke wereld en ook niet in de opstanding (Hand. 23:8). De Farizeeën waren niet erg succesvol geweest om de opstanding vanuit de 1ste vijf boeken van Mozes uit te leggen. De vraag van de Sadduceeën was gebaseerd aangaande hun nabestaanden (Deut. 25:5). Het was voor Israël om het land en de families te behouden (Ruth). Hun ongeloof aangaande de opstanding was omdat een vrouw geen 7 mannen kan hebben na dit leven. Zo ook vandaag zijn er velen die over het leven na de dood denken dat het gewoon een verlengstuk is van dit leven, alleen maar beter. De Here Jezus vertelt hun dat ze onwetend waren over Het Woord en de Kracht van de Here God. Als de Here God uit stof een mens kan scheppen, zou Hij dan niet uit het stof een verheerlijkt lichaam kunnen scheppen. Door hun eigen woorden getuigden ze dat ze de Here God niet persoonlijk kenden. In het volgende leven zal er geen dood zijn. Het zal niet nodig zijn om kinderen te krijgen om degene te vervangen die gestorven zijn. De Here Jezus zei niet dat we engelen zullen zijn in de hemel, maar zoals de engelen en niet zullen huwen of uitgehuwelijkt worden. De Here Jezus wist dat zij als enige autoriteit de vijf boeken van Mozes aanvaardden en daarom zegt de Here Jezus tegen hen: Ik ben (niet ik was of zal zijn) de God van Abraham, Isaäk en Jacob. Zij waren, toen en vandaag, ook niet dood maar levend. De Here Jezus kende Abraham, Isaäk en Jacob en had hen lief. De Sadduceeën waren verbaasd en zo ook ik over: DE OPSTANDING. Een van hen kreeg ook respect voor de Here Jezus (Mark. 12:28). (c).22:34-40. Een ethische vraag over de wet. Wat is het grootste gebod in de wet? Dit was geen nieuwe vraag. Hier hadden ze jaren over gedebatteerd. Ze hadden 613 geboden gevonden, waarvan er 248 positief en 365 negatief zijn. De Here Jezus spreekt de dagelijkse geloofsbelijdenis hardop uit (Deut. 6:4). Hoor oh Israël, de Here is onze God, de Here is een enig God!. Het grootste gebod is dat we de Here God boven alles liefhebben. Dat betekent niet alleen dat we goede gevoelens over Hem hebben. Liefhebben doen we met onze wil en ook met ons hart. De liefde voor God kun je niet scheiden met de liefde naar de mensen (Lev. 19:18). De wet en de profeten worden op deze twee geboden opgehangen. Het Nieuwe Verbond zegt dit ook (1 Joh. 3:10-18, Rom. 13:8). Liefde is de motor tot gehoorzaamheid en de opsomming van de wet. De Here Jezus had ook een diepere bedoeling met Zijn antwoord. De leiders waren heel bang voor afgoderij en kwamen in opstand. Ze konden zich niet voorstellen om een schepsel te aanbidden. De Here Jezus aanvaardde aanbidding en bestrafte hen nooit. Was dit afgoderij? Nee, want Hij is ook God. Als de wet ons gebiedt om de Here en onze buren lief te hebben, dan is het toch niet verkeerd van hen om de Here Jezus lief te hebben?. Zij hadden Hem niet lief en maakten plannen om Hem te vermoorden. De Here Jezus zei: Als de Here God je Vader zou zijn, dan zou je Mij liefhebben (Joh. 8:42). Ze aanvaardden de autoriteit van de wet wel, maar ze weigerden om die wet te gehoorzamen in hun eigen leven. (d). 22:41-46. Een persoonlijke vraag voor iedereen!. Dit is de belangrijkste vraag die iedereen eens moet antwoorden. Hoe denkt u of jij over de Messias? Als goede Bijbelstudenten wisten ze direct het goede antwoord: Hij is de Zoon van David. Direct daarna de volgende vraag? Hoe kan David Hem dan door de Geest zijn Heer noemen (Ps.110:1). Iedereen wist dat dit vers over de Messias spreekt. De Here Jezus gelooft in de inspiratie van het Oude Testament. Als de Messias de Zoon van David is, hoe kon David dan ook Zijn Heer zijn. Eén antwoord: Hij is beide in één persoon. De Here Jezus is de wortel en de nakomeling van David (Openb. 22:16). De leiders hadden de menigte horen roepen: Zoon van David, toen Hij Jeruzalem binnen reed. Het was verwarrend voor hen en zij konden de twee plaatjes van de Messias niet bij elkaar brengen. Als ze goed naar de Here Jezus hadden geluisterd, dan hadden ze geweten dat er maar één Messias is (1 Pet. 1:10-12). Hij moest sterven als offer voor hun zonden om daarna op te staan en eens overwinnend terug zal komen om Zijn vijanden te verslaan. De religieuze leiders hadden hun eigen ideeën en zij wilden niet van gedachten veranderen. Als ze Zijn leer aanvaardden, dan moesten ze Hem ook als Messias aannemen en dat wilden ze niet! Het gevolg was STILTE! Ze durfden geen vragen meer te stellen, omdat ze bang voor de waarheid waren. De beslissing die je maakt aangaande de Here Jezus gaat over eeuwig Leven of eeuwige Dood (Deut. 30:15,16). De bewijzen zijn er voor ons, om eerlijk en oprecht te onderzoeken. Als we eerlijk en nederig zijn, dan zullen we ontdekken dat de Here Jezus de waarheid spreekt. Als we in Hem geloven zullen we gered worden. De leiders waren verblind door hun menselijke tradities, hun positie en hun egoïstische trots. Als gevolg konden en wilden ze de Waarheid die voor hen stond niet aanvaarden. Laten wij vandaag niet dezelfde fout maken. De volgende aanval van hen is GEWELDADIG.

 

Mattheüs 23. De laatste publieke toespraak van de Here Jezus

We moeten ons realiseren dat niet alle Farizeeën huichelaars waren. Enkele die oprecht waren: Nicodemus (Joh. 3;7,50-53; 19:38), Jozef van Arimethea en een man zonder naam (Mark. 12:32-34). De Here Jezus sprak niet met boosheid, maar wel met een gebroken hart. De god van de Farizeeën is niet de God van de Bijbel. Hij is een strenge wetgever, die degene die hem betalen terugbetaalt. Hij is niet de God van alle Genade (1 Pet. 5:10) of de liefdevolle Vader die geeft om Zijn kinderen (Ps. 103:1-14). Bij het volgen van de Here Jezus is alles precies het tegenovergestelde dan bij de Farizeeën.

23:1,2. Ze hadden een verkeerd begrip over rechtvaardigheid. Het Woord van God heeft gezag, zelfs als de mensen die het brengen niet deugen. Wat de Here van ons verwacht, is net als de Here Jezus (Hand. 1:1), dat we Zijn Woord doen zowel als leren (5:17-20). Het Woord van God is bij hen begraven onder een stapel bijboeken. Voor hen betekende rechtvaardigheid alleen een uiterlijk gedrag. De Here verlangt alleen maar waarheid in het verborgene (Ps. 51:8). De Here Jezus heeft een grondige hekel aan huichelaars en sprak zelf met echte autoriteit en ziet naar ons als heel waardevol (12:20).

23:4. Ze hadden een heel verkeerd begrip van hun bediening. Voor hen betekende de bediening om te spreken over de vele wetten. Ze maakten de lasten voor de mensen alleen maar zwaarder. De Here Jezus kwam om onze lasten te verlichten (11:28-30). Hij vraagt ons nooit iets te doen wat Hijzelf niet gedaan heeft. De Farizeeën waren dictators en geen Geestelijke herders.

23:5-7. Ze hadden een heel verkeerd begrip over grootheid. Voor hen betekende succes als je door de mensen herkend werd. Ze waren niet met de goedkeuring van de Here God bezig (5:16). De gebedsriemen waren kleine leren doosjes op hun voorhoofd en hun arm (Deut. 6:8; 11:18). De kwasten hingen aan hun hemd (Num. 15:38). Dit was een uiterlijke herinnering aan Gods geboden en inzettingen. De Farizeeën dachten dat een positie een merk van grootheid was. Ze wilden de beste stoelen in de synagoge en de publieke maaltijden. Waar een man zit, bepaalt echt niet hoe een man van binnen is.

23:8-12. Ze hadden een heel verkeerd begrip over titels. De titel rabbi betekent: Grootheid. De titel Vader is op Geestelijk gebied ook verkeerd. Sommigen broeders waren door Paulus tot geloof gekomen en hij was hun geestelijke vader, maar hij wilde niet zo genoemd worden (1 Kor. 4:15). De Here Jezus verbiedt titels. Het is het zaad voor trots en dan open jij je hart voor satan. We zijn allen gewoon broeders van elkaar en doorpriemde slaven. Onze leiders mogen nooit de plaats van de Here Jezus innemen. Hun verlangen moet zijn om ons dichter bij de Here Jezus te brengen met een leven van vrijheid en vreugde. De ware grootte ligt in het dienen (Joh. 3:30; 13:12-17). Als wij ons vernederen dan zal de Here ons zelf in Zijn tijd verhogen. Wie Mij eren zal ik eren (1 Sam. 2:30).

Nu dan de 8 Wee’s in tegenstelling tot de woorden Zalig (5:1-12).

23:13. De armen van Geest zullen het Koninkrijk eens beërven (5:3). Zij die trots zijn, houden zichzelf en anderen buiten Zijn Koninkrijk. Door de tradities van mensen namen ze de sleutel weg (Luk. 11:52).

23:14. Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden (5:4). In de andere evangeliën lezen we duidelijk dat de Farizeeën misbruik maakten van de weduwen (Mark. 12:40; Luk. 20:47). Ze gebruikten hun religie voor hun begerigheden (1 Thes.2:5).

23:15. De nederigen van hart zullen de aarde beërven (5:5). De Farizeeën reisden de wereld af om iemand in hun systeem te krijgen. Ze nodigden de mensen niet uit tot de levende God. Een kind van de hel is hetzelfde als een kind van de duivel. Zo werden de Farizeeën dan ook genoemd (12:34; 23:33; Joh. 8:44). Een kind van de duivel is een persoon die de weg van Gods redding afgewezen heeft. Hoe tragisch dat er mensen zijn die denken dat ze naar de hemel gaan, maar ze zijn op weg naar de eeuwige hel.

23:16-22. Honger voor heiliging (5:6) of honger naar winst. De beschrijving van blinde wegwijzers is heel duidelijk (15:14). Ze waren blind voor de werkelijke waarden van het leven. Hun prioriteiten waren verkeerd. Zij wilden het goud en de gaven en gebruikten het woord (Korban) wat betekent dat het voor God was en niet voor iets anders gebruikt kon worden (15:1-9; Mark. 7:10-13). Ze zochten een systeem om van de Here God en weduwen te stelen en toch hun goede uiterlijke reputatie te behouden.

23:23,24. Het verkrijgen en het afwijzen van barmhartigheid (5:7). De Farizeeën legden de nadruk op datgene wat niet het belangrijkste is. Ze zaten er niet mee dat een onschuldige gekruisigd werd, maar ze maakten zich druk om de hal van Pilatus binnen te gaan (Joh. 18:28).

23:25-28. Degene die puur en degene die besmet zijn van hart (5:8).

De Here Jezus gebruikt 2 voorbeelden. Het voorbeeld van een beker en de gewitte graven. Ons nette gedrag is maar een millimeter diep. De Here ziet het hart aan en Hij zag bij hen roof en hebzucht. Ze maakten zich druk om hun reputatie, maar niet om hun karakter.

23:29-34. Vredestichters en zij die vervolgd worden zijn de kinderen van de Here God (5:9-12). Vervolgers zijn de kinderen van de duivel. De Here Jezus noemt hen slangen en adderen gebroed en vergeleek hen met de duivel (Gen. 3:1). Satan heeft een familie (13:38) en is een moordenaar en een leugenaar (Joh. 8:44). Zijn kinderen volgen zijn voorbeeld (23:30,34). Hun vaderen hadden de profeten vermoord. Er zijn altijd namaak gelovigen geweest. Het begon al met Kaïn. Ze zijn verantwoordelijk voor al het onschuldige bloed dat vloeit. De 1ste martelaar was Abel en de laatste Zacharias (2 Kron. 24:20). Het gevolg zal het gericht zijn als Zijn beker vol is (Gen. 15:16). Nu begrijpen we waarom de Farizeeën Zijn vijanden waren. De Here Jezus benadrukte de innerlijke mens. Zij maakten zich druk over de uiterlijke mens. Hij leerde hen Geestelijke lessen die hen principes leerde. Zij leerde hen allerlei menselijke zichtbare wetten. Hij leert ons om een nederige en een dienende houding aan te nemen. Zij waren misbruikten mensen om tot hun eigen doel te komen. Ze probeerden het licht uit te doen en ze faalden.

23:37-39. Een klaagzang over Jeruzalem die eindigt met een belofte.

Wat een liefde en wat een geduld. Er is geen land dat zo gezegend is als Israël. Er is ook geen Land dat zo gezondigd heeft. Zij zijn wel het kanaal van Gods zegen voor de wereld. De Here Jezus (Joh. 4:22). Laten we trouw bidden, net als de Here Jezus, voor het Joodse volk.

Laten we hen blijven bemoedigen en vertellen wie de Here Jezus is!

 

Mattheüs 24. De gesprekken met de discipelen op de Olijfberg

Het hoofdstuk over de profetieën ligt tussen hoofdstuk 23 en 25. Dit is belangrijk want er kan ook een ongezonde interesse zijn.

24:1-3. De Here Jezus ontmaskert de Farizeeën en gaat weg. De Here Jezus noemt de tempel niet meer: Het huis van Mijn Vader, maar uw huis. De Here Jezus antwoordt de discipelen en vertelt hun wat er gebeuren zal met de tempel. Dat is gebeurd onder leiding van de Romeinse generaal Titus in het jaar 70 na Christus. Als gevolg van een brand in de tempel was het goud gesmolten. De soldaten hebben de stenen van elkaar gehaald om het goud er tussen uit te halen. Zij gingen naar de Olijfberg, precies op de plaats waarvan de profeet had voorspeld dat de Here Jezus eens terug zal komen (Zach. 14:4).        De discipelen vragen de Here Jezus over Zijn terugkomst.

24:4-14. Een overzicht van waarschuwingen.

(a). De Here Jezus waarschuwt over de vele misleidingen die komen. Er zullen valse Christussen zijn en mensen die speciale openbaringen van de Here God ontvangen. De nadruk ligt op: Ik ben de Christus! Een kenmerk van de dienstknechten van de Here is, dat zij geen aandacht op zichzelf vestigen, maar mensen dichter bij Hem brengen.

(b). De Here Jezus zegt dat er allerlei dingen gebeuren voor Zijn terugkomst: Oorlogen of geruchten van oorlogen, hongersnoden, aardbevingen en Christen vervolging. Ook dit is geen teken. Dit is het normale karakter van dit kaïnitische wereldsysteem. Er zijn predikers die bij iedere tragedie allerlei conclusies trekken.

24:15-32. Waarschuwingen over de toekomstige gebeurtenissen.

De profeten in het Oude Testament en de Here Jezus profeteerden. Sommige profetieën kwamen enkele jaren later of meerdere malen uit. Er zijn veel profetieën die nog uit moeten komen in de toekomst.            Het is als een panorama met vele bergtoppen. Er zal een opname komen (1 Thes. 4:13-18) en een hele moeilijke tijd (Openb. 6-19). Er zal een anti-Christus komen die een tempel zal bouwen (Joh. 5:43; Openb. 13). De ongelovigen zullen geoordeeld worden voor de witte troon en de gelovigen niet (1.Thes. 1:10). Er zal voor de gelovigen een rechterstoel zijn (2 Kor. 5:10). De Here Jezus zal door allen gezien en herkend worden (Openb. 1:7). Er zal een nationaal berouw zijn en aanneming van de Here Jezus. De Here Jezus zal op deze aarde regeren (Openb. 20:1-15) enz. Het doel van de profetie is om ons die geloven hoop te geven.

24:32-35. De vijgenboom is een beeld van Israël (Hos. 9:10). De Here Jezus had een les te leren door de vijgen boom. Eerder had de Here Jezus de vijgenboom vervloekt (21:18,19). Hier spreekt de Here Jezus weer over de vijgenboom met bladeren en een nieuw seizoen. De bladeren zijn er. Er is een staat Israël en de vrucht zal komen als het volk uitroept: Gezegend is Hij die komt in de Naam van de Here (23:39; Rom. 11:25). De Here Jezus had met de discipelen voor het eerst over de gemeente gesproken (16:28). De vrucht van Zijn 1ste komst is het Koninkrijk van de Here God in de harten van mensen (Rom. 14:17). Dat is met hen gebeurd op het Pinksterfeest. Zo ook met ons allen die de Here Jezus aanvaarden (Rom. 8:9).

24:36-42. De dagen van Noach.

Hier zien we dat Noach en de mensen niet wisten op welke dag het oordeel kwam. De Here God sloot zelf de deur (Gen.7:16). De mensen waren gewaarschuwd en niemand had een excuus. Zo ook vandaag zijn er predikers als Noach nodig die de mensen uitnodigen om tot de Here Jezus te komen totdat het oordeel komt. De Here Jezus ging ons voor en is ons grote voorbeeld (Joh. 9:4). Onthoudt het goed dat allen buiten de ark omkwamen (2. Pet.3). Het is de mens eenmaal te sterven en daarna het oordeel (Heb. 9:27).

24:43-48. Als een dief in de nacht.

De dief vertelt ons niet, wanneer hij komt. Dat is wel jammer! We weten niet wanneer de Here Jezus ons zal komen halen. We moeten wel voorbereid zijn en uitzien naar Zijn komst. De Here Jezus geeft een beloning voor allen die Hem verwachten (2 Tim. 4:8).

24:47,48. Er zijn er ook mensen die de Here Jezus niet verwachten. Het maakt niet uit, wat wij denken. De Here Jezus en de engelen hebben het gezegd (Hand. 1:11) en De Heilige Geest in mij zegt het (Openb. 22:17). Het volgende hoofdstuk (25) vertelt het ons ook. Het beste komt nog zei Corrie ten Boom en zij heeft gelijk (Fil. 1:21). We moeten daarom ook trouw blijven tot de dood (Openb. 2:10b).

Voetnoot:     De Tempel of het Huis van de Here God

 

De 1ste tempel die gebouwd is door Salomo, was aan de buitenkant heel eenvoudig (2 Kon. 8). Wat opviel waren de 2 zuilen. De ene zuil heette Jachin, wat betekent: De Here zal grondvesten. De andere heette Boaz, wat betekent: In Hem is kracht. De schoonheid van de 1ste tempel zat aan de binnenkant en het belangrijkste was dat Gods heerlijkheid de tempel vulde. Salomo riep bij de inwijding opeens uit:

Zou God dan waarlijk op aarde wonen? Als gevolg van de zonde van de priesters en het volk verliet de Heerlijkheid de tempel (Ez. 8-10). In het jaar 586 voor Christus werd deze tempel helemaal verwoest. Na de 70 jaar van Ballingschap (Jer. 25:11) keerde een gedeelte van het Joodse volk terug uit Babel. Onder leiding van Zerubabel, Jozua en Ezra hebben ze de 2de tempel gebouwd. Toen die tempel klaar was huilden de ouderen want deze tempel stelde niets voor vergeleken met de 1ste tempel. De Here God zei dat de Heerlijkheid van deze tempel groter zal zijn dan de heerlijkheid van de 1ste tempel (Haggai. 2:8-10). De Here Jezus wandelde in die tempel en de geloofsroep van Salomo is vervuld. Het was Herodus de Grootte die de tempel aan de buitenkant heel mooi maakte en de bouw was nog niet klaar. Mensen offerden hiervoor. De Here Jezus prijst de weduwe, omdat ze bijna alles gaf (Luk. 21:3). Het doel was niet goed, want het geld ging voor de buitenkant. De Here Jezus sprak tegen de Farizeeën, die dienden in de tempel en er een rovershol van hadden gemaakt (Mat. 22; 23). Hij vertelt de discipelen dat er geen steen op de andere zal blijven staan (Matt. 24:2). Dit is gebeurd onder leiding van Titus in het jaar 70 na Christus. Het goud van de tempel was door de brand gesmolten. De soldaten haalde iedere steen van elkaar om al het goud te vinden. Zelfs Titus zag in dat het Gods oordeel was en laat een munt slaan van een wenende vrouw aan een ketting. Het is heel erg, als er iets wat zo goed begonnen is, zo eindigt! Wij die geloven in de Here Jezus zijn de tempel van de Here God (1 Kor. 3:16; 6:19;1.Tim. 3:15; Kol. 1:27). De gemeente is Zijn Huis. Zijn Heerlijkheid woont in ons. Laten we onze binnenkant schoon houden, zodat de Here Jezus zich thuis voelt.

 

Mattheüs 25. Het vervolg van het antwoord van de Here Jezus op de olijfberg

25:1-13. Een gelijkenis geeft enkele Geestelijke waarheden door. Het onderwerp is hier ons innerlijke leven met de Here God. De Here Jezus spreekt over 10 maagden met brandende lampen. Het nummer tien spreekt altijd over onze verantwoording. Zij hebben allen uiterlijk een schoon, rein en schijnend leven. Ze gaan dan ook allemaal naar dezelfde bruiloft. Toch is er een verschil, want 5 waren dwaas en de anderen wijs. Het was bij de maagden niet wat ze deden, maar wat ze niet deden. Ze worden allemaal moe en allen gaan slapen. Tot nu toe ziet niemand enig verschil tussen de 10 maagden. De Here Jezus heeft ons verteld dat Hij komt op een moment als niemand Hem verwacht! Ook zegt Hij: Zal ik nog het geloof vinden. Er is een beloning als je Hem vandaag wel verwacht (2 Tim. 4:8).

25:6; 9:15. In het midden van de nacht komt de Bruidegom. Toen werd het verschil tussen hen pas zichtbaar.

25:8. De ene maagd kan zijn olie niet aan de ander geven. Daarom mag niemand zichzelf Vader noemen, want een vader geeft leven aan een ander(23:9). Ieder moet zelf een keuze maken. De 5 maagden worden ontmaskerd omdat de bruidegom zo laat komt. Ze hadden alleen de vorm maar niet het leven (2 Tim. 3:5). De andere maagden hadden de vorm, maar ook het innerlijke leven. De Here Jezus ziet de binnenkant van ons (1 Sam. 16:7). De 1ste geïnspireerde woorden van de Here God aan de mensen waren over het innerlijke leven van één man genaamd Job (Job 1;1). Dit is het belangrijkste voor nu en de eeuwigheid!. Paulus vroeg aan de christenen in Efeze: Hebben jullie de Heilige Geest ontvangen toen jullie tot het geloof kwamen (Hand. 19:2).

25:10. De bruidegom kwam en de 5 wijze maagden gingen naar binnen omdat ze olie hadden wat een beeld van de Heilige Geest is (Rom. 8:9) en de deur ging dicht en niet meer open (7:21-23; 24:44).

25:14-30. De gelijkenis van de talenten: Geld en Geestelijke Gaven. De nadruk lag bij de maagden in het wachten en nu in het werken. Allen zijn knechten en allen ontvangen gaven om mee te gaan werken. 24:45. De 3 knechten kregen wel een verschillend aantal talenten. De Here weet wat een ieder van ons aan kan. Wat doe je ermee?. Het is ons voorrecht om de Here Jezus te dienen met de gaven die Hij ons heeft toevertrouwd. Er waren twee trouwe dienstknechten die er beide 100% bij kregen. Ze ontvingen hetzelfde antwoord van de Heer en waren verrast en helemaal niet bezorgd (2 Tim. 4:7,8).

25:21. Het antwoord van de Heer: Wel gedaan, gij goede en trouwe dienstknecht. Zij ontvangen dezelfde woorden (Luk. 12:48). Zij ontvangen hetzelfde aantal steden en de ingang tot het Feest. We zullen later zijn, wat de Here hier van ons heeft kunnen maken.

25:24. Nu komen we bij de derde persoon die ook een dienstknecht genoemd wordt. Hij begraaft zijn talent in de grond en gaat er niet eens mee naar de Bank. Het gaat er om wat hij niet deed. Hij kent het karakter van Zijn Heer niet en is vol vrees. Hij vertrouwde de motieven van Zijn Heer ook niet. Zijn Heer noemt hem slecht en lui omdat hij niets geproduceerd had. Wij hebben allen gaven ontvangen en wij moeten allemaal eens heel persoonlijk verantwoording afleggen bij de Here Jezus (Rom. 14:12).

25:31-46. De wederkomst en het gericht van de volkeren.

25:31,32. Al de volkeren zullen ook voor de Here verschijnen en de Bijbel heeft veel te zeggen over het komende gericht (Ps. 7:11; 1:5). De engelen krijgen ook een werk te doen met het komende gericht. De Here Jezus komt terug als de Koning, maar ook als de Rechter. De Here God is een liefdevolle, maar ook een heilige God. In het Oude testament zijn de oordelen op aarde met mensen en volkeren (Num. 32:23). Er zijn ook wel enkele voorbeelden in het Nieuwe Testament van Zijn oordeel. De dood van Ananias en Saffira en de dood van Herodus en de totale vernietiging van Jeruzalem.

25:41,46. De nadruk van het Nieuwe Testament is dat we onze ziel voor eeuwig zullen verliezen als we Hem niet aanvaarden. Niet alleen dat jij je leven hier verliest, maar ook je eeuwige dood. De Here Jezus sprak meer over het gericht dan wie dan ook. (Matt. 3:11,12; Joh. 3:18; Rom. 1:18; 1.Pet. 4:17; Jud. 7; Openb. 20:15). Het feit dat de Here Jezus een lang antwoord geeft en zo vaak waarschuwt, is een teken van Zijn intense liefde voor ons allen. De Herder scheidt de schapen van de bokken. Zij eten en rusten niet goed samen. Hun gedrag en karakter is heel verschillend.

25:33. De schapen aan Zijn rechterhand, dat is de hand van de erfenis en van de zegen. Denk aan de zonen van Jozef (Gen. 48:17-19).

25:34. Dit zegt Hij: KOM…………Hij noemt zichzelf nu ook Koning!. Hier zie je Zijn Genade en erfenis voor allen die Zijn kinderen zijn. De nadruk ligt in dit vers. Lees deze verzen vele malen (1 Pet. 1:3-5). 25:35-37. Zes goede werken worden hier genoemd. Zo behoren wij als gelovigen te leven. Een gevende en dienende houding moet er zijn (Matt. 10:40; 11:4,5; 18:4,5; Joh. 13:35; Rom. 2:6; 1 Joh. 3:16). Er zullen in de toekomst nog veel meer mensen in nood zijn. Het is goed om goed in te gaan zien waar wij onze tijd mee vullen (1 Joh. 3:16). Leef je voor jezelf of leef voor de Heer en voor anderen.

25:41. Wat zegt de Here Jezus tegen hen aan zijn linkerkant. De Here Jezus zegt zelf: Ga weg van Mij, naar het eeuwige vuur. Het oordeel is op dezelfde wijze beschreven dan het eeuwige leven. Hier zijn de huichelaars die gezien willen worden door de mensen. De hel was geschapen voor de onverzoenlijke satan en de demonen. De mensen die kiezen om satan te dienen zullen in dezelfde plaats eindigen die niet voor hen bedoeld is. Het spreekt over scheiding van, verbondenheid met, afzondering van, eeuwigheid en pijniging van vuur

Zach. 14:12. Ze sterven en verdwijnen voor eeuwig van de aarde. De mensen werden veroordeeld voor datgene wat ze niet deden. De maagden hadden geen olie, de knecht deed niets. De mensen gaan naar de hel door datgene wat ze niet doen. We moeten allen de Here Jezus aanvaarden (Joh. 1:12). De Here Jezus openbaart steeds meer over Zijn terugkomst aan Zijn discipelen in deze twee hoofdstukken. Hij is een bruidegom, voor wie we klaar moeten staan. Hij is een Heer aan wie we verantwoording moeten afleggen. Hij is een Koning, aan wiens oordeel wij ons moeten onderwerpen. Bij iedere gelijkenis is er een eeuwige scheiding. We zijn het evangelie aan onze medemens schuldig en dat gaat gepaard met Zijn goede werken (Efz. 2:10).

 

Mattheüs 26. Het Kruis van de Here Jezus is het hoogtepunt in Gods hart

Ik weet niets anders dan de Here Jezus en Hem gekruisigd. De Romeinen brief vertelt ons de theologie van het Kruis. In Mattheüs 26 t/m 28 lezen we de geschiedenis van het Kruis en de Opstanding.

Zijn dood en Opstanding is het grootste thema van Zijn 1ste komst. Het was een lange woensdag geweest (23; 24; 25; 26:1). De discipelen waren vol over het beloofde Koninkrijk. Het is de 4de keer dat de Here Jezus over Zijn dood spreekt (16:21; 17:22; 20:17).

26:1-5. De volheid van Zijn soevereine tijd klok (Gal. 4:4). De Here Jezus is in controle (Joh. 10:18). Niemand neemt Mijn leven. Er waren zoveel plannen geweest om Hem te doden. Het begon al bij Zijn geboorte (2:16). Zijn 1ste boodschap in Nazareth en daarna vele malen (Luk. 4:22, 28; Joh. 5:17,18; 7:19; 8:20; 10:31,39; 11:53,57).       Josefus Flavius schreef dat er 256.000 dieren geofferd werden. Bij ieder offer waren er tien mensen. Er was daar een grote menigte. Vandaar dat ze de Here Jezus nu niet willen doden. Op het moment dat zij het niet willen, sterft de Here Jezus wel (Luk. 22:22). Het was het juiste uur, waar Hij steeds over had gesproken. De Here Jezus is het beloofde paaslam (1 Kor. 5:7; 1. Pet. 1:19,20). Kajafas kennen we als een man die de Here Jezus wil doden. Annas was zijn schoonvader. Een rijk man, die hetzelfde wil doen.

26:6-13. Op dit moment vol haat, zien we deze liefdesdaad. Wat een Hemelse bemoediging. Opeens kwam er een vrouw zonder naam, die een kruikje dure mirre over het hoofd van de Here goot. Hiermee uitte ze haar diepe en gevende liefde voor de Here Jezus. Niets wat we aan de Here Jezus geven is ooit een verkwisting. Haar liefdesdaad bracht vreugde aan het hart van de Here Jezus. Zij investeerde in de Hemel en veranderde de hele geur in het huis. Deze liefdesdaad bracht ook een zegen aan de gehele wereld. Haar liefdesdaad bemoedigt ons, om het beste aan de Here te geven. De kritieke reactie van de discipelen en bovenal van Judas. Zij vinden het een verkwisting. De Here Jezus vond deze daad heel mooi en het was ook precies op de juiste tijd voor Zijn begrafenis. De Here Jezus had net gezegd, dat het goed is om voor anderen te zorgen (25:36). Deze daad bereidde Hem voor op Zijn begrafenis. Later waren de vrouwen die bij het graf kwamen te laat (Mark. 16:1-6).

26:14-15. De beslissing van verraad in het hart van Judas. Een van de twaalf discipelen die Zijn vriend was, ging de Here Jezus verraden voor dertig zilver stukken. Geen van de discipelen had het door dat de verrader één van hen was. Ze hadden nooit enig verschil gemerkt van de Here Jezus in Zijn omgaan met alle discipelen.

26:16-25. De voorbereiding van het sedermaal voor Pesach. Het gehele jaar was gevuld met de Feesten van de Here (Lev. 23). Het Pinksterfeest was een oogstfeest en toen was de wet gegeven. Het Loofhuttenfeest herinnerde hen aan hun woestijn wandeling. Op de dag van het Feest van de grote verzoendag vasten allen. Het feest van de toewijding werd gevierd sinds 167 voor Christus. Het Feest van de trompetten is ook wel hun nieuwe jaar. Het Feest van het ongezuurde brood herinnerde hun aan de uittocht. Het Pesach feest herinnerde hen eraan, dat het oordeel als gevolg van het bloed op de deur voor de eerstgeborene voorbij ging in Egypte. Een man die-en-die, die een kruik draagt (Mark. 14:13,14). De Here Jezus zei het niet duidelijk vanwege de beslissing van Judas. De man die een grote kamer had zal het goed begrijpen. Ze aten de sedermaaltijd (Joh. 18:28). Hoe komt het dat de Joden van Judea de sedermaaltijd op dat moment niet hadden gegeten. Joh. 19:14-26. Een dag later was het hun voorbereiding van de Pesach. Op het moment dat de lammen geslacht werden stierf de Here Jezus. Het antwoord van het verschil is, dat zij de dagen anders tellen. In Judea van de ondergaande zon tot de ondergaande zon (Ex. 12:18). De mensen uit Galilea vierden van de morgen tot de morgen (Mishna). De mensen uit Judea werken tot de middag, want hun feest begint in de avond en gaat door tot de volgende avondschemering. De Here heeft toegelaten dat er een Galilese Pesach was in het Land van Judea op donderdag. De Here Jezus regeert over de tradities, de geschiedenis en de gebruiken en dit was al eeuwen van te voren voorbereid. De Here Jezus vervulde het uur waar Hij altijd over had gesproken.

26:26-30. De instelling van het nieuwe avondmaal. Nadat Judas de zaal verlaten had, stelde de Here Jezus iets nieuws in. (1 Kor. 11:23-34). Hij nam het brood en het glas van de tafel en gebruikte deze twee symbolen voor Zijn eigen dood. Het gebroken brood was een beeld van Zijn lichaam wat Hij gaf voor de zonde van de wereld. De vrucht van de wijnstok was een beeld van Zijn bloed wat stond voor de vergeving van zonde. Het vieren van het Pesach kijkt terug naar het volledige wegnemen van onze zonde (Joh. 1:29). Het avondmaal vertelt ons dat Zijn verzoeningswerk is vervuld en kijkt vooruit naar Zijn wederkomst hier op aarde (1 Kor. 11:26). De Here Jezus spreekt al over Zijn glorieuze Koninkrijk. De gezangen die ze met elkaar zongen waren Psalm 116-118.

26:31-46. De Here Jezus gearresteerd en verraden in de olijven hof. Er zijn ook tijden dat we niet openlijk voor Hem uitkomen. De olijven hof geeft ons hier een voorbeeld van door de discipelen. De Here Jezus had dit al vele jaren voorheen voorzegd (Zach. 13:7). De les is dat we goed moeten weten hoe zwak we allemaal zijn. De Here Jezus voegt er een belofte aan toe. Hij zou opstaan en hen voorgaan naar Galilea. Ze werden er later aan herinnerd (28:7,10). Het begin van de verloochening begint hier in de hof, toen Petrus de Here Jezus tegensprak. Hij neemt het woord ‘allen’ niet ter harte. De Here Jezus nam drie van de discipelen met Hem mee. Ze waren ook bij Hem op de Berg van Verheerlijking en in het huis van Jaïrus. Hij verlangde van hen dat ze met Hem waakten en baden in deze moeilijke tijd om Hem te ondersteunen. De Here Jezus werd tot zonde en een vloek (2 Kor. 5:21; Gal. 3:13). Onze hemelse Vader verliet Zijn Zoon, zodat wij nooit van Hem verlaten zouden worden (27:46). Dit glas moest Hij alleen drinken. De discipelen faalden want ze vielen in slaap, maar de Here niet. Als mens voelde Hij de vreselijke last van de zonde op Zichzelf. Als Zoon van God wist Hij dat dit Zijn missie was op deze aarde. Zijn volledig mens en God zijn komen hier duidelijk aan het licht. Laten we een moment van stilte nemen om te luisteren met ons hart en Hem te bedanken voor Zijn volledige gehoorzaamheid en overgave.

26:47. De Here Jezus wordt gearresteerd en verraden. Het verraad van de Here Jezus door één van zijn kinderen is één van de ergste gebeurtenissen van de gehele geschiedenis van de mens. Eén van de twaalf, dat is ook al een heel schokkend gegeven. De wapens die ze bij zich hadden, was niet het idee van Judas. Hij wist dat de Here Jezus een man van Vrede en liefde was. De menigte die Hem afwijzen zijn een goede illustratie van de wereld die de Here Jezus afwijst. Ze zijn onrechtvaardig, onbedachtzaam, lafhartig en godslasterlijk en de Here Jezus viel in hun handen. Hij was een mens zoals wij. Vandaar die kus van herkenning!

26:48-49. Judas was geen verrader, maar werd het wel (Luk. 6:16). De Here Jezus noemt hem vriend. Zijn liefde is zo groot (Rom. 5:8). De Here Jezus zei ook dat de duivel in Judas was gegaan (Luk. 22:3). Hij heeft ook het geld meer lief, dan de onschuldige Zoon van God. Let op de overwinning van de Here Jezus, want er gebeurt iets op het moment dat Hij een kus ontvangt (Joh. 18:4-8). De Here Jezus zei een keer: IK BEN en allen vielen op de aarde.

26:50-56. De discipelen die geweld willen gebruiken (Luk. 22:49,50). Johannes schrijft zijn evangelie pas nadat Petrus gestorven is en verklaart dat het Petrus was die het oor van Malchus er af sloeg. Petrus vecht niet op de juiste wijze en niet tegen de juiste persoon. Er bestaan helemaal geen heilige oorlogen in het Nieuwe Verbond. (Matt. 26:50-56; Gen. 9:6; Rom. 13:4). De regering heeft het recht als iemand een moord heeft gepleegd om de doodstraf uit te voeren. Geweld is dwaas, want de Here Jezus zegt als ik hulp nodig heb, dan kan ik twaalf legioenen engelen erbij roepen. Eén engel kan veel aanrichten (2 Kon. 19:35). Dit is ook in Zijn plan, zodat de gehele Schrift wordt vervuld. (Ps. 41:10; 55:14,15; Zach. 11:12; Ps. 22; Jes. 53; Jer. 23 ; Zach. 13:1). Het is belangrijker voor de Here Jezus om het Woord van God volledig te gehoorzamen dan weg te vluchten van het komende lijden. Petrus die te veel opschept, te weinig bidt, te veel slaapt en te snel reageert was degene die bijna aan het vierde kruis hing. Als je Zijn vijand wordt dan zie je pas de diepte van Zijn liefde. De Here Jezus gaf Malchus een nieuw oor. Dit is het enige wonder, waar de wond nog vers was. Het was een soevereine daad van liefde. Alle discipelen vluchtten, maar één van hen werd gevangen genomen en bevrijd (Mark. 14:50). Zo ook voor hen als ze trouw gebleven waren. Enkele merktekens van de ontrouwe discipelen van de Here Jezus. (1). De discipelen sliepen toen ze hadden moeten waken en hadden ook niet goed geluisterd naar Zijn woorden en Zijn gebed (Joh. 13-17). (2). De discipelen waren impulsief en dachten niet Geestelijk. (3). De discipelen waren tegenstrijdig met hun daden en gedachten. Het merkteken van de Here Jezus die totaal in controle is. De wereld wil je dood. Een van de twaalf verraad je voor de prijs van een slaaf (= 30 zilverlingen) (Ex. 21:32). Anderen vluchtten in vrees.

26:57-68. In tegenstelling tot Petrus is de Here Jezus kalm en in controle. Vraag: Bij welke groep staan wij. Staan we bij de menigte of bij de ontrouwe discipelen. Ben je net zo zwak als de verleiding komt en ren je weg of sta je bij en met de overwinnende Heiland. De diepte van het kwade waarin de mensen ook vandaag verzinken. Het waren niet de Romeinen, maar de mensen met de Bijbel in hun hand. Ze hadden geen Geestelijk leven en geen vreugde in hun hart (Spr. 26:4,5). Antwoord een dwaas niet, antwoord een dwaas wel. Het was de tijd om stil te zijn en later de tijd om antwoord te geven. Als het gaat om Zijn eer, dan reageert Hij fel, maar toen ze Hem bezeerden en Zijn reputatie aanvielen verdedigde Hij zich niet.

26:69-75. Petrus volgde Hem van verre en zat buiten de rechtzaal. De Here Jezus zei: De Geest is gewillig, maar het vlees is zwak. Petrus verloochende de Here Jezus drie keer en vloekte zelfs. De haan kraaide en Petrus realiseerde zich dat zijn vlees zwak is. Hij werd een gebroken man en alle hoogmoedige woorden verdwenen. Petrus ging de weg in gebrokenheid terug naar de Heer en huilde (1 Pet. 2:23). Petrus zag dat de Here Jezus Zichzelf niet verdedigde. Judas gaat niet naar de Heer maar naar de priester en gooit zelfs het geld naar hem toe in de heilige plaats. Zijn wil was niet gebroken, ook al zegt hij wel dat hij gezondigd heeft. Hij pleegt zelfmoord. Voetnoot: Waarom plegen mensen zo vaak moord op zichzelf. Gij zult niet doden. Het leven is van God en behoort ook aan God. Sommigen plegen zelfmoord om wraak op een ander te nemen. Sommigen plegen zelfmoord om zich te verenigen met een geliefde. Sommigen plegen zelfmoord om daarna een beter leven te krijgen. Sommigen plegen zelfmoord om zichzelf zoveel mogelijk te bezeren. Koning Saul wilde niet in de handen van de vijand vallen (1 Sam. 31:4). Judas pleegde zelfmoord omdat hij zich vreselijk schuldig voelde. Judas die zo bevoorrecht was om met de Here Jezus te wandelen. Hij verraadde de enige volmaakte man die ooit geleefd heeft. Hij kon zich vernederen en zijn zonde belijden zoals Petrus deed. Hij deed het niet en hij ging naar de priester en verhing zichzelf.

 

Mattheüs 27. Wat moet ik dan doen met Jezus, die Christus genoemd wordt

Mattheüs 27 is een teer hoofdstuk, met de belangrijkste vraag voor ons.

27:1-10. De verandering van het Joodse naar het Romeinse gericht. De nacht ervoor hadden de Joodse leiders een illegaal gericht gehad. Zij konden Hem niet doden zoals bij Stefanus, want dat was illegaal. Ze proberen het gericht legaal te maken, maar er was geen aanklacht (Joh. 18:31). Ze hadden geen recht om Hem te veroordelen en daarom moest Hij naar de Romeinse gouverneur genaamd Pontius Pilatus. We zien de schuld van Judas en de onschuld van de Here Jezus. Judas zag met zijn eigen ogen dat de Here Jezus veroordeeld was. God heeft ons allemaal een geweten gegeven en daarom zijn we zo dankbaar met de Here Jezus die ook ons geweten reinigt (Heb. 9:14). Judas probeert zijn verraad terug te draaien, maar er was geen diep berouw en een bekering tot de Heiland als Redder. Judas spreekt wel over het feit dat de Here Jezus de onschuldige Zoon van God is (Matt. 23:4). Judas was een vals getuige geweest en wilde straf. Zij geven niets om hem en toen ze hem niet straften deed hij het zelf. Hij gooide het geld neer in de heilige plaats van de tempel. Alleen de priesters konden het oprapen en ze moesten er nu wel iets mee doen. Judas bleef zichzelf heel schuldig voelen (Deut. 21:23; Gal. 3:13). Hij had naar de Here Jezus moeten gaan, maar hij geloofde niet in Hem. Daarom ging hij naar zijn eigen plaats en niet naar Gods plaats. Zelfmoord heeft zijn pijn niet verminderd, alleen maar vereeuwigd. Zijn lichaam viel open op de rotsen (Hand. 1:18,19). Het land wordt een begraafplaats voor de heidenen. Jeremia werd hier genoemd. Zijn boek was het eerste boek van de profeten (Zach. 11:13). Ook had hij eens land gekocht en was bij de potter geweest (Jer. 18; 32:6).

27:11-14. Ze geven Hem over aan de stadhouder genaamd Pontius Pilatus. De Here Jezus is bij ieder gericht het volmaakte Paaslam (Joh. 18:28). Zij willen een onschuldige doden en tegelijk houden ze zich wel aan hun tradities. De meeste tradities komen uit de talmud (Joh. 18:29). Pilatus vraagt iets en hij krijgt geen antwoord (Spr. 26:4; Joh. 18:31). We zien dat zijn vijanden ook de profetieën vervullen (Luk. 23:2). Hun aanklacht: De Here Jezus is een rebel tegen Rome. Hun aanklacht is een leugen en het getuigt van Zijn puurheid (Joh. 18:35-38). Pilatus stelde vragen en vond geen schuld in Hem. (27:12; Luk. 23:5). De menigte wordt wild en is onder invloed van satan (27:18). Al deze haat is het gevolg van de jaloezie van de leiders. Pilatus had de zaak moeten sluiten en de menigte verwijderen (27:12; Jes. 53:7). De Here Jezus zegt helemaal niets (Spr. 26:4,5). Voetnoot: Pilatus is in een moeilijke en een gevaarlijke situatie. In het begin van zijn macht in Judea heeft hij een paar grote fouten gemaakt. Hij kwam met veel pom pom Jeruzalem binnen, met soldaten die vlaggen met het symbool van Caesar droegen. De Joden zagen het als afgoderij. Na de Babylonische ballingschap was er geen afgoderij Pilatus gebruikte daarna het geld van de tempel voor een tunnel die het water in de stad bracht. Toen maakte hij ook schilden met het beeld van Tiberias erop. Twee keer had Pilatus in moeten geven aan de Joodse leiders. Hij kan zich niet nog een oproer veroorloven (Luk. 23:5,7). Toen hij het woord Galilea hoorde, stuurde Hij de Here Jezus naar Herodus die een zoon van Herodus de Grootte was. Hij was net in Jeruzalem en Pilatus dacht: zo kom ik mooi van Hem af (Luk. 23:9-11). Herodus zag er naar uit om de Here Jezus te ontmoeten. De Here Jezus gaf hem ook geen antwoord. Herodus bespotte Hem (Luk. 23:15). De Here Jezus staat weer voor Pilatus. Niemand kan om de Here Jezus heen. Wij allen moeten een keuze over Hem maken.

27:15-18. Pilatus komt met een heel nieuw idee tijdens het Paasfeest.

Er is een gewoonte om met Pasen om een gevangene vrij te laten. Er was een beruchte rover wiens naam betekent: Zoon van de Vader. Hij is een gevaar voor Rome en voor de Joden (Joh. 18:40; Mark. 15:7). Pilatus noemt de Here Jezus zelfs ook de Gezalfde Messias en hij zag ook duidelijk het verschil tussen Barabbas en de Here Jezus.  Hij ervaart wat het betekent dat een ander voor hem sterft.

27:19-26. Opeens wordt Pilatus gestoord door zijn eigen vrouw. Zij had een droom over Zijn Rechtvaardigheid gehad. Ongelovige mensen hebben dromen over de Rechtvaardigheid van de Here Jezus. De leiders hebben de mensen overgehaald en zij roepen: Kruisig Hem! Pilatus was verrast en wist niets van de demonische krachten. Hij roept uit: Wat heeft Hij dan toch voor kwaad gedaan? Hier staat het vlekkeloze en volmaakte Paaslam van God. Pilatus kon niets meer doen, want zijn probleem was dat hij democratisch is en de diepste overtuiging van zijn hart niet naleefde (Gal. 1:10). Hij nam drie verschillende stappen om zijn geweten te zuiveren. Hij wast zijn handen en zegt: Ik ben onschuldig en getuigt dat ook van de Here Jezus. Hij liet de Here Jezus wel geselen met de bedoeling om Hem te bevrijden. Het einde van Pilatus is droevig: Hij wordt verbannen naar een Eiland en pleegt daar ook zelfmoord. De leiders zeggen: Wij zullen verantwoordelijk zijn voor het bloed van de Here Jezus Christus. Dat is het oordeel van Zijn volk. Geen wonder dat Paulus schrijft over de afgebroken takken (Rom. 11:11-25). Er is vergeving voor Israël. De leiders hebben dit wel gezegd, maar ze vergaten het toen de apostelen het evangelie predikten (Hand. 5:8). De eerste woorden van het kruis waren: Vader vergeef het hun. Alles wat de leiders aanraakten was gedrenkt met bloed. In het midden van dit alles staat Zijn Volmaakte Schoonheid. Gebed: Wat moet ik doen met Jezus die Christus genoemd wordt. Zal ik reageren als Judas die Hem verraadt of als Petrus die hem verloochent. Zal ik reageren als Pilatus die Hem veroordeelt of zal ik zijn als de menigte die Hem vals beschuldigt. Het juiste is om Hem te aanvaarden als mijn Heer en Heiland en om Hem te aanbidden.

27:27-32. De onwetende soldaten die wreed waren. Deze soldaten waren geen Romeinen, maar hoogstwaarschijnlijk kwamen ze uit Syrië. Zij spraken ook de Aramese taal. Zij maakten de Here Jezus belachelijk en sloegen Hem (Ps. 22:6-8). Pilatus hoopte dat de menigte medelijden met Hem zou hebben (Joh. 19:15,16). Zijn plan lukte niet en zij roepen: Kruisig Hem!. De Here Jezus is maar liefst drie keer veroordeeld. Door de Joodse leiders, door Pilatus en door de wrede soldaten. Ieder gedeelte uit het Nieuwe Testament heeft een schilderij in het Oude Testament. Ik denk aan Jozef die afgewezen was door zijn Joodse broeders, de heidenen en vergeten was door de schenker. De Here Jezus gaat altijd verder. David had een keuze en hij koos om niet in de handen van de mensen te vallen (1 Kron. 21:13). De Here Jezus had die keuze niet en Hij viel in de handen van wrede mensen. Onderweg naar Golgotha werd het kruis op de schouders van Simon van Cyrene gelegd. De Romeinen hadden het recht om een Jood hun lasten te laten dragen (Matt. 5:41). Markus vertelt ons dat hij twee zonen heeft (15:21). Ze werden bekende leden van de gemeente te Rome. Zijn vrouw werd later als een moeder voor Paulus (Rom. 16:13). Het dragen van het kruis moet een diepe indruk gemaakt hebben op Simon. Simon was naar Jeruzalem gekomen om het paaslam te slachten en hij ontmoette het Lam van God die voor hem geofferd werd.

27:33-35. Ze kwamen op de berg genaamd Golgotha, wat betekent schedelplaats. De rabbi’s vertellen ons dat het hoofd van Goliath daar is gebracht. Er was geen tijd te verliezen want het Joodse Pesach begon bijna en de Joodse leiders wilden niet onrein zijn (Joh. 19:31). Het was de gewoonte om een verdovend drankje te geven aan het die gekruisigd werden. De Here Jezus weigerde dit en droeg alle pijn met zijn volledige gevoelens. Hiermee vervulde Hij ook het woord (Ps. 69:22). Het verdobbelen van Zijn kleding was ook een vervulling (Ps. 22:19).

27:36-38. Na het verloten van Zijn kleding zaten ze onder aan het kruis en bewaakten ze de gevangenen, want Jezus stond bekend dat hij wonderen kon doen (Joh. 19:23-25). Er was ook een zeloot (Anti Romein) onder zijn discipelen (Matt. 10:4). Pilatus houdt voet bij stuk met het bord dat hij boven de Here Jezus plaatst met de woorden in drie talen (Joh. 19:21,22). Dit is Jezus, de Koning van de Joden. De Here Jezus hing tussen twee rovers. Alle evangeliën hebben dit vermeld en zij vertegenwoordigen de gehele mensheid hier op aarde. De ene neemt de Here Jezus aan en de andere verwerpt Hem.

27:39-44. De Here Jezus werd gekruisigd buiten de stad bij een drukke weg. Iedereen kon het bord goed lezen en ze bespotten Hem. Ook de Joodse leiders bespotten Hem en herinnerden de Here Jezus aan Zijn woorden over Zijn belofte om de tempel na drie dagen weer op te bouwen. Als je dat kunt doen dan kun je ook van het kruis komen. Het feit dat de Here Jezus aan het kruis bleef is het bewijs dat Hij Zijn Zoonschap bewees. Ze bespotten Hem ook omdat Hij anderen redde. Dat deed en doet de Here Jezus nog steeds. Als Hij zich gered had, dan had niemand anders gered kunnen worden.

27:45-50. De Here Jezus was aan het kruis geslagen tijdens het morgenoffer om negen uur in de morgen. Hij hing toen in het volle licht en vervulde de 1ste drie offers uit het boek Leviticus (1-10). Alles op het altaar aan het begin van de dag (Lev. 1:9; 6:8-13). (a). Het brandoffer. De Here Jezus toonde volmaakte toewijding aan de Here God en het was de ondergrond van alle andere offers. (b). Het spijsoffer. Bij het spijsoffer was geen bloedvergieten betrokken, want het concentreerde zich meer op het leven en het karakter van onze Here Jezus welke een liefelijke geur was (Efz. 5:2). (c). Het vredeoffer. De Here Jezus maakte vrede tussen de Here God en de mens en tussen Jood en heiden (Rom. 5:1; Efz. 2:14,17). Toen het twaalf uur was werd het pikkedonker in het Land en vervulde de Here Jezus de volgende twee offers buiten de stad: De avondoffers zijn de offers van het herstel. (d). Het zondeoffer. De Here Jezus werd tot zonde gemaakt (2 Kor. 5:21). Hij weet hoeveel we gezondigd hebben en droeg ze weg. (e). Het schuldoffer. Onze zonde brengt ook schade toe aan anderen. De Here Jezus nam de schuld op Zich en betaalde met 20% extra. Het is goed om iedere morgen de oude as op te ruimen, het vuur aan te wakkeren en onszelf als levend offer te geven aan de Heer. De Here Jezus had drie keer gesproken voordat het donker werd. Zijn eerste woorden waren: Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen. Dit is heel bijzonder want er was geen offer voor opzettelijke zonde (Num. 15:30,31; Luk. 23:34). Het tweede wat de Here Jezus zei was: Voorwaar ik zeg U, heden zult gij bij Mij zijn in het paradijs. Dit leert mij dat zolang er leven is, is er hoop. Tot aan het einde was de Here Jezus druk in het redden van de mensen (Luk. 23:39-43). Het derde woord was: Zie uw moeder. De Here Jezus dacht altijd aan anderen en bovenal voor zijn moeder (Joh. 19:27). Toen de duisternis viel was het drie uur stil. Daarna riep de Here Jezus uit: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten. Dit was regelrecht van Psalm 22:1-3. Het was gedurende deze drie uur, dat de Here Jezus tot zonde werd (2 Kor. 5:21). De duisternis was een teken van het gericht. Hij was voor ons tot vloek geworden (Gal. 3:13). Hoe kon een heilig God naar Zijn Zoon kijken toen Hij tot zonde werd? De Here Jezus sprak in het Hebreeuws en de toeschouwers begrepen Hem niet. Ze dachten dat Hij om de hulp van Elijah riep. De Here Jezus sprak nog drie keer. Hij zei: Ik heb dorst (Ps. 69:22). Hij had dorst opdat wij nooit geen dorst mee behoeven te hebben. Iemand had medelijden met Hem en maakte de lippen van de Here Jezus nat met zure wijn. Daarna riep de Here Jezus uit: Het is volbracht. Vader in Uw handen beveel ik Mijn Geest. Het feit dat de Here Jezus met een luide stem riep vertelt ons dat Hij in volledige controle was. Hij gaf Zijn Geest vrijwillig over en stierf (2 Kor. 13:4).

27:51-56. De Here Jezus demonstreerde overwinningskracht toen Hij stierf. Er gebeurden spontaan drie wonderen: Het voorhang van de tempel scheurde van boven naar beneden. Er was een aardbeving en vele graven gingen open. Dit is een prachtig beeld dat de weg naar de Hemel open is (Heb. 10:14-26). Er waren geen tempels, priesters, altaren en offers meer nodig. De aardbeving herinnert ons aan de berg Sinaï (Ex. 19:16). De eisen van de wet waren vervuld (Heb. 12:18). De Here Jezus overwon de zonde en vervulde de wet (Rom. 10:4). De opstanding is een beeld dat de Here Jezus de laatste vijand, de dood, heeft overwonnen. Het resultaat van dit alles horen we uit de mond van de hoofdman: Waarlijk, dit was de Zoon van God. De enige discipel onder aan het kruis was Johannes (Joh. 19:35). Vele vrouwen zagen uit de verte toe (Luk. 8:2). Drie worden er genoemd: Maria Magdalena die van zeven boze geesten verlost werd (Luk. 8:2; 28:1. Maria die ook bij het lege graf was en Salome, die om speciale tronen gevraagd had voor haar zonen. We vragen ons af, wat er door hen heen ging toen ze de Here Jezus aan het kruis zagen hangen.

27:57-66. Als Jozef van Arimathéa en Nicodemus niet hadden klaar gestaan en daar een graf hadden gegraven, dan was de Here Jezus niet begraven. Zij hadden de schrift onderzocht en door het lezen van de vele profetieën wisten ze dat het zo moest gebeuren. Zijn dood was heel belangrijk en daarom stonden ze klaar en kwamen openlijk voor hun geloof uit. Doordat ze een dood lichaam aangeraakt hadden konden ze het paaslam niet eten. Ze begroeven zichzelf ook op economisch, sociaal en religieus gebied. Door deze daad kwam er een scheiding tussen hen en degene die Zijn dood hadden voorbereid. Wat maakt het nog uit, ze hadden het Paaslam van God gevonden. De discipelen waren vergeten dat de Here Jezus gezegd had dat Hij na drie dagen weer zou opstaan, maar Zijn vijanden niet. Daarom vroegen ze aan Pilatus om het graf te bewaken en een zegel op het graf te plaatsen. Het hoofdstuk eindigt als een overwinning voor het Sanhedrin. Ze zijn van de Here Jezus af. Ze hebben de discipelen tot stilte gebracht. Ze hebben een week de tijd om hun overwinning te vieren. Ze realiseren zich niet dat de soldaten en de Joodse leiders samen helpen om de opstanding van de Here Jezus te bewijzen. Eerst het lijden, dan de heerlijkheid; eerst het kruis, dan de kroon. Denk daar aan als je weer de gemakkelijkste weg wilt kiezen. Als u het kruis weglaat, doodt u het geloof in de Here Jezus. Verzoening door het bloed van de Here Jezus is niet maar een stukje van de waarheid van het geloof in de Here Jezus. Het is de kern.

 

Mattheüs 28. De glorieuze Opstanding en de wereldwijde opdracht voor ons allen!

28:1-15. Het geloof in de Here Jezus begint, waar alle religies eindigen. Het einde van Genesis is een vol graf, het einde van Mattheüs een leeg graf. Zijn opstanding wordt 104 keer genoemd in het Nieuwe Testament. Zijn dood en opstanding is het belangrijkste onderwerp en het is veel meer Leven van de Here God (1 Kor. 15:3,4; Rom. 5:10; Fil. 4:19). De hoop van Job lag ook in de Opstanding van de Verlosser (Job. 19:25). De Here God heeft de Here Jezus opgewekt (1 Kor. 15:12-23). De Here Jezus is als God zelf ook opgestaan (Joh. 10:18). De Heilige Geest was de Kracht van Zijn Opwekking (Rom. 8:11). De hele drie-eenheid was actief in de Opstanding van de Here Jezus. De Geestelijke waarheden van het Nieuwe Testament vinden hun illustraties en schilderijen terug in het Oude Testament (Rom. 15:4). Het is de Heilige Geest die het Oude- en het Nieuwe Testament heeft geschreven en alleen op de Here Jezus wijst (2 Pet. 1:21). Aäron is de hogepriester en zegent het volk en hij gaat samen met Mozes het heiligdom binnen (Lev. 9:22-24; Heb. 3:1). Mozes was de apostel van hun belijdenis en kwam van God en werd gestuurd naar het volk. Aäron was de hogepriester en kwam vanuit de mensen naar binnen tot de Here God. De Here Jezus was zowel de apostel als de hogepriester. De twee personen zijn samengevloeid in Één. De Here Jezus is vanuit de Here God tot ons gekomen met Zijn woorden en heeft ze aan ons allen meegedeeld (Joh. 14:24). Hij is ook degene die naar binnen is gegaan met Zijn bloed om een eeuwige verzoening voor Israël en de gehele wereld te bewerken (Heb. 9:12). Wij zouden geen rede tot juichen en aanbidding hebben als zij niet naar buiten gekomen waren. De opstanding van de Here Jezus bevestigt dat aan alle eisen van de Here God is voldaan. We kunnen nu Zijn eigen prachtige eigenschappen proeven, want omdat Hij leeft is er zekerheid, blijdschap, hoop en totale vergeving in ons hart.

Mattheüs 28:1-6. Komt en ziet, zegt de Joodse gelovige Mattheüs. Mattheüs 28:7-20. Gaat en zegt, zegt de Joodse gelovige Mattheüs.

28:16-20. De wereldwijde (Israël ligt in de wereld) opdracht. In het militaire leger mag je pas nieuwe opdrachten ontvangen en uitvoeren als de eerder ontvangen opdracht geheel uitgevoerd is. De laatste opdracht van de Koning aan Zijn dienstknechten is dat ze naar de gehele wereld moeten gaan om gelovige volgelingen te maken.
28:17. Er waren er die de opgestane Heiland aanbaden. Er waren er ook weer die nog steeds twijfelden. Het ‘ja, maar’ wordt veel gebruikt als excuus als je met mensen over hun aangeboden zekerheid van het geloof spreekt. Het ‘ja, maar’ wordt ook vaak gebruikt als je het over Zijn grote opdracht hebt om andere mensen tot Zijn discipelen te maken.

28:18. De Here Jezus wil hierin dichter naar ons toekomen om ons als gelovigen in Hem te vertellen dat alle macht in de hemel en op de aarde aan Hem en aan ons die geloven gegeven is (Col. 2:6-9). Wij worden allen opgeroepen om heen te gaan naar de wereld en de Here Jezus als de Koning van ons hart de juiste eer te bewijzen. We mogen niet langer ‘ja, maar’ zeggen wat deze opdracht betreft. Dit is Zijn opdracht voor vandaag en voor de rest van ons leven.

28:19. Doopt hen. Dat is ook een deel van de gehoorzaamheid in het volgen van de Here Jezus en echt geen onderwerp voor ruzie. Het is een uiterlijk getuigenis om te tonen bij wie we voortaan horen. Vlak voordat de Here Jezus naar het kruis ging had Hij maar één gebedspunt en dat was of wij maar één zouden zijn (Joh. 17:20-23). Leert hen: Vanuit Zijn Woord, om de Here Jezus te aanvaarden en daarna meer op de Here Jezus te gaan lijken, zodat de kernmerken van Zijn komende Vrederijk al zichtbaar wordt op aarde.

28:20. De belofte volgt, dat de Here Jezus met ons en in ons zal wonen en ons nooit meer verlaten (Gal. 2:20). Laten we naar onze eigen berg gaan om een privé ontmoeting met de Here Jezus te hebben en Hem voor de rest van ons leven hier op aarde in gehoorzaamheid te gaan aanbidden en te volgen want: Wie de Zoon heeft, heeft het leven, wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet zegt de Joodse gelovige Johannes.